Andere wettelijke rechten echtgenoot
algemene wettelijke rechten = 4:28
bijzondere wettelijke rechten = 4:29 en verder
let op! beide soorten wettelijke rechten zijn van dwingend recht (4:41)
,literatuur:
→ afd. 2 (titel 4.3) → let op! Deze afdeling is van dwingend recht (art. 4:41)
let op! scheiding van tafel en bed betekent niet gelijk dat je geen aanspraak kan doen op
de andere wettelijke rechten
eerste optie = 4:28 lid 1 jo. lid 2 → behoeftigheid speelt hier geen rol
wie? echtgenoot en personen die gemeenschappelijke huishouding voeren (huisgenoot)
dus let op! informele partner of een andere huisgenoot of kind is hier ook toegestaan
wat? aanspraak op voortzetting van het gebruik van woning en inboedel
termijn? 6 maanden (let dus op! je kunt maximaal een gebruik van 6 maanden hebben)
let op! Als hij huurde, dan beschermt 4:28 niet. Het moet gaan om een woning ‘anders dan
huur’
let op! je moet op moment van overlijden wel in dat huis wonen
let op! het recht moet niet eindigen bij overlijden. Als het recht eindigt bij overlijden, dan
weet je dat er geen beroep op 4:28 gedaan kan worden.
tweede optie = 4:29
wie? echtgenoot (jegens erfgenamen)
wat? aanspraak op vestiging van vruchtgebruik op woning en inboedel
let op! aangepaste opeisbaarheid legitieme vordering (4:81 lid 3) - voor zover het
vruchtgebruik bestaat, en zij aansprakelijk is voor de legitieme is de legitieme niet
opeisbaar.
derde optie = 4:30
wie? echtgenoot
wat? aanspraak op vestiging van een recht van vruchtgebruik op andere goederen (dus
geen woning en geen inboedel), voor zover er behoefte bestaat aan verzorging
let op! aangepaste opeisbaarheid legitieme vordering (4:81 lid 3) - voor zover het
vruchtgebruik bestaat, en zij aansprakelijk is voor de legitieme is de legitieme niet
opeisbaar.
vierde optie = 4:35 lid 1 sub a
wie? minderjarig kind van de erflater
wat? aanspraak op een som ineens (voor zover nodig voor de verzorging en opvoeding)
vijfde optie = 4:35 lid 1 sub b
wie? meerderjarig kind van de erflater (onder de 21)
wat? aanspraak op som ineens (voor zover nodig voor de opvoeding en verzorging)
zesde optie = 4:36
wie? kind, stiefkind, pleegkind, behuwdkind, kleinkind
wat? aanspraak op een som ineens (billijke vergoeding voor gedurende minderjarigheid
(zonder passende beloning) verrichtte arbeid
extra vw? de arbeid moet (1 van de 2)
, a. in de huishouding van de erflater
b. in het door hem uitgeoefende bedrijf of beroep
let op! 4:38 zou eventueel een legaat kunnen doorbreken
zevende optie = 4:38 lid 1
wie? kind of stiefkind van de erflater (kind of stiefkind kan dit dan weer tbv zijn/haar
(formele) partner doen)
wat? aanspraak op overdracht tegen redelijke prijs aan stiefkind of kind (of zijn/haar
echtgenoot)
extra vw?
a. goederen moeten dienstbaar zijn (geweest) aan een door erflater uitgeoefend
bedrijf/beroep
b. dit bedrijf/beroep moet door kind/stiefkind (diens echtgenoot) worden voortgezet
let op! erflater moet ooit bestuurder zijn geweest en meerderheid van de aandelen hebben
gehad (alleen houdend of met medebestuurders)
let op! betreffend kind moet nu bestuurder zijn, of nog hiertoe worden benoemd (moet dan
wel in het vooruitzicht staan)
achtste optie = 4:38 lid 2
wie? kind of stiefkind
wat? gelijk scenario als bij 7, alleen hier gaat het om aandelen in een NV/BV
negende optie = 4:38 lid 5
wie? echtgenoot
wat? onder bepaalde omstandigheden dezelfde aanspraak als onder optie ⅞
let op! wie bij 4:38 lid 1 en 2 = kind, stiefkind, echtgenoot van kind, echtgenoot van
stiefkind en langstlevende echtgenoot van erflater
→ alleen een kind of stiefkind kan weliswaar een verzoek doen, maar deze kan dit ten
behoeve van diens echtgenoot doen (een schoonzoon/-dochter kan dus niet zelf direct
een beroep doen
voortgezet gebruik inboedel en bewoning
, voortzetting woning:
1. de woning moet behoren tot de nalatenschap of tot de door overlijden ontbonden
huwelijksgemeenschap
voortzetting inboedel:
1. hetgeen wat voor de woning geldt, geldt ook voor de inboedel (4:28 lid 1 slot)
2. 4:28 lid 2
a. wie? → degenen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding
hebben
b. wat? → zij hebben overeenkomstige bevoegdheid mbt voortgezet gebruik
van woning/inboedel
c. tegenover wie? → erfgenamen en eventuele echtgenoot
vruchtgebruik