HOORCOLLEGE
A
Welke drie beginselen kunnen we koppelen aan waarom er recht is?
1. rechtszekerheid (beschermen van relaties tussen burger/overheid)
2. rechtvaardigheid (bevorderen van herstel/onrecht en sociale gelijkheid in de samenleving)
3. doelmatigheid (bevorderen van optimalisatie van gezamenlijke doelen)
wat zegt het rechtspositivisme over wat recht is?
⇒ accent ligt hierbij op de rechtszekerheid (manier om orde te bewaren)
⇒ recht is wat in de rechtsbronnen staat (aan de hand van erkende rechtsbronnen kunnen
wij identificeren wat geldend recht is)
⇒ lagere, ontlenen hun gelding aan hogere regels
kan wetgeving onrechtmatig zijn qua inhoud volgens de rechtspositivisten?
⇒ ja, indien deze regel te herleiden is tot een rechtsbron
let op! er is dus een scheiding tussen recht en moraal (het is niet het werk van de juristen
om te oordelen of mensen onetisch recht moeten gehoorzamen - daarvoor kijk je naar je
eigen geweten als persoon)
wat zijn erkende rechtsbronnen volgens de rechtspositivisten?
⇒ wet, rechtspraak en gewoonte
welke basisfunctie van recht kun je koppelen bij het natuurrecht?
⇒ rechtvaardigheid
welke basisfunctie van recht kun je koppelen bij de juridisch pragmatisten?
⇒ doelmatigheid
is hart intern/extern?
⇒ Hart is gematigd extern
⇒ hij moet aan de rechtsorde deelnemen om als gebruiker te kijken hoe de rechtsregels in
elkaar zitten (intern) maar hij kijkt ook als buitenstaander wat er allemaal tot het geldend
recht behoort (extern)
Mag de rechter zijn eigen subjectieve voorkeur volgen bij het rechtspositivisme? +
opzoekgaan naar achterliggende doelen van een wet/regel?
⇒ nee, rechtszekerheid is belangrijk en daarom belangrijk dat de rechter niet teveel afwijkt
van de letter van de wet
,⇒ het kan leiden tot willekeur indien een rechter op zoek gaat naar achterliggende doelen
van een wet/regel (er is dan sprake van politisering van de rechtspraak)
wat voor soort rechtsvinding/interpretatiemethoden gebruiken wij bij rechtspositivisme?
⇒ grammaticaal
⇒ wetssystematisch
⇒ wetshistorisch
wat zegt het rechtspositivisme over wat te doen bij ‘hard cases’ (moeilijke gevallen)?
⇒ rechter mag gebruik maken van zijn discretionaire bevoegdheid (de vrijheid om zelf een
beslissing te nemen)
let op! normaal mag de rechter dus geen eigen beslissing nemen, maar bij de hard cases
mag dit wel (dan schept de rechter dus recht)
⇒ omdat de hard cases niet veel voor komen, maar het voor het totaalbeeld van het recht
niet uit (het conflicteert niet met de kernwaarden van het rechtspositivisme omdat het zo
weinig gevallen zijn)
wat is het recht volgens het natuurrecht (kenmerken)?
⇒ focus ligt op rechtvaardigheid
⇒ recht is dat wat correspondeert met wat onveranderlijk goed/rechtvaardig is
⇒ het natuurrecht geldt rechtstreekt, ongeacht wel/geen menselijke tussenkomst
⇒ let op! onrechtvaardige wetten zijn geen geldend recht
wat is recht volgens het constructivisme?
⇒ gebaseerd op een veranderlijke moraal die van tijd/tijd kan afwijken/varieren
⇒ er is meer recht dan de rechtsbronnen (ook achterliggende waarden, idealen en
beginselen zijn geldend recht)
let op! hierbij dus heel belangrijk dat je ook achterliggend kijkt (en je dus niet (zoals RP wel
willen) alleen bij de letter houdt)
kunnen ongeschreven rechtsbronnen ook recht zijn volgens dworkin?
⇒ ja, en deze beginselen geven richting aan hoe rechters met het positieve recht om
kunnen gaan
⇒ idealen/beginselen behoren tot ook tot het geldend recht
wie moeten de ruimte interpretatie van het recht allemaal toepassen (constructivisme)?
⇒ iedereen die bij de rechtspraktijk betrokken is moeten die ruimte interpretatie toepassen
⇒ interpreteren vanuit de regels en de achterliggende beginselen
wat zegt het constructivisme over wel/geen dynamischeid van het recht?
⇒ wet en beginselen vernaderen allemaal mee met de idealen van de samenleving
,let op! groot verschil met natuurrecht: hier zijn namelijk wel vaste regels (vloeit niet mee met
de meningen van de samenleving en is een stuk onveranderlijker)
doen rechters aan politieke rechtspraak in het constructivisme?
⇒ nee, zij baseren zich op ongeschreven beginselen en idealen die aan het rechtssysteem
zelf ten grondslag liggen
kijkt Dworkin intern/extern?
⇒ intern (je moet deelnemen aan de rechtspraktijk en dan pas krijg je een idee wat recht is)
kenmerken Dworkin?
⇒ recht is een gesprek waar argumenten gewisseld worden
⇒ de rechter streeft in zijn uitspraak op basis van alles wat hij kan vinden, het best
mogelijke antwoord te geven
wat kunnen we zeggen over de constructivistischere rechtsvinding?
⇒ autonomer dan die van rechtspositivisme (hier ook teleologisch kijken)
⇒ op zoek gaan naar achterliggende doelene n beginselen leidt juist tot juridisch betere en
rechtvaardigere uitkomsten
wat kunnen we zeggen over dworkin (rechter als herules)?
⇒ dworkin verwacht het onmogelijke van rechters (ze moeten een soort held zijn)
⇒ het recht is een interpretatieve praktijk (beginselen en waarden spelen altijd mee)
bij wie kunnen we de ‘right answer thesis’ koppelen + wat is het?
⇒ bij Dworkin
⇒ er is 1 juist antwoord, en deze wordt gepresenteerd als beste mogelijke interpretatie van
het recht
Wat zouden Hart (rechtspositivisme) en Dworkin (constructivisme) hebben gezegd bij een
hard case?
⇒ Hart: rechters passen dan geen bestaand recht toe, maar creeren nieuw recht
⇒ Dworkin: alsnog op basis van het bestaande recht rechtspreken (eventueel een weging
maken in het licht van de rechtsbeginselen en waarden die ten grondslag liggen aan het
rechtssysteem)
kenmerken juridisch pragmatisme over de vraag wat recht is?
⇒ focus op doelmatigheid (gemeenschappelijke doelen optimaal realiseren)
⇒ instrumentele visie
⇒ de rechter moet efficient beslissen, met het oog op maatschappelijke behoeften van de
samenleving van vandaag
, ⇒ recht is wat je kunt voorspellen wat rechters doen (obv omstandigheden van het geval die
zij nuttig voor de samenleving vinden)
⇒ de beslissing die het meeste geluk en minste pijn oplevert voor de samenleving
B
is het oordeel van truepenny zuiver juridisch?
⇒ nee, want naast dat hij zegt de grotverkenners te veroordelen, wil hij ook een
gratieverzoek steunen
⇒ er is hier dus een onderscheid tussen de letter en de geest van de wet
let op! het volgen van de wet was zuiver juridisch, maar dat gratieverzoek wat wordt
gesteund is niet zuiver juridisch
waarom is het recht van newgarth niet van toepassing volgens foster?
⇒ alleen in een situatie van vreedzaam samenleven is het positieve recht van toepassing
⇒ in de casus zitten zij in de grot, en is er geen sprake van vreedzaam samenleven
⇒ in de grot is er een natuurtoestand (de afspraken die de grotverkenners hebben gemaakt
zijn geldend als een soort sociaal contract)
hoe beredeneert foster dat als het positieve recht wel zou gelden in de grot, de verkenners
alsnog vrijuit gaan?
⇒ teleologisch kijken: we gaan op zoek naar het doel van de wet
⇒ binnen strafrecht: afschrikking (bij noodweer kan de strafwet niet afschikkend werken)
⇒ als de strafwet in casu niet afschrikkend kan werken, dan kun je een beroep doen op een
strafuitsluitingsgrond (en ga je vrijuit)
welke argumenten brengt tatting in tegen foster?
⇒ tegen foster 1: hoelang duurt de rechtstoestand en wie bepaalt de invulling hiervan?
⇒ tegen foster 2: er zijn meerdere doelen van een strafwet (niet alleen afschrikking)
welke argumenten brengt keen tegen foster in?
⇒ keen zegt dat alleen het positieve recht geldend recht is (natuurrecht dus niet)
waarom vind keen het een makkelijke juridische zaak?
⇒ omdat de rechter alleen het positieve recht moet toepassen en deze strikt moet
intepreteren (=grammaticale methode)
⇒ gratieverzoek en of dit dus wel/niet beantwoord moet worden, is niet aan de rechter (trias
politica)