Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 5 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Biodiversiteit Plant | Universiteit Leiden | 2024/25 | Biologie leerjaar 1

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 5 pagina's

Samenvatting van het college Biodiversiteit plant aan de Universiteit Leiden, gericht op landplanten en hun evolutionaire diversiteit. Het document behandelt taxonomie, fylogenetische classificatie, plantensystematiek, en belangrijke evolutionaire kenmerken zoals vaatweefsel, bladvormen en heterosporie.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting biodiversiteit plant;
landplanten
Biodiversiteit: diversiteit aan leven op aarde
-Taxonomische diversiteit: verschillende soorten
-Genetische diversiteit: verschillende genomen
-Ecologische diversiteit: verschillende ecosystemen en habitat
-Functionele diversiteit: verschillende functies

-Historische context: hoe zijn soorten ontstaan
-Actuele context: hoe houdt de biodiversiteit zich nu staand
-Ruimtelijke context: welke soorten zijn er lokaal te vinden en welke
internationaal
-Utilitaire context: hoe kunnen we gebruik maken van de biodiversiteit zonder
deze uit te putten



Systematiek
: classificeren en ordenen van organismen op basis van evolutionaire
verwantschap




Taxonomie: beschrijven en classificeren Fylogenie:
evolutionaire verwantschap

Hiërarchische classificatie:
Domein>Rijk>Fylum>Klasse>Orde>Familie>Genus>Soort
Soort: basistaxon, individuen die sterk op elkaar lijken en samen vruchtbare
nakomelingen kunnen krijgen.

Homologie: gelijkenissen tussen soorten die gebaseerd zijn op een gedeelde
gemeenschappelijke voorouder.

Binominale naamgeving van Linnaeus:
Geslachtnaam met een hoofdletter en soortnaam met een kleine letter. Gevolgd
door een (afkorting) auteursnaam. Bij dieren ook het jaartal van benoeming.
Voorbeeld: Homo Sapiens (Linnaeus, 1945)

Integratieve taxonomie: het gebruik maken van meerdere kenmerken zoals,
genetisch, ecologisch en morfologisch om zo soorten van elkaar te
onderscheiden.

Fylogenetische hypothese/boom of fylogenieën:
Terminale tak: tak waar de boom eindigt (heden)
Interne tak: tak tussen twee hypothetische voorouders

-Dichotome classificatie, 1 hypothetische voorouder splitst altijd in twee
zustergroepen

, -Diagnose, Linnaeus gaf bij elke benoemde soort een kleine eigenschap waarop
de soort te onderscheiden was

Zustergroep

Hypothetische voorouder
Zustergroep

Convergentie: wanneer verschillende soorten dezelfde eigenschap hebben
maar dit niet af te leiden is aan een gemeenschappelijke voorouder maar dat
beide soorten dezelfde ecologische omstandigheden hebben ervaren waardoor ze
zich op dezelfde manier zijn gaan aanpassen. Hierdoor ontstaat homoplasie.

Apomorfie: een afgeleide eigenschap
Autapomorfie: een afgeleide eigenschap dat bij 1 taxon voorkomt
Synapomorfie: een gedeelde afgeleide eigenschap

Plesiomorfie: een oorspronkelijke eigenschap
Synplesiomorfie: een gedeelde oorspronkelijke eigenschap

Monofyletische groep: alle afstammelingen van 1 gemeenschappelijke
voorouder+ de voorouder
Parafyletische groep: niet alle afstammelingen van de gemeenschappelijke
voorouder
Polyfyletische groep: een onnatuurlijke groep gebaseerd op homoplasie



Mannelijk: Antheridium

Gametangia (Perichaetium):

Vrouwelijk: Archegonium

Reproductieve isolatie: populaties moeten zich op een of andere manier van
elkaar scheiden om geen nakomelingen te kunnen produceren, of dat de
nakomelingen steriel of onvruchtbaar zijn.

Plasmogamie: alleen de celmembranen die versmelten
Karyogamie: de celkernen die versmelten

Diplonte levenscycli: alles is diploïd behalve de gameten
Haplonte levenscycli: alles is haploïd behalve de zygote

Diplohaplonten levenscycli: (alle landplanten), de diplonte- en haplonte
levenscycli wisselen elkaar af:
De gametofyt (n) maakt gameten (n) doormiddel van mitose, die versmelten met
elkaar tijdens de bevruchting en er ontstaat een zygote (2n). De zygote groeit uit
tot de sporofyt (2n). De sporofyt produceert doormiddel van meiose sporen (n),
die uitgroeien tot een nieuwe gametofyt (n).

Heteromorf: sporofyt en gametofyt zijn morfologisch verschillend
Isomorf: sporofyt en gametofyt zijn morfologisch gelijk

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
18 augustus 2026
Aantal pagina's
5
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€5,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
28
Laatst verkocht
-


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen