1e jaar Biologie
Kenmerken dierenrijk:
-Meercelligheid: alleen dieren hebben collageen wat ervoor zorgt dat cellen aan
elkaar plakken.
-Eukaryotische cellen
-Heterotroof
-Diploïd
-Dezelfde embryologische ontwikkeling: Van zygote die gaat klieven, naar
een blastula met een blastocoel, gastrulatie.
-Klieven: celdeling zonder celgroei
-Blastula: een bolletje cellen die hol is
-Blastocoel: de holte
-Gastrulatie: instulpingen waarbij weefsel lagen kunnen vormen
-HOX genen: een groep van homiotische genen, regulerende genen in de
ontwikkeling.
-Mobiliteit: dit wordt mogelijk gemaakt door het zenuwweefsel en spierweefsel
dat dieren hebben
Domein-Rijk-Stam-Klasse-Orde-Familie-Geslacht/Genus-Soort
-Extracellulaire vertering: afbraak van grote voedseldeeltjes doormiddel van
bijvoorbeeld spijsverteringsenzymen
-Intracellulaire vertering: afbraak van kleine voedseldeeltjes. Doormiddel van
fagocytose bijvoorbeeld.
-Gesloten bloedvatenstelsel: bloed stroomt door bloedvaten en terug naar het
hart. Het zorgt voor een hoge bloeddruk en hogere activiteit.
-Open bloedvatenstelsel: hemolymfe verlaat de bloedvaten in het hemocoel. Het
zorgt voor een lage bloeddruk en een lagere activiteit.
-Hemocoelomaat: gereduceerd coeloom dat functioneert als een open
bloedvatenstelsel.
-Ovipaar: Dit wil zeggen dat ze eierlevendbarend zijn
-Ovivipaar: ze hebben eitjes die ontwikkelen zich in het lichaam en komen er als
kleine
-Vivipaar: de dieren levend baren, waarbij de embryo's zich ontwikkelen binnen
het lichaam van de moeder.
Eusociaal: bepaalde samenwerking en taakverdeling binnen een diersoort. Er is
bijvoorbeeld maar 1 koningin bij en dat is de enige die zich voortplant.
Bentisch: op de bodem
Pelagisch: in het open water
Hoe oud is het dierenrijk ongeveer?
We hebben nog fossielen van de Ediacara periode gevonden, dat is iets va 630
,miljoen jaar gelden maar wetenschappers denken dat de oorsprong van het
dierenrijk 770 miljoen jaar geleden was. We vinden alleen geen fossielen van
toen terug.
In welk milieu ontstond en evolueerde het dierlijk leven?
In marien milieu Dit was de meest voedselrijke omgeving voordat dieren op aarde
kwamen. Ook waren de verspreiding mogelijkheden groot omdat de zee een
enorm oppervlakte bedekt. Het zoutgehalte en de osmotische waarde van
zeewater lijkt meer op ons lichaamsvocht waardoor het dieren minder
aanpassingen vraagt.
Hoe zag de voorouder van alle dieren eruit?
We denken dat hij er ongeveer zo uit zag zoals een Choanoflagellata
Wat zijn de voordelen van meer celligheid?
-Bescherming tegen vijanden omdat je een groter organismen bent
-Efficiënt samenwerken en specialisatie van cellen
-Meer voedsel verworven
-in balans houden van het inwendig milieu ten op zichtte van de buiten wereld.
Hoe word je van een eencellige een meercellige?
Het eiwit Catherine speelt een belangrijke rol in dat cellen samenplakken en met
elkaar communiceren. Bij choanoflagellaten was er al delen van dit eiwit
aanwezig maar nog niet het CCD-domein. Er was dus al een basis voor
meercelligheid maar dat CDD-domein heeft er echt voor gezorgd dat het ook
mogelijk werd.
Waarom een Cambrische explosie? We hebben heel veel fossielen uit het
cambium gevonden.
-Toename zuurstofgehalte van de atmosfeer. Het onderhouden en opbouwen van
een lichaam vraagt veel zuurstof en er wordt vermoed dat de aanpassing om een
meercellig lichaam te hebben er al was maar dat er te weinig zuurstof was om
dat ook echt te realiseren en toen het zuurstofgehalte toenam toen werd dat
ineens wel mogelijk.
-Nieuwe predator-prooi relaties. Er kwamen steeds meer soorten
Discussies over basale diergroepen. De stamboom is nog niet af, we blijven
puzzelen met zijn alle. De vraag die je jezelf kan stellen is zijn sponzen later
afgetakt dan de Ctenophora en zijn ze versimpeld en hebben de Ctenophora en
de Bilateria dan onafhankelijke complexiteit bereikt. Dit hangt af van de plek
waar de soorten zijn afgesplitst. En aan gezien we het nooit zeker zouden kunnen
weten blijven we puzzelen en argumenten bedenken.
We weten iniedergeval wel dat de evolutie niet rechtlijnig is verlopen. Denk
bijvoorbeeld aan Massa-Extincties. Dit verwijst naar periodes in de geschiedenis
van de aarde waarin een aanzienlijk aantal soorten in een relatief korte tijd
uitsterft. Massale uitstervingen worden gekarakteriseerd door een plotselinge
afname van biodiversiteit, wat vaak het gevolg is van grote, wereldwijde
veranderingen in het milieu.
, Supergroepen
Metazoa: alle dieren, gekritiseerd door meercellige
Eumetazoa: alle dieren opgebouwd uit echte weefsel en in het bezit van een
darmkanaal
Parahoxozoa: alle dieren met HOX-genen
Bilateria: -Bilaterale symmetrie, je kunt ze in twee gelijke spiegelbeelden
verdelen
-Opgebouwd uit die kiemlagen, ectoderm, endoderm en mesoderm
-Echte organen
Deuterostomia, Laphotrochozoa, Ecdysozoa Excretieorganen en
osmoregulatie aanwezig
Laphotrochozoa: lofofoor (tentakelkrans met trilharen, het coeloom loopt door
in te tentakels) en een trochopchore larve (type larve met een cirkelvormige
band van trilharen)
Ecdysozoa:
-Vervelbare cuticula -> ecdysis
-Samenstelling van het skelet varieert
Deuterostomia: Deuterostome ontwikkeling