ANTWOORD 1.
Antwoord b: het evenredigheidsbeginsel
ANTWOORD 2.
2a. De drie stappen die in het algemeen worden gebruikt bij het
vertrouwensbeginsel is dat men allereerst vaststelt of er sprake is van een
toezegging.
Hierna volgt de stap of men vaststelt of de toezegging afkomstig is van of
toerekenbaar is aan het bevoegde bestuursorgaan.
Tot slot moet men vaststellen of de toezegging ook moet worden
nagekomen en of er dus geen zwaarwegende belangen hiertegen in de
weg staan.
2b. Nee, het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel slaagt niet
in deze zaak.
(vertrouwensbeginsel 3 punten dus: toezegging, afkomstig van of
toerekenbaar aan het bevoegde bestuursorgaan, nakoming)
Er is sprake van een toezegging (wat mocht van burger worden verwacht
dat er sprake is van een toezegging, concreet, de burger mocht er van
uitgaan, een redelijk denkend mens mocht erop vertrouwen) doordat de
examinator heeft gezegd dat het tentamen volgens de Nederlandse
tienpuntsschaal zal worden beoordeeld. Vervolgens is de examinator
hiervan afgeweken door achteraf de raadkanscorrectie toe te passen (r.o.
5).
De toezegging is afkomstig van of toerekenbaar aan het bevoegde
bestuursorgaan (kon de burger verwachten dat de persoon bevoegd is
om de toezegging te geven), namelijk het college van beroep voor de
examens.
De toezegging dient echter niet te worden nagekomen (
) doordat het belang van het waarborgen van de kwaliteit van de
tentamenresultaten en het diploma zwaarder wegen dan het individuele
belang van de studente (r.o. 5.8).
Het gebruikmaken van een raadkanscorrectie tast de betrouwbaarheid van
het tentamenresultaat aan en zorgt er dus voor dat er waarde wordt
toegevoegd aan de kwaliteit van het tentamenresultaat en het diploma.