ANTWOORD 1.
1a. De rechtsfeiten zijn als volgt.
Volgens r.o. 1.2 heeft het collega aan de eiser een lokaalverbod opgelegd
voor een periode van een half jaar.
In r.o. 1.3 is vermeld dat de eiser bij brief van 14 december 2015 tevens
een communicatieverbod met de gemeente heeft gekregen en zodoende
niet kan communiceren met de gemeente.
Op 7 april 2016 heeft het college een brief gestuurd aan de eiser waarin zij
het lokaalverbod met een half jaar hebben verlengd (r.o. 1.4)
De eiser heeft, zoals is gebleken uit r.o. 1.5, tegen deze uitspraak
bezwaar ingesteld. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk
verklaard om dat het volgens haar geen besluit in de zin van art. 1:3 lid 1
Awb is.
De rechtbank heeft, als gebleken in r.o. 2, geoordeeld dat de uitspraak
geen besluit in de zin van art. 1:3 lid 1 Awb is, omdat het ontzeggen van
de toegang tot het gemeentehuis geen publiekrechtelijke rechtshandeling
is.
1b. De rechtsvraag, gevonden in r.o. 3, die de CRvB moet
beantwoorden is: wordt de verlenging van het lokaalverbod door het
college gezien als een publiekrechtelijke rechtshandeling, en dient dit
zodoende te worden beschouwd als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1
Awb?
1c. De uitspraak van de rechter is dat de verlenging van het lokaalverbod
niet dient te worden beschouwd als een besluit in de zin van art. 1:3 lid 1
Awb (r.o. 4.1), omdat het ontzeggen van de toegang tot het
gemeentehuis geen publiekrechtelijke rechtshandeling is.
Ook stelde de eiser dat er een totaal communicatieverbod was, terwijl dit
niet zo was.
1d. Het is van belang of de ontzegging van de toegang tot het
gemeentehuis wordt aangemerkt als besluit in de zin van de Awb, omdat
dit bepaalt of men in bezwaar of beroep kan gaan. Als het niet om een
besluit gaat dan kan men niet in beroep gaan (art. 8:1 jo. 7:1 Awb)
Als er geen sprake is van een besluit, moet je naar de burgerlijke rechter.
Geen publiekrechtelijk is privaatrechtelijk = burgerlijke rechter
, 1e. De CRvB oordeelt dat er geen sprake is van een besluit in de zin van de
Awb, omdat het ontzeggen van de toegang tot het gemeentehuis geen
publiekrechtelijke rechtshandeling is. Het begrip “publiekrechtelijk” is hier
van belang.
f. Welke bevoegdheid wordt door de gemeente bij de
toegangsontzegging uitgeoefend? De bevoegdheid die door de
gemeente wordt uitgeoefend is (privaatrechtelijk gebruiksrecht op het
pand)de privaatrechtelijke bevoegdheid tot het opleggen van een
lokaalverbod en een communicatieverbod. Dit zijn zoals gebleken geen
publiekrechtelijke rechtshandelingen.
ANTWOORD 2.
2a. Deze handeling van de gemeente om bepalingen in de APV op te
nemen, zijn aan te merken als een besluit, omdat zij ten eerste een
beslissing inhouden, namelijk dat het verboden is om zonder vergunning
van de burgemeester een evenement te houden.
Deze bepalingen zijn schriftelijk, en afkomstig van de gemeenteraad, dat
een bestuursorgaan is. Verder is het een rechtshandeling (je mocht
eerst een evenement organiseren, nu moet je een vergunning
aanvragen, dus vindt er een verandering in rechten en plichten)
omdat het gericht is op een rechtsgevolg, namelijk het verschaffen van
een vergunning.
Tot slot is dit ook publiekrechtelijk, omdat slechts de gemeenteraad
bevoegd is om gemeentelijke verordeningen te maken (art. 127 Gw jo. art.
147 en 149 Gemw)
Dit besluit is een algemeen verbindend voorschrift, omdat zij voor
herhaling toepasbare algemene regels bevat, met externe werking
(burgers bindend) en omdat het bestuursorgaan de bevoegdheid
om deze regels te maken, ontleent aan de wet of de Grondwet, namelijk
art. 127 Gw en art. 147 en 149 Gemw
3 elementen avv:
Algemeen geldende regels
Met externe werking