Deel 1: Fundamenten van het leerplan Rooms-katholieke godsdienst - BELANGRIJK
Onderwijslandschap
3 onderwijsnetten
Gemeenschapsonderwijs (GO!)
o Door de grondwet verplicht tot neutraliteit
Gesubsidieerd officieel onderwijs
o Openstaan voor alle levensbeschouwingen
Vrij onderwijs
o Katholieke scholen
o Scholen van andere erkende godsdiensten: protestantse, joodse, orthodoxe,
islamitische, vrije niet-confessionele scholen
Erkende levensbeschouwelijke vakken
- Niet-confessionele zedenleer
- Rooms-katholieke godsdienst
- Islamitische godsdienst
- Protestants-evangelische godsdienst
- Orthodoxe godsdienst
- Anglicaanse godsdienst
1.1 Visie op het vak rooms-katholieke godsdienst
Wat is catechismus?
De catechismus is de korte inhoud van de christelijke leer.
Wat is de christelijke leer?
De christelijke leer = de leer die door Jezus Christus aan de wereld werd verkondigd en
door de Apostelen gepredikt, en die verder door de Kerk wordt onderwezen.
Waarom is de christelijke leer de noodzakelijkste onder alle leringen?
Omdat zij ons leert wat wij moeten weten en doen om zalig te worden
Moeten alle mensen de christelijke leer kennen en onderhouden?
Alle mensen moeten de christelijke leer kennen en onderhouden, want dit is de wil van
God: anders kunnen zij niet zalig worden, en zelfs niet oprecht gelukkig zijn in dit leven.
1 van 53
,Is het genoeg de christelijke leer eens geleerd te hebben?
Neen, geheel ons leven moeten wij onthouden en altijd beter trachten te begrijpen.
Nu:
Leerplan rooms-katholieke godsdienst voor het lager onderwijs in Vlaanderen
o In voege vanaf september 2025
o Gebaseerd op de visietekst van de bisschoppen (1996)
1.2 Kinderen in een complexe wereld
Kinderen groeien op in een wondere en fascinerende wereld. Op jonge leeftijd, zowel
thuis als op school, verkennen zij die wereld.
Moderne communicatiemedia = wat die verre wereld in beeld brengt en bereikbaar
maakt
Er zijn kinderen die weinig mogelijkheden hebben. Wereld = niet een sprookjeswereld.
Net als alle andere kinderen koesteren zij ook veel verwachtingen.
Samenleving waarin kinderen opgroeien = meer geseculariseerd en gepluraliseerd
(geen enkele godsdienst of levensbeschouwing bepaalt alleen het zinsperspectief
waarop de hedendaagse cultuur is gebouwd. Christendom = blijft belangrijke
achtergrond van westerse samenleving.
Westerse samenleving: toont grote verscheidenheid van culturen en godsdiensten
(zorgt voor spanningen, vragen en twijfels)
We zien groeiende uniformisering en globalisering. Bv. Van Londen tot Peking drinken
en eten mensen hetzelfde voedsel, kopen in dezelfde winkelketens, beluisteren ze
dezelfde muziek, programma’s en surfen ze op het wereldwijde web.
De vorming van eigen unieke identiteit: bemoeilijkt en bedreigt door die toenemende
versplintering en verscheidenheid.
Godsdienst wil hierop inspelen. Mensen: willen uniek en concreet persoon zijn en
willen een eigen verhaal hebben met een unieke geschiedenis, symbolen en rituelen. In
complexe wereld: kinderen moeten hun weg zoeken. Ze leren omgaan met mensen en
denken na over het leven.
2 van 53
,1.3 Integratie en impact
Leerlingen brengen hun eigen thuiservaringen met levensbeschouwing en geloof mee,
waardoor ze de inhoud van de godsdienstlessen op verschillende manieren verwerken.
In deze lessen maken ze kennis met het christendom en verwerven ze basiskennis, wat
hun blik verruimt en gelovige leerlingen helpt hun geloof te verdiepen.
1.4 Een schoolvak
School draagt mee aan vorming van de hele persoonlijkheid van de leerlingen.
Vormingsdoel van school kan beschreven worden als: ‘groeien als mens’.
Leerkrachten: engageren en bijdragen tot de realisatie van dit opvoedingstraject.
Geldt voor vak godsdienst waar groei als mens in christelijk perspectief centraal staat.
(Zoektocht van de mens naar zin). Zo beantwoordt vak godsdienst aan de
levensbeschouwelijke en culturele opdracht van de school.
Het vak godsdienst is een volwaardig onderdeel van de basisvorming en wordt
onderwezen zoals andere vakken, met aandacht voor de totale ontwikkeling van de
leerling. Het leren richt zich niet alleen op kennis, maar ook op vaardigheden en
attitudes, zodat leerlingen groeien in kennen, kunnen en zijn.
1.5 Doel van godsdienstles
Leerkracht heeft als doel kinderen te begeleiden in hun levensbeschouwelijke en
religieuze groei en kinderen in de zoektocht begeleiden in het langdurig proces van
zinzoeken.
Vak godsdienst: wil kinderen helpen om te groeien als mens en te bouwen aan een
eigen identiteit. De leerkracht wekt hun aandacht voor vragen en gebeurtenissen in hun
eigen leven en in de wereld.
Godsdienstlessen willen voor de kinderen een appel zijn om zelf te groeien naar een
eigen verantwoorde beslissing betreffende geloven en leven. Deze beslissing kan heel
verschillend zijn. Kinderen zullen die keuze geleidelijk zelf maken.
De godsdienstlessen bieden alle leerlingen een degelijke kennismaking met het
christendom en willen interesse wekken voor een gelovige benadering van het leven. De
leerkracht houdt daarbij rekening met bestaande beelden over Jezus en het christelijk
geloof om openheid te bevorderen. Vanuit deze basis leren leerlingen dieper nadenken,
kritisch vragen stellen en hun gedachten op een zinvolle en communicatieve manier
verwoorden.
3 van 53
, 1.6 Inhoud van de godsdienstles
Inhouden van de lessen behoren in eerste instantie tot de ervaringen van de leerlingen.
In hun ervaringen voltrekt zich het zoeken naar zin. Naar aanleiding van wat kinderen
meemaken, stellen ze zich heel wat vragen.
Het vak godsdienst wil leerlingen begeleiden in hun groei door essentiële elementen
van het christendom aan te reiken die betekenisvol zijn voor hun leven. Via
Bijbelverhalen maken leerlingen kennis met menselijke ervaringen zoals angst, hoop,
vreugde en verdriet. Ze leren Jezus kennen in zijn liefde, dienstbaarheid, inzet voor
armen en zijn bijzondere levenseinde.
Daarbij ontdekken ze dat christenen in Jezus God herkennen, die zijn liefde voor de
mens en de wereld zichtbaar maakt. Leerlingen leren ook wat het betekent te leven in
de kracht van de Geest die Jezus bezielde. Daarnaast is er aandacht voor hoe de kerk
het evangelie vormgeeft in mensen, feesten, liturgie en sacramenten. Tot slot leren
leerlingen in dialoog met andere godsdiensten en levensbeschouwingen hun eigen
identiteit ontdekken en respectvol omgaan met verschillen.
“Christelijk geloof fungeert als oriëntatiepunt op vlak van zingeving en geloven. Daarom
moeten kinderen zich een ‘juist’ beeld vormen van de essentiële aspecten ervan. Een
grondige kennismaking met het christelijk geloof in al zijn facetten neemt een groot deel
van de godsdienstles in beslag.”
Gesprek met andere godsdiensten en levensbeschouwingen = dialoog
Integrale benadering = je bekijkt de mens of leerproces in zijn geheel vanuit 3
perspectieven
o Identiteit/leerling
o Christelijk geloof/traditie
o Pluraliteit (verscheidenheid)/context
1.7 een communicatieproces
Het vak godsdienst vraagt een communicatieproces. Samenleving = nood aan mensen
die elkaar kunnen vinden vanuit verschillende levensbeschouwingen. Communicatie
heeft hier dubbele betekenis. Enerzijds: methode en aanpak, anderzijds: communicatie
is ook de inhoud van het leerproces.
Communicatie = wisselwerking tussen woord (leerlingen), woord(leerkracht) en Woord
(leerinhoud). Deze uitwisseling bevordert bij de leerlingen het verwerven van nieuwe
kennis, vaardigheden en attitudes.
4 van 53