ANTWOORD 1.
1. Ambtenaren werken het voorontwerp uit in een schriftelijk
wetsvoorstel en in een toelichting van het wetsvoorstel, ook wel een
memorie van toelichting genoemd.
2. Het wetsvoorstel wordt in de ministerraad behandeld en er wordt
hierover gestemd. (art. 45 lid 3 Gw)
3. Het wetsvoorstel gaat naar de Afdeling advies van de Raad van
State en deze geeft advies over het wetsvoorstel. (art. 73 Gw jo. Art.
17 en 18 Wet op de RvS)
4. De minister voegt zijn reactie op het advies van de Raad van State
toe in een rapport en zendt dit advies alsook het wetsvoorstel naar
de Tweede Kamer. (art. 83 Gw) op het moment dat het
wetsvoorstel is ingediend bij de TK, is het wetsvoorstel openbaar
5. Het wetsvoorstel wordt behandeld in de Tweede Kamer en de
minister of staatssecretaris geeft antwoord op de vragen van de
Kamer. (art. 84 Gw)
6. Als Kamerleden niet tevreden zijn met het wetsvoorstel, kunnen zij
dit wijzigen, middels het recht van amendement. Hierna volgt
stemming van de TK (art. 67 Gw)
7. Als het wetsvoorstel is aangenomen in de Tweede Kamer wordt dit
verzonden naar de Eerste Kamer. (art. 85 Gw)
8. De Koning en de verantwoordelijke minister ondertekenen de wet.
(art. 87 jo. art. 47 Gw)
9. De publicatie vindt plaats in het Staatsblad en inwerkingtreding
vindt plaats bij een de wet bepaalde tijdstip. (art. 88 Gw jo. art. 4
Bekendmakingswet)