ANTWOORD 1.
1a. In de optiek van de auteurs van het studieboek is er sprake van een
staat als er een ultieme gezaghebbende organisatie is die effectief gezag
uitoefent over een gemeenschap van mensen op een bepaald
grondgebied.
1b. In het licht van de in het boek gehanteerde kenmerken van een staat
kunnen zowel Rusland als Taiwan worden beschouwd als een staat. Beide
"entiteiten" beschikken over een hoogstgezaghebbende organisatie (de
Russische en Taiwanese overheid) die effectief gezag uitoefent over een
gemeenschap van mensen op hun eigen grondgebied.
Hierop is er wel een kleine kanttekening. Erkenning van een staat is geen
formeel vereiste, maar wel handig als het gaat om internationale
samenwerking, handel en defensie. Bepaalde landen, waaronder China,
erkennen Taiwan niet. Taiwan is ook geen lid van de Verenigde Naties,
waardoor zijn rechtspositie in het internationale verkeer niet wordt
versterkt. Dit vormt, in het licht van het boek, echter geen obstakel voor
het ontstaan en bestaan van een staat.
Rusland is wel lid van de Verenigde Naties en dit versterkt dus haar
rechtspositie in het internationale rechtsverkeer.
ANTWOORD 2.
2a. Het kenmerk van de staat dat ik herken in het handelen van
burgemeester Halsema is dat zij bevoegd is om gezag te kunnen
effectueren over haar gemeenschap en dat zij dwang kan gebruiken ter
handhaving van de gemeenschapsnormen en de openbare orde.
Burgemeester Halsema besloot om de politie in te schakelen die met zijn
geweldsmonopolie de onvreedzame demonstratie stopte en voor de
uitruiming van de universiteit zorgde.
Het kenmerk van de staat dat ik herken in het handelen van de
gemeente Amsterdam is dat zij de burgemeester op het matje riep en
verzocht haar verantwoording af te leggen over de niet vreedzaam
verlopen demonstratie. Het afleggen van verantwoording is een typisch
, kenmerk van de uitvoerende macht ten opzichte van de wetgevende
macht.
2b. Als de demonstranten vanwege het ingrijpen van de burgemeester
hun heil zoeken bij de rechter, dan zouden zij de volgende in Nederland
geldende regelgeving aandragen bij de rechter:
- Artikel 9 Gw, wat inhoudt dat zij recht hebben tot vergadering en
betoging
- Artikel 11 Gw, wat inhoudt dat zij recht hebben op
onaantastbaarheid van het lichaam. Zij kunnen niet zomaar worden
geslagen of slachtoffer zijn van geweld.
- Art. 11 EVRM, wat inhoudt dat zij het recht hebben om te
protesteren
ANTWOORD 3.
a. Aan de hand van de hoofdstukindeling van de Grondwet heb ik
gezien dat hoofdstuk 6 gaat over rechtspraak. De doodstraf is een
zware straffende maatregel. Over dergelijke straffen oordeelt
slechts de rechterlijke macht. Vandaar dat ik heb gekeken in
hoofdstuk 6. In art. 114 Gw heb ik informatie over de doodstraf
gevonden en het blijkt dat dat de doodstraf niet kan worden
opgelegd.
b. Aan de hand van de hoofdstukindeling van de Grondwet heb ik
gezien dat hoofdstuk 1 gaat over de grondrechten. Daarom heb ik
daar gekeken, want onderwijs valt ook onder deze grondrechten.
Het (recht op) onderwijs valt dus onder deze categorie
grondrechten, want in art. 23 lid 1 en 3 Gw wordt klaarblijkelijk
vermeld dat het onderwijs wordt verzorgd door de regering.
c. Aan de hand van de hoofdstukindeling van de Grondwet heb ik
gezien dat hoofdstuk 7 gaat over onder andere de gemeente. De
burgemeester is een orgaan van het openbaar lichaam gemeente
en daarom ben ik tot hoofdstuk 7 gekomen. In art. 131 Gw heb ik
gelezen dat de burgemeester wordt aangesteld en ontslagen door
een in wet in formele zin bepaalde wijze.