Inleiding privaatrecht
Recht = geheel van regels die bepalen wat mag en niet mag in de samenleving
- Regels zijn algemeen geldend en komen uit erkende rechtsbronnen
- Alleen regels die door bevoegde instanties zijn vastgesteld gelden als recht
- Wordt gehandhaafd door de rechterlijke macht
- Kenmerk: afdwingbaarheid > niet naleven kan leiden tot sancties
- Recht verandert mee met maatschappelijke ontwikkelingen
Functies van het recht
- Rechtszekerheid: burgers weten vooraf welke regels gelden
o Vb. toestemming bij verkoop woning
- Rechtsgelijkheid: gelijke gevallen gelijk behandelen
o Vb. discriminatieverbod
- Rechtvaardigheid: toepassing moet eerlijk en billijk zijn
o Vb. redelijkheid en billijkheid
- Conflictoplossing: rechter beslecht geschillen
o Vb. burenruzie over erfgrens
- Ordening samenleving: spelregels voor samenleven
o Vb. verkeersregels, huurcontract
Rechtsbronnen = herkomst van de rechtsregels
1. Verdragen: afspraken tussen de staten (EVRM, VWEU)
2. De wet: regels in het BW, Grondwet, bijzondere wetten
3. Jurisprudentie: uitspraken rechters, m.n. Hoge Raad
4. Gewoonte: vaste gebruiken met rechtsgevoel (voorwaarden: bestendig gebruik en
rechtsovertuiging)
5. Rechtswetenschap: literatuur en commentaren
Daarnaast zijn er interpretatiemethoden: manier waarop rechter betekenis geeft aan regels.
Samen vormen deze bronnen het fundament van het recht.
De wet is tot stand gekomen door regering en Staten-Generaal. Het traject loopt als volgt;
voorstel > behandeling > stemming > bekrachtiging > publicatie in Staatsblad.
De wet geldt pas ná publicatie in Staatsblad.
De wet is de belangrijkste rechtsbron in Nederland.
Verdragen zijn internationale afspraken tussen staten, bindend voor Nederland.
- EVRM: bescherming van mensenrechten
- VWEU: interne markt, vrij verkeer binnen EU
Verdragen kunnen directe werking hebben in Nederland. Deze gaan namelijk voor de
nationale wetgeving, de rechter moet strijdige wet buiten toepassing laten.
Jurisprudentie en gewoonte zorgen samen voor flexibiliteit in het recht.
Rechtswetenschap zijn:
- Bronnen: commentaren, handboeken, tijdschriften
- Functie: systematiseren, uitleggen, kritiek leveren
- Invloed: rechter en wetgever gebruiken inzichten bij beslissingen
,Interpretatiemethoden: manieren waarop de rechter betekenis geeft aan regels:
- Grammaticaal: tekst uitleggen volgens gewone taal
- Wetshistorisch: kijken naar totstandkoming
- Systematisch: betekenis in verband met andere bepalingen
- Anticiperend: vooruitlopen op nieuwe wetgeving
- Teleologisch: doel en strekking van de regel
In de praktijk is het een combinatie van methoden in één zaak.
Materieel recht: bepaalt welke rechten en plichten burgers hebben. Richt zich op wát mag,
moet of verboden is.
Formeel recht: hóe materiële rechten in de praktijk afgedwongen worden. Richt zich op
procedures, bewijs, bevoegdheden en termijnen.
Zonder materieel recht geen inhoud, zonder formeel recht geen afdwinging.
Wet in formele zin: tot stand gekomen door regering + Staten-Generaal. Het gaat om de
vorm/instantie, niet om de inhoud.
Vb. Burgerlijk Wetboek, Leerplichtwet, Grondwet
Wet in materiële zin: iedere algemene, bindende regel die geld voor burgers. Ongeacht wie
hem vaststelt (ook lagere overheden).
Vb. Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), gemeentelijke APV
Het kan ook voorkomen dat een regel beide tegelijk is, dus formeel en materieel.
Objectief recht: geheel van geldende rechtsregels in Nederland. Neutraal, algemeen en
onafhankelijk van personen.
Vb. dat eigendom het meest omvattende recht op een zaak is.
Subjectief recht: individuele recht dat een persoon kan uitoefenen.
Vb. Jan heeft als eigenaar het subjectieve recht zijn fiets terug te vorderen.
Niet alle regels in het privaatrecht laten partijen dezelfde vrijheid.
Er zijn drie categorieën:
1. Aanvullend recht = regels die gelden als partijen niets anders afspreken (doel:
flexibiliteit, contractsvrijheid)
2. Dwingend recht = regels waarvan je niet mag afwijken (doel: bescherming zwakkere
partij)
3. Semi-dwingend recht = regels waarvan alleen in een bepaalde richting mag worden
afgeweken (meestal alleen ten gunste zwakkere partij)
Privaatrecht = burgers ↔ burgers en bedrijven onderling
Publiekrecht = overheid en burger ↔ overheden onderling en organisatie overheid
(on)geschreven recht = niet alle rechtsregels staan letterlijk in een wet; ook ongeschreven
recht speelt een rol. Rechters gebruiken beide.
Geschreven recht = vastgelegd in wetten, verdragen, verordeningen
Ongeschreven recht = ontstaat uit gewoonte en algemene rechtsbeginselen
,Rechtsbevoegdheid = het privaatrecht begint bij de vraag wie de drager kan zijn van
rechten en plichten. Dit is het vermogen om rechten en plichten te hebben.
- Natuurlijke personen = vanaf geboorte tot overlijden
- Rechtspersonen = NV, BV, stichting, vereniging
Zonder rechtsbevoegdheid kan iemand geen contract sluiten of eigenaar zijn.
Dit is niet hetzelfde als handelingsbekwaamheid.
Onderscheid tussen de dragers van rechten en de voorwerpen van rechten:
Rechtssubjecten = personen die rechten en plichten hebben
Vb. natuurlijke personen en rechtspersonen
Rechtsobjecten = zaken of vermogensrechten waar die rechten op rusten of voor gelden
Vb. woning, auto, auteursrecht, geldvordering
Zonder subject geen drager, zonder object geen inhoud.
Veel rechtsgevolgen ontstaan door gebeurtenissen of handelingen:
Rechtsfeit = gebeurtenis die rechtsgevolgen heeft, al dan niet bewust
Vb. geboorte, overlijden, aanrijding
Rechtshandeling = bewuste handeling gericht op rechtsgevolg
Vb. koopovereenkomst, testament, schenking
Alle rechtshandelingen zijn rechtsfeiten maar niet alle rechtsfeiten zijn rechtshandelingen.
Overlijden (rechtsfeit) → erfenis gaat over op erfgenamen.
Testament (rechtshandeling) → erfenis wordt geregeld volgens de wil van de erflater.
Vorderingsrecht kan bestaan in theorie, maar moet soms via een rechtsvordering in de
praktijk worden afgedwongen.
Vorderingsrecht = recht van schuldeiser om van schuldenaar een prestatie te eisen
Rechtsvordering = procedure bij rechter om vorderingsrecht af te dwingen
Handelingsbekwaamheid = vermogen om zelfstandig rechtshandelingen te verrichten
Beschikkingsbevoegdheid = bevoegdheid om een goed te vervreemden/bezwaren
Onderscheid: je kunt handelingsbekwaam zijn maar beschikkingsonbevoegd en andersom.
Schakelbepaling = bepaling die regels van toepassing verklaart op vergelijkbare of
verwante situaties. Doel: zorgen voor eenheid en consistentie binnen BW.
Werking: door de schakelbepaling wordt een hele set regels “doorgekoppeld” naar een
andere situatie
, Open normen: redelijkheid. Soms is de wet niet volledig en vult het recht open normen in.
De belangrijkste is redelijkheid en billijkheid.
Redelijkheid = maatstaf van wat in een situatie eerlijk en redelijk is
- Aanvullende werking = vult leemtes in een overeenkomst
- Beperkende werking = kan toepassing van een wettelijke of contractuele regel
beperken
Rechters gebruiken redelijkheid en billijkheid in concrete geschillen:
- Gerechtvaardigde verwachtingen van partijen
- Belangenafweging
- Wat in de samenleving als eerlijk wordt gezien
Open normen: goede trouw
= iemand handelt te goeder trouw als hij iets niet wist en ook niet had hoeven weten
- Bescherming van eerlijke derden
- Belangrijk bij goederenrecht → bijv. verkrijging van een goed
- Omstandigheden van het geval spelen altijd grote rol
Als er iets niet klopte → niet te goeder trouw
Open normen: verkeersopvattingen
Naast redelijkheid en goede trouw spelen ook verkeersopvattingen een rol
= wat in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk of aanvaard is.
Helpt rechters bij invulling van vage begrippen en aansluiten bij maatschappij.