Klas: Vwo 6
Stof: Allerlei formules
, Hoofdstuk 13: Allerlei formules
Voorkennis: Periodieke verschijnselen
Theorie A: Periode, evenwichtsstand en amplitude
hoogste stand+laagste stand
Evenwichtsstand =
2
Amplitude = hoogste stand – evenwichtstand
Periode = is de tijd voordat de herhaling opnieuw gebeurt.
13.1 Sinusoïden
Theorie A: De grafiek van y = sin(x)
Een punt in de grafiek geef je aan als (x, y).
π radialen = 180 graden, dus 1 radiaal = 180 : π = 57,3 graden
Theorie B/C: De formule y = a + b sin (c (x – d))
2π
De periode van y = sin(cx) is
c
a is de evenwichtsstand.
b is de amplitude.
2π
c is de
periode
d is het punt (d, y) waar de lijn stijgend door de evenwichtsstand gaat.
Vermeld op de toets altijd de vier bovengenoemde kenmerken.
Bij het tekenen teken je eerst de snijpunten op de x-as en daarna de hoogste en laagste
punten. Vaak wordt aangegeven tussen welke punten op de x-as je dit moet tekenen.
13.2 Toepassing van sinusoïden
Theorie A: Een formule van een sinusoïde opstellen