Klas: Vwo 5
Stof: Hoofdstuk 1, 3 en 4 (Systeem aarde)
, Hoofdstuk 1: De actieve aarde
1.1 Ontstaan en opbouw van de aarde
Het verleden van de aarde:
De schotse geoloog Hutton bedacht in de achttiende eeuw het actualiteitsbeginsel,
hij ging ervanuit dat de processen die we nu op aarde zien, vroeger ook zo hebben
gewerkt. Bijvoorbeeld: een rivier die zich heeft ingesleten in een dal zal dat nu
hetzelfde doen als vroeger en waarschijnlijk dan ook onder hetzelfde tijdsbestek. Het
heden vormt dus de sleutel tot het verleden.
De kraamkamer van de aarde:
Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden ontstonden in een kleine nevel van heet gas en
stof, door samentrekking en zwaartekracht, concentraties van deeltjes. De grootste
massa werd het begin van een ster, onze zon. In de nevel vormden zich rondom de
protozon planeetachtige lichamen. Omdat ze door de zwaartekracht in botsing
kwamen, werden de lichamen groter en groter. Uiteindelijk ontstonden zo 8
planeten.
Miljarden sterren van gasnevels vormen samen met onze zon een cluster: een schijf
iets dikker in het midden, met spiraalarmen. Dit is een sterrenstelsel, ons
melkwegstelsel.
Schillen
Er zijn twee belangrijke eigenschappen die een grote rol spelen in de vorming van de
continenten, oceanen en landschappen:
1. Vloeibaar water
2. De inwendige gelaagdheid van de aarde
Door onderzoek kwamen we erachter dat de aarde bestaat uit verschillende schillen
met specifieke eigenschappen. Hierbij kijken we naar 2 soorten eigenschappen: de
chemische en de fysische.
De chemische samenstelling: Zware elementen zoals ijzer en nikkel zakten naar de
kern van de aarde. Zo ontstond een kern van ijzer. De aarde bestaat uit schillen
doordat er vaak hemellichamen zijn ingeslagen op aarde waardoor processen soms
opnieuw moest beginnen.
- Aardkern: Het binnenste van de aarde, bestaat voornamelijk uit ijzer. De
temperaturen liggen hier waarschijnlijk tussen de 5.000 en 6.000 graden.