Psychologie hoorcollege 5
Gedrag aanleren
Lesdoelen:
• De student kent de oorsprong van operant conditioneren
• De student kent het proces van operant conditioneren en kan de bijbehorende concepten
uitleggen
• De student kent de gevolgen van bekrachtigen en straffen in de praktijk
__________________________________________________________________________________
Wat is leren?
Eenvoudig leren: habituatie, mere-exposure
Complex leren: mentale processen, gedrag
H1: Operant conditioneren
Operant conditioneren: nieuw gedrag aanleren (kan niet bij klassiek conditioneren),
onderdeel van behaviorisme.
Skinner: meten of nieuw gedrag aangeleerd kan worden.
Thorndike: ‘trial and error’ (iets toevallig te doen) en ‘wet van effect’ (iets wat fijn voelt, iets
wat positief effect heeft, ga je vaker doen)
Skinner: een bekrachtiger moedigt leren aan
Beiden starten met toevallig gedrag
De kans op een respons verandert door de gevolgen ervan.
Beloning en straf volgt op gedrag, waardoor de kans op dit gedrag toe- of afneemt.
Verklaart het aanleren van complex gedrag!
Klassiek conditioneren: gedrag is gekoppeld aan wat er eerder is gebeurd.
Operant conditioneren: gedrag komt door wat het gevolg was. (Werkt niet als het maar over
1 keer gaat)
H2: Bekrachtiging
6 soorten bekrachtiging:
Positieve bekrachtiging: iets leuks toevoegen (bijvoorbeeld een sticker geven)
Negatieve bekrachtiging: iets niet leuks weghaalt
Sociale bekrachtiging: in relatie (complimentje geven, laten zien dat iemand gezien wordt)
(Beste bekrachtiger!)
Materiele bekrachtiging: spullen geven
Primaire bekrachtiging: primaire behoefte bekrachtigen (eten, drinken, seks, onderdak)
Secundaire bekrachtiging: zaken die zorgen voor de primaire behoeften, maar het niet zijn
(geld)
Varianten van bekrachtigen:
Premarck-principe: bepaald gedrag tot stand brengen vaak d.m.v. onderhandelen (als je dat
doet, mag je dan…) Minder gewilde activiteit voor een gewilde activiteit.
Gedrag aanleren
Lesdoelen:
• De student kent de oorsprong van operant conditioneren
• De student kent het proces van operant conditioneren en kan de bijbehorende concepten
uitleggen
• De student kent de gevolgen van bekrachtigen en straffen in de praktijk
__________________________________________________________________________________
Wat is leren?
Eenvoudig leren: habituatie, mere-exposure
Complex leren: mentale processen, gedrag
H1: Operant conditioneren
Operant conditioneren: nieuw gedrag aanleren (kan niet bij klassiek conditioneren),
onderdeel van behaviorisme.
Skinner: meten of nieuw gedrag aangeleerd kan worden.
Thorndike: ‘trial and error’ (iets toevallig te doen) en ‘wet van effect’ (iets wat fijn voelt, iets
wat positief effect heeft, ga je vaker doen)
Skinner: een bekrachtiger moedigt leren aan
Beiden starten met toevallig gedrag
De kans op een respons verandert door de gevolgen ervan.
Beloning en straf volgt op gedrag, waardoor de kans op dit gedrag toe- of afneemt.
Verklaart het aanleren van complex gedrag!
Klassiek conditioneren: gedrag is gekoppeld aan wat er eerder is gebeurd.
Operant conditioneren: gedrag komt door wat het gevolg was. (Werkt niet als het maar over
1 keer gaat)
H2: Bekrachtiging
6 soorten bekrachtiging:
Positieve bekrachtiging: iets leuks toevoegen (bijvoorbeeld een sticker geven)
Negatieve bekrachtiging: iets niet leuks weghaalt
Sociale bekrachtiging: in relatie (complimentje geven, laten zien dat iemand gezien wordt)
(Beste bekrachtiger!)
Materiele bekrachtiging: spullen geven
Primaire bekrachtiging: primaire behoefte bekrachtigen (eten, drinken, seks, onderdak)
Secundaire bekrachtiging: zaken die zorgen voor de primaire behoeften, maar het niet zijn
(geld)
Varianten van bekrachtigen:
Premarck-principe: bepaald gedrag tot stand brengen vaak d.m.v. onderhandelen (als je dat
doet, mag je dan…) Minder gewilde activiteit voor een gewilde activiteit.