1. politiek omschrijving?
nemen van allerlei besluiten om het land te besturen
2. Op welke gebieden hebben de besluiten van politici invloed op ons leven?
welvaart, volksgezondheid, infrastructuur, onderwijs, buitenlandse betrekkingen,
openbare orde en veiligheid
3. Waarom belasting betalen?
geld om deze zaken te kunnen regelen, maar kunnen er ook van profiteren.
4. wat is een democratie?
bestuursvorm waarbij de bevolking direct of indirect invloed uitoefent op de politieke
besluitvorming
5. Wat was het referendum?
directe democratie waarbij burgers rechtstreek mogen stemmen over een politiek
vraagstuk of wetvoorstel
6. Wat gebeurt er in een indirecte democratie?
neemt het volk niet zelf beslissingen maar, laat het aan het gekozen parlement over.
7. kenmerken parlementaire democratie?
- burgers hebben politieke grondrechten
- over de politieke besluitvorming bestaan belangrijke regels in de grondwet
- ondanks het meerderheidsprincipe wordt er ook rekening gehouden met de rechten
van minderheden
- er is persvrijheid
8. wanneer spreek je van en dictatuur?
wanneer alle macht in handen is van ´een persoon of een kleine groep mensen
9. Wat is een religieuze dictatuur?
daar is de machtsuitoefening volledig gebaseerd op de islamitische wetgeving
10. Welke kenmerken hebben de dictaturen meestal
- machtenscheiding ontbreekt
- grondrechten worden niet gerespecteerd
- geen vrije pers
- oppositiepartijen verboden
- grote politieke rol voor militairen
- sprake van verkiezingsfraude
- regering kan snel en efficiënt besluiten nemen over zaken
, Politieke stromingen
1. Wat is een ideologie?
samenhangend geheel van ideeën over de gewenste inrichting van de samenleving
2. Wat doet het standpunt links?
gelijkheid tussen mensen verminderen met goede uitkeringen en andere
voorzieningen. Omdat niet iedereen dezelfde mogelijkheden heeft.
3. wat wilt rechts?
zo weinig mogelijk bemoeienis van de overheid op sociaaleconomische bebied
4. horen liberale bij rechts of links?
rechts, ze vinden dat de overheid vooral de eigen verantwoordelijkheid van de
burgers moeten stimuleren
5. Hoe bereikte communisten en sociaaldemocraten het doel van gelijkheid?
Communisten = arbeiders door een revolutie alle macht zouden overnemen
Sociaaldemocraten = via verkiezingen in de regering komen en dan hervormingen
doorvoeren
6. Waarom noemen we socialisten tegenwoordig sociaaldemocraten
ze zijn niet meer tegen een vrijemarkteconomie en de bijbehorende marktwerking.
Maar wel voor gelijkwaardigheid
7. Wat wilde de sociaal democraten, christen democratie en liberalisme?
S = gelijkwaardigheid, C = harmonie, L = vrijheid
8. Zijn de sociaaldemocraten links of rechts?
links, iedere burger gelijke kansen geven (mensen hoger inkomen meer belasting
betalen, goed onderwijs.)
9. wat vinden christendemocraten belangrijk?
zorg voor aarde, naastenliefde
10. waar zitten christendemocraten?
midden
11. Wat is progressief?
vooruitstrevend maatschappij willen veranderen (invoering homohuwelijk, abortus,
duurzame energiebronnen)
12. wat is conservatief?
alles bij het oude behouden
liberaal = rechts
sociaaldemocratisch = midden
confessioneel = midden