Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 40 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Internationaal Open Universiteit 2026

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 40 pagina's

Deze samenvatting behandelt het vak Internationaal recht voor de premaster van de Open Universiteit. Ik heb het tentamen afgerond met een 7,8.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Internationaal Recht
Module 1 Aard en bronnen van internationaal recht
Wat is internationaal publiekrecht?
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen (vooral staten
en internationale organisaties) en biedt een juridisch kader waarbinnen zij deze bevoegdheden
uitoefenen.

Achtergrond en kenmerken van internationaal recht
Wereldwijd van toepassing dus omvangrijk, ook door de vele onderwerpen. Belangrijk om
internationaal afspraken te maken want bijvoorbeeld milieuvervuiling stopt niet bij de grens. Het
internationaal recht heeft deelgebieden met daarin subdeelgebieden. Voorbeeld: mensenrechten is
een deelgebied en daaronder valt internationaal vluchtelingenrecht als subdeelgebied. Internationaal
recht is een systeem dat gebouwd/afhankelijk is op instemming van staten. Er is geen centraal
wetgevend orgaan, geen politie, leger of internationale rechter.

Kernbegrippen van het internationale recht:
 Soevereiniteit: Staten voeren zelf het hoogste gezag op eigen grondgebied en zijn niet
afhankelijk van anderen.
 Territoriale integriteit: Staten hebben het recht hun grenzen te behouden en te beschermen.
 Non-interventie: Staten mogen zich niet bemoeien met interne aangelegenheden van andere
staten.
 Soevereine gelijkheid: alle staten zijn in beginsel juridisch gelijk.

Het internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap. Het doet dit op drie manieren:
1. Toekenning van bevoegdheden
Het internationaal recht bepaalt welke actoren welke taken mogen uitvoeren:
 Staten: zij mogen o.a. grenzen vaststellen, verdragen sluiten en (alleen onder strikte
voorwaarden) oorlog voeren (zoals bij zelfverdediging).
 Internationale organisaties (zoals VN, EU, NAVO): zij handelen binnen het mandaat dat
lidstaten hun geven, bijvoorbeeld sancties opleggen, vrede handhaven of
defensiesamenwerking organiseren.
2. Uitoefening van publiek gezag
 Staten oefenen gezag uit naar hun eigen bevolking.
 Internationale organisaties doen dit namens meerdere staten gezamenlijk, binnen de
bevoegdheden die zij hebben gekregen.
3. Het bieden van een juridisch kader
 Staten zijn soeverein, maar niet onbeperkt: agressieoorlogen en ernstige
mensenrechtenschendingen zijn verboden.
 Internationale organisaties beschikken uitsluitend over de bevoegdheden die hun zijn
toegekend; zij kunnen niet buiten hun mandaat treden (bijv. NAVO is een
defensieorganisatie, geen economische unie).

Kortom: internationaal publiekrecht bepaalt wie mag handelen (Staten, organisaties) én onder welke
beperkingen. Daarnaast kan de betekenis van het begrip internationaal recht worden ontleed in drie
elementen:
 Internationaal: tussen Staten en andere internationale actoren.
 Publiek: uitoefening van gezag namens een gemeenschap.
 Recht: juridisch bindende regels en beginselen.

,Geschiedenis internationaal recht
Het internationaal recht begon op het moment dat onafhankelijke soevereine staten ontstonden. Het
Verdrag van Westfalen in 1648 wordt gezien als het beginpunt. Dit verdrag maakte een einde aan de
Dertigjarige en Tachtigjarige Oorlog, ruim driehonderd politieke eenheden ontworstelden zich aan
het gezag van het Roomse Rijk en het kerkelijke gezag. In dit verdrag werd afgesproken om het
beginsel van territoriale integriteit te respecteren. Hierdoor ontstonden er soevereine staten die met
elkaar rechtsbetrekkingen aangingen. Inmiddels ziet de wereld er anders uit, zo ook internationaal
recht. Het stelsel is complexer en uitgebreider. De basis is nog wel hetzelfde: een staat is soeverein en
is baas binnen haar eigen grenzen, art. 2 lid 4 VN Verdrag.

Bronnen internationaal recht
Het uitgangspunt is art. 38 lid 1 van het Statuut van het Internationaal Gerechtshof 1945.
Formele bronnen (=bindende wetgeving creëren/definiëren):
 Verdragen (afspraken tussen staten/IO’s)
o Bindend voor de partijen die ze hebben aanvaard.
o Voorbeeld: de Verdragen van Genève (1949).
 Besluiten van internationale organisaties
o Wanneer organisaties bevoegd zijn om bindende besluiten te nemen, kunnen deze
verplichtingen scheppen.
o Voorbeeld: VN-Veiligheidsraadresolutie 678 (1990).
 Internationale gewoonte
o Ontstaat uit consistente staatspraktijk én de overtuiging dat die praktijk juridisch
verplicht is (opinio juris). Twee criteria:
 Algemene rechtspraktijk van Staten die omvangrijk en vrijwel uniform is;
 Rechtsovertuiging bij Staten dat zij zich ook aan die praktijk dienen te houden
op grond van het internationale recht.
o Voorbeeld: het folterverbod, dat ook bindt zonder verdrag.
 Algemene rechtsbeginselen
Vier typen beginselen:
1. Beginselen inherent aan het concept recht;
2. Algemene ideeën over rechtvaardigheid;
3. De beginselen die de nationale rechtsstelsels gemeen hebben;
4. Beginselen die fundamenteel zijn voor de internationale rechtsorde zelf.
Secundaire bron:
 Gerechtelijke beslissingen
 Wetenschappelijke geschriften van 'publicisten' (academici en andere internationale
juridische experts)

De formele bronnen zijn van gelijk gewicht en er is geen hiërarchie tussen deze rechtsbronnen. Als er
een conflict is tussen deze bronnen, dan dient er gekeken te worden of de verdragen/besluiten zelf
een regel bevatten over hoe dit opgelost dient te worden. Als dat niet het geval is dan gelden de
volgende conflictregels:
 de latere regel heeft voorrang boven de eerdere regels (lex posteriori);
 bijzondere regels gaan voor algemene regels (lex specialis);
 regels van dwingend recht (jus cogens) hebben voorrang.

Internationaal recht in Nederland
Er bestaat een formele scheiding tussen internationale en nationale rechtsorde. Nationale rechtsorde
wat voor rechtsgevolgen de internationale rechtsorde heeft in de nationale rechtsorde. Hierbij kun je
twee systemen onderscheiden:

,  Monisme: de internationale en nationale rechtsorde worden gezien als één systeem.
Internationale rechtsgevolgen hebben dus direct gevolg voor de nationale rechtsorde.
 Dualisme: de internationale en nationale rechtsorde worden gezien als twee strikt
gescheiden systemen. Hierbij moeten internationale rechtsregels worden omgezet naar
nationale wetgeving om effect te hebben in de nationale rechtsorde.

Nederland zit hier ergens tussenin, ook wel gematigd monistisch genoemd, art. 90 t/m 95 Gw:
 Geldigheid, transformatie/omzetting is niet vereist, maar wel bekendmaking art. 93 en 95
Gw.
 Rechtstreekse werking: de rechter mag een ieder verbindende bepaling direct toepassen, art.
93 Gw.
 Voorrang: nationale wettelijke voorschriften vinden geen toepassing indien zij strijdig zijn met
(een ieder verbindende) bepalingen van internationaal recht, art. 94 Gw.
Belangrijke vraag hierbij is: wanneer is een bepaling een ieder verbindend? De regering kan
hierover een advies geven bij de bekendmaking van de regel. De rechter zal kijken naar de
bedoelingen van de partijen in het verdrag. Rechter neemt hierin het advies van de regering mee,
maar neemt wel een eigen eindoordeel.

PCIJ: Case of the S.S. Lotus (France v. Turkey), PCIJ Rep., Ser. A, No. 10 (1927) (in sourcebook).

ICJ: Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons, [1996] ICJ Rep. 66, paras. 64-87 (in
sourcebook).

ICJ: North Sea Continental Shelf (F.R. Germany v. Denmark; F.R. Germany v. Netherlands), [1969] ICJ
Rep. 3, esp. paras. 60-83 (in sourcebook).

ICJ: Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Nicaragua v. United States), Merits,
[1986] ICJ Rep. 14, paras. 175-179 (in sourcebook).



Module 2 Rechtspersoonlijkheid – Staten en internationale organisaties
Rechtssubjecten
Rechtssubjecten zijn de personen of entiteiten die de bekwaamheid bezitten om deel te nemen aan
het rechtsverkeer in de internationale orde. Het duidt dus op de status die het mogelijk maakt om
deel te nemen aan het rechtsverkeer. In het internationale recht zijn de rechtssubjecten:
 Staten
 Internationale organisaties
 De facto-regimes (en bevrijdingsbewegingen)
 Individuen

Criteria voor rechtssubjectiviteit
Een entiteit wordt als rechtssubject gezien wanneer zij internationale bevoegdheden, rechten of
plichten heeft.
 Effectiviteit
Omdat er geen wereldregering bestaat die regels overal kan afdwingen, kijkt het
internationaal recht vooral naar feitelijke macht en gezag.
o Dit bepaalt bijvoorbeeld welke staten aanspraak kunnen maken op grondgebied en
wie als rechtssubject wordt gezien.
o Feitelijke uitoefening van bestuur en gezag is daarbij een belangrijke aanwijzing.

,  Erkenning door staten
Het is vaak niet duidelijk of een entiteit voldoet aan de klassieke criteria zoals grondgebied,
bevolking, bestuur en het vermogen om internationale verplichtingen aan te gaan. Daarom
speelt het oordeel van andere staten een grote rol.
o Palestina wordt door sommige staten erkend als staat en door andere niet.
o Kosovo kent ook verdeelde erkenning.

De juridische bekwaamheid om deel te nemen binnen de internationale rechtsorde kan op de
volgende manieren:
 Internationale rechtshandelingen verrichten, zoals het sluiten van verdragen;
 Internationale rechten bezitten;
 Rechten op internationaal niveau af bijvoorbeeld in een procedure voor een internationaal
tribunaal;
 Internationale verplichtingen hebben;
 Op internationaal niveau aansprakelijk worden gesteld voor schending van verplichtingen.
Niet alle rechtssubjecten nemen op dezelfde manier deel aan het rechtsverkeer. Volledige
rechtssubjectiviteit is alle hiervoor genoemde manieren en beperkte rechtssubjectiviteit een aantal
maar niet alle hiervoor genoemde manieren. Alleen aan de staat komt volledige rechtssubjectiviteit
toe. Als vuistregel kun je onthouden dat iemand rechtssubjectiviteit bezit al je internationale
bevoegdheden, rechten of plichten bezit.

Staten
Staten zijn de belangrijkste subjecten in het internationaal recht. Belangrijkste kenmerk van staten is
dat zij onafhankelijk van andere staten, publiek gezet uitoefenen over een grondgebied en de daar
levende bevolking.

Wanneer is een staat onder internationaal recht een staat?
Verdrag van Montevideo inzake de rechten en plichten van staten van 1933. Dit verdrag
(verder uitgekristalliseerd naar gewoonterecht) wordt beschouwd als het uitgangpunt. Niet
uitputtend maar worden universeel geaccepteerd als minimumcriteria voor de soevereiniteit
(=formeel onafhankelijk van andere staten):
1. Vaste bevolking: een staat moet beschikken over een stabiele kernpopulatie met
een sterke band of loyaliteit aan de staat, meestal in de vorm van een
nationaliteit.
2. Gedefinieerd grondgebied: een staat moet wettig ononderbroken bezit en
controle over een bepaald kerngebied hebben. Dit sluit entiteiten uit die slechts
tijdelijk territorium besturen, zoals rebellengroepen. Het sluit ook entiteiten uit
die grondbezit hebben verkregen door middel van een onwettige gewapende
macht of annexatie. Het IGH heeft duidelijk gemaakt dat er geen internationale
rechtsregel bestaat waarbij de landgrenzen van een staat volledig moeten
worden afgebakend. Aantal grondslagen om grondgebied vast te stellen (als twee
of meer staten aanspraak maken op hetzelfde gebied): ontdekking, effectieve
bezetting en verdragsbepalingen.
3. (Effectief) gezagsstructuur: een staat heeft een geheel van instellingen die publiek
gezag uitoefenen over de daarop wonende bevolking. Internationaal recht zegt
niets over de wijze waarop een staat georganiseerd moet worden. Als een entiteit
lid wil worden van een internationale organisatie of verdrag dan kunnen er wel
eisen gesteld worden aan de interne organisatie van een staat.
4. Het Verdrag van Montevideo noemt nog een vierde voorwaarde, namelijk het
vermogen om buitenlandse betrekkingen aan te gaan. Echter, dit is geen
zelfstandig element, want dit volgt uit de aanwezigheid van de eerste drie
voorwaarden.

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789054545446 Druk: 2

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
5 augustus 2026
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2026/2027
Type
Samenvatting
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
studentejhs
3,8
(9)
Verkocht
115
Volgers
72
Items
12
Laatst verkocht
3 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen