Tijdvak 1: Jagers en boeren
Tijd Tot 3000 v. Chr.
Periode Prehistorie
Kenmerkend aspect 1: de levenswijze van jagers-verzamelaars
De jagers en verzamelaars leefden tijdens de prehistorie in kleine groepen (20-100
personen) Ze hielden zich in leven door te jagen en voedsel als bessen en noten te
verzamelen. De jagers-verzamelaars zijn nomaden, ze trokken namelijk rond om
voedsel te vinden. Ze hadden geen vaste woonplaats. Ze hadden simpel
gereedschap, zoals stenen en bijlen voor de jacht. Later slaagden ze erin steeds
ingewikkeldere werktuigen te maken, zoals pijlen en bogen. Ook naaiden ze kleding
en maakten ze tenten. Hierdoor waren ze beter bestand tegen de kou, waardoor
verspreiding naar koudere gebieden mogelijk werd. Later ontdekten ze vuur,
waardoor ze het vlees niet meer rauw aten. Bezit is bij de jagers-verzamelaars niet
belangrijk.
De jagers-verzamelaars geloofden in het bestaan van zielen en geesten, in zowel
mensen als in dieren, planten, stenen en natuurverschijnselen. Dit laat zien dat ze
bezig waren met symboliek en het onverklaarbare.
Kenmerkend aspect 2: het ontstaan van landbouw en
landbouwsamenlevingen
De oorzaak van het ontstaan van de landbouwrevolutie was klimaatverandering. De
zomers werden warmer en droger, de winters zachter en natter. Hierdoor kon de
landbouw zich ontwikkelen. Mensen ontdekten dat ze zelf voedsel konden
produceren door gewassen te planten en dieren te gaan domesticeren. Door de
landbouw en veeteelt konden mensen zich in grotere groepen vestigen op vaste
woonplaatsen. Dit is het begin van de landbouwrevolutie, ook wel neolithische
revolutie genoemd. Het was een ingrijpende en blijvende verandering in de
levenswijze van mensen.
Er ontstonden sociale verschillen:
- Boeren die meer verbouwden dan zij zelf gebruikten, betaalden anderen met
voedsel om voor hen te werken.
- Bezit, zoals land en vee, werd belangrijk.
- Het voedseloverschot zorgde ervoor dat niet iedereen meer boer hoefde te
zijn, sommige mensen konden zich specialiseren in ambachten of handel.
Er kwamen steeds meer uitvindingen zoals de ploeg, het wiel en aardewerk.
Tijd Tot 3000 v. Chr.
Periode Prehistorie
Kenmerkend aspect 1: de levenswijze van jagers-verzamelaars
De jagers en verzamelaars leefden tijdens de prehistorie in kleine groepen (20-100
personen) Ze hielden zich in leven door te jagen en voedsel als bessen en noten te
verzamelen. De jagers-verzamelaars zijn nomaden, ze trokken namelijk rond om
voedsel te vinden. Ze hadden geen vaste woonplaats. Ze hadden simpel
gereedschap, zoals stenen en bijlen voor de jacht. Later slaagden ze erin steeds
ingewikkeldere werktuigen te maken, zoals pijlen en bogen. Ook naaiden ze kleding
en maakten ze tenten. Hierdoor waren ze beter bestand tegen de kou, waardoor
verspreiding naar koudere gebieden mogelijk werd. Later ontdekten ze vuur,
waardoor ze het vlees niet meer rauw aten. Bezit is bij de jagers-verzamelaars niet
belangrijk.
De jagers-verzamelaars geloofden in het bestaan van zielen en geesten, in zowel
mensen als in dieren, planten, stenen en natuurverschijnselen. Dit laat zien dat ze
bezig waren met symboliek en het onverklaarbare.
Kenmerkend aspect 2: het ontstaan van landbouw en
landbouwsamenlevingen
De oorzaak van het ontstaan van de landbouwrevolutie was klimaatverandering. De
zomers werden warmer en droger, de winters zachter en natter. Hierdoor kon de
landbouw zich ontwikkelen. Mensen ontdekten dat ze zelf voedsel konden
produceren door gewassen te planten en dieren te gaan domesticeren. Door de
landbouw en veeteelt konden mensen zich in grotere groepen vestigen op vaste
woonplaatsen. Dit is het begin van de landbouwrevolutie, ook wel neolithische
revolutie genoemd. Het was een ingrijpende en blijvende verandering in de
levenswijze van mensen.
Er ontstonden sociale verschillen:
- Boeren die meer verbouwden dan zij zelf gebruikten, betaalden anderen met
voedsel om voor hen te werken.
- Bezit, zoals land en vee, werd belangrijk.
- Het voedseloverschot zorgde ervoor dat niet iedereen meer boer hoefde te
zijn, sommige mensen konden zich specialiseren in ambachten of handel.
Er kwamen steeds meer uitvindingen zoals de ploeg, het wiel en aardewerk.