• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 134 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Bedrijfsdiergeneeskunde Nutsdieren I | UGent Diergeneeskunde | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 134 pagina's

Voor korting stuur me een berichtje (dan regelen we het via app). Gehaald in de 1e zit met een 16/20! Volledige samenvatting van alle lessen incl Voorbeeld examenvragen (die regelmatig terugkomen op het examen).

Voorbeeld van de inhoud

BEDRIJFSDIERGENEESKUNDE NUTSDIEREN I
UIERGEZONDHEID (10 EXAMENVRAGEN)
INLEIDING

Wanneer de koe de melkput in komt gelopen dan zit ongeveer 20% van de melk die ze gaat geven in de uier → hiervan gaat ze dus
ook al melk laten lekken. Dit is niet hetzelfde als melk laten schieten, om melk te laten schieten moet de speen gesCmuleerd
worden. De overige 80% van de melk zit namelijk nog in de melkproducerende cellen. Door het schoonmaken van de speen worden
de myoepitheliale cellen gesCmuleerd → zij gaan samentrekken → ze laten melk schieten.

De rose%e van Fürstenberg is er belangrijk bij de speen (immunologisch), het houdt namelijk bacteriën tegen. De venenring van
Fürstenberg zorgt voor de aanvoer/afvoer van bloed van de speen. De ringspier zal samentrekken wanneer er niet gemolken wordt
(zo wordt het speenkanaal weer afgesloten).

Mas22s bij melkvee is een ontsteking van de uier. Het is in de meeste gevallen ook een infecCe maar in alle gevallen is het een
ontsteking. Een virus kan ook masCCs veroorzaken, dit is in EU nog niet voorgekomen. De voornaamste oorzaak voor masCCs is
een bacterie, bv. Wanneer de barrière minder goed is (irritaCe, trauma).

Alle koeien met mas22s hebben een verhoogd celgetal. Dit is een onderdeel van de ontstekingsreacCe (neutrofielen worden als
eerste reacCe aangetrokken). Niet alle koeien met mas22s hebben koorts!

Intramammaire infecCes ontstaan voornamelijk doordat er kiemen (bacteriën vooral) vanuit de omgeving de uier binnendringen
via het slotgat en het tepelkanaal. Mas22s kan zeker ook ontstaan via de hematogene weg (mycoplasma!). Mycoplasma wordt
bij veel koeien subklinisch thv het AH-stelsel gedragen, stress kan voldoende zijn om mycoplasma naar de uier te laten gaan.

Steriele uierontsteking: ontstekingsreacCe op de celwand van een gramnegaCeve E. Coli, er zal geen kiem teruggevonden worden.

MasCCs = ontstekingsreacCe waardoor → ↑ ontstekingscellen & ↑ celgetal. In de uier ziYen alCjd immuuncellen klaar om
bacteriën te verwijderen. In de prakCjk is het ideaal om voor 1 kiem bacterie – 1 ontstekingscel te hebben om de ontstekingsreacCe
te kunnen klaren. Alle ziekteverwekkers hebben specifieke moleculaire patronen de zogenaamde “Pathogen derived Molecular
Paterns” of PAMPs die kunnen worden herkend en gedetecteerd door de pathogene herkenningsreceptoren of de zogenaamde
“Pathogen RecogniCon Receptors” of PRRS waarvan de toll-like receptoren (zogenaamde TLR) de bekendste en meest
voorkomende familie zijn. De interacCe tussen de PAMPs en TLR resulteert in de acCvering van het NF-kappa-β transcripCecomplex
dat op zijn beurt de acCviteit van meer dan 200 immuun gerelateerde genen van de koe reguleert. De acCvaCe van het NF-kappa-
β transcripCecomplex leidt tot de producCe van pro-inflammatoire cytokines.

De epitheelcellen zijn de eerste barriere, ongeveer 70% van alle cellen in de melkklier bestaan uit epitheelcellen. Er kan gesteld
worden dat de interacCe van PAMPs met TLR op boviene epitheelcellen leidt tot de acCvaCe van de aangeboren of aspecifieke
immuunrespons in de gastheer. Deze gebeurtenis begint meestal 4 tot 96 uur na de blootstelling aan de ziekteverwekkers en omvat
de rekrutering van afweercellen zoals neutrofielen

In een gezonde uier mogen maximaal (tankmelk):

• 150.000 cellen/mL ziYen voor eerste kalfsdieren
• 250.000 cellen/mL ziYen voor volwassen dieren
• Officiële grens: 400.000 cellen/mL. Wanneer het gemiddelde van de afgelopen 3 maanden hoger dan dan 400.00
bedraagt moet de veehouder een boete betalen (0,62 cent/ 100L). 400.000 is geen goede maatstaaf voor subklinische
uierontsteking.
• Gezond kwarCer: <100.000 cellen/mL
• Streefwaarde <200.000 cellen/mL (bedrijven met weinig subklinische masCCs – gezonde koeien)
• Grenswaarde: <300.000 cellen/mL (> = bedrijven met problemen)

EXTRA INFORMATIE UIT HET BOEK

• % BO (bacteriologisch onderzoek) – koeien (= aYenCekoeien). Deze BO- aYenCe wordt gegeven aan koeien waarvan het
gemiddelde Cjdens de laatste drie celbepalingen boven de 250.000 cellen/mL uitkomt. Bij vaarzen ligt de grens op 200.000
cellen/mL.
1

, • Veranderingen melk (sub)klinische masCCs: daling K⁺, sCjging Na⁺ & Cl → zoute smaak. Daling lactose gehalte
• Tankmelk onderzoek: 4x per maand. Vet en eiwitbepalingen worden bij iedere melkophaling uitgevoerd
• Individueel celgetal:
o Gezonde uier (eerste lactaCe) 20-30.000. SCjgt bij het ouder worden en in de loop van de lactaCe
o Streefwaarde 40.000 (< = gezond, > = problemen)
o Boete: > 100.000
• Vriespunt: geev aan of de melk water bevat
• Coligetal: hoog = mest in de melk. Aantal coliforme bacteriën per ml melk (mag niet hoger zijn dan 50/mL)
• Ureumgehalte: weinig waarde, fluctueert enorm.

SUBKLINISCHE VS KLINISCHE MASTITIS

Subklinische mas22s: de uier vertoont geen roodheid, verdikking, afwijkingen. De enige afwijking die teruggevonden wordt is een
afwijkend celgetal.

Een klinische mas22s vertoont macroscopische afwijkingen aan de uier. Klinische masCCs kan onderverdeeld worden in 3
verschillende graden:
• Mild – graad A
o Afwijking aan de melk: waterig of juist klonters
• MaCg – graad B
o Afwijkingen aan de melk en uier. Koe is niet algemeen ziek
o Hard, gezwollen, pijnlijk kwarCer
• ErnsCg – graad C
o Afwijkingen aan de melk, uier en de koe is ernsCg algemeen ziek
o Systemische symptomen zijn o.a. koorts (>39,5), lethargie, anorexia, diepliggende ogen en een gedaalde eetlust

De meest voorkomende vorm van masCCs is subklinisch. De van klinische vorm komen graad A en B het vaakst voor, deze twee
mogen ook zelf behandeld worden door de veehouder. Bij graad C moet de veehouder de DA bellen!

Klinisch geïnfecteerde koeien MOETEN gedetecteerd worden, volgens de wetgeving mag er geen abnormale melk in de tankmelk
ziYen. Zij mogen dus ook absoluut niet meegemelkt worden met de tankmelk. Hierdoor is een snelle en doordachte behandeling
noodzakelijk! De koeien kunnen onmiddellijk met AB worden behandeld in de uier en/of spieren. Wegens verminderd en
verantwoord AB gebruik wordt tegenwoordig vaker selec2ef behandeld. Bij een maCge – milde klinische masCCs worden eerst
melkstalen genomen voor bacteriologisch onderzoek (18-24u). Tot de uitslag er is wordt de koe ondersteund met
NSAIDs/vloeistovherapie. Obv de uitslag van het bacteriologisch onderzoek wordt besloten de koe al dan niet met AB te
behandelen. Bij een negaCef resultaat of isolaCe van een gram negaCeve kiem wordt er geen AB gegeven! Bij gram posiCeve
bacteriën wordt er wel gestart met AB.

Subklinisch geïnfecteerde koeien worden niet echt gedetecteerd tenzij er individueel melkcelgetal OZ wordt gedaan. Gevolgen:
• Invloed op tankmelkcelgetal wanneer er meerdere koeien subklinisch geïnfecteerd zijn (niet door 1 koe)
• Besmeyng koppelgenoten
o Belangrijkste punt vanuit de DA, je kan nooit succesvol zijn als de ene koe de andere koe blijv besmeYen
• SubopCmale producCe
o Als het veel koeien zijn die allemaal een beetje minder produceren gaat het op het einde een groot verlies zijn
• Klinische opflakkering mogelijk

Het is belangrijk om een onderbouwde beslissing te maken! Deze koeien hoeven niet direct behandeld te worden, beter om ze in
het oog te houden. Zij kunnen immers spontaan genezen. Maar koeien met een subklinische infecCe kunnen wel een bron van
infecCe zijn voor andere koeien, ze geven minder melk, zijn gevoeliger voor het doormaken van een klinische masCCs → dit moet
allemaal in acht genomen worden!




2

,FACTOREN DIE DE UITKOMST VAN EEN INTRAMAMMAIRE INFECTIE BEPALEN

• Immuniteit dier, dierfactoren (leevijd, aantal lactaCes etc)
o Immuniteit is zeer belangrijk maar er zijn helaas maar weinig mogelijkheden om te bepalen welke koe een betere
immuniteit heev van de andere
• Type masCCsverwekker
o Pathogeniciteit van de stam
o De uitslag van een melkstaal is niet alCjd voor de hand liggend, als de uitslag een E. Coli infecCe geev wil dat niet
zeggen dat E. Coli ook de veroorzaken van de masCCs is. Veel koeien komen er mee in contact, de meeste doen
geen uierontsteking
• InfecCedruk
o Kan goed beoordeeld worden. Hier wordt bij een onderzoek naar de oorzaak alCjd begonnen. Wanneer de ID
laag is kan eventueel gekeken worden of er iets mis is met de immuniteit van de dieren (maar dit is erg lasCg)

INFECTIEDRUK

Des te meer bacteriën er in de uier kunnen binnendringen, hoe erger de ontstekingsreacCe zal zijn en hoe waarschijnlijker het ook
is dat deze ontstekingsreacCe gepaard gaat met klinische symptomen.

De uierhygiëne is een belangrijke indicator voor de mate van blootstelling aan masCCs verwekkers op een melkveebedrijf. (50%
uierhygiënescore van 3 of 4 → 1.5x meer kans op klinische masCCs en 2.5x meer kans op masCCs veroorzaakt door E. coli).

Wanneer de speentop niet in een goede condiCe is (trauma opgelopen Cjdens het melken is vaak de oorzaak) dan gaat het slotgat
alCjd een beetje open staan. Wanneer de ID dan hoog is, is er een verhoogde kans op masCCs. Normaal hoort het slotgat direct
na het melken te sluiten.

KIEM

Wanneer E. Coli de veroorzaker is van de infecCe dan is de kans veel groter dat het een ernsCge infecCe wordt (in vergelijking met
S. Aureus, S. Uberis, S. DysgalacCae). In de meeste gevallen is de infecCe gelukkig wel maCg.

Kiemen worden onderverdeeld in major & minor pathogens. Streptococcus spp., s. Aureus en s. AgalacCa zijn major pathogens.
CNS is een minor pathogen. Bij major pathogens wordt een hoger celgetal gezien, op basis hiervan kan dus gezegd worden of de
koe te maken heev met een major en minor pathogenen. Obv het celgetal kan niet gezegd worden welke kiem de veroorzaker is.

WEERSTAND VAN DE KOE

Uit onderzoek blijkt dat bij een betere immuniteit het celgetal na een masCCs sneller gaat dalen. Bij een slechte immuniteit wordt
gezien dat het celgetal niet snel genoeg daalt en er een vergrooYe kans is op een ernsCgere ontstekingsreacCe. E. Coli heev bv
elke 20 min een verdubbeling van het aantal bacteriën, er is dus een goede immuniteit nodig om hiervan af te geraken.

Er wordt alCjd een piek van klinische masCCs gezien net na het kalven, dit heev te maken met een verminderde weerstand. Het
aantal neutrofielen is ook minder in het begin van de lactaCe.

VOORKOMEN VAN MASTITIS

KLINISCHE MASTITIS

Er zijn zeker ook bedrijven met weinig problemen, hoe kan het dat er bedrijven zijn met zoveel klinische mas99s?

Laag celgetal: goede uiergezondheid. Stel de grens wordt op 200.000 cellen/mL gesteld dan zien we dat de meeste bedrijven hier
niet aan voldoen (50% van de bedrijven blijv over). Wanneer dan naar de overgebleven 50% gekeken wordt dan wordt gezien dat
deze bedrijven een laag celgetal hebben → zij hebben dus mogelijks wel een goede uiergezondheid (lage prevalenCe van
subklinische masCCs). Maar van deze 50% zijn er wel bedrijven die een laag celgetal hebben maar wel koeien hebben met een
klinische masCCs. Hierdoor is er een grens ingesteld: maximaal 2% van de koeien/maand mogen een klinische masCCs hebben
(grenswaarde 3%). Wanneer een bedrijf hier dus boven komt valt deze ook weg, er blijven dan nog maar weinig bedrijven over
met echt ‘gezonde’ koeien!


3

, BELANG VAN MASTITIS

MASTITIS LEIDT TOT

1. Stress, Cjdverlies, verlies arbeidsvreugde
o Zeker als het eigen familie is die voor de koeien zorgt, ze geven toch veel om de koeien, de koe moet gesepareerd
worden, mag niet mee gemolken worden → dit kost allemaal veel Cjd en geev stress
2. Massaal gebruik van AB
o Residuen
o ResistenCe
3. Inbreuk op dierenwelzijn – klinische masCCs
o Geev milde – maCge pijn (of soms juist heel ernsCg)
4. Voedselverspilling
o 19 miljoen liter melk wordt jaarlijks weggegooid
5. Economische verliezen
o SubopCmale melkproducCe, te vroeg opruimen, thuishouden melk, extra geneesmiddelen, extra arbeid,
dierenartskost, kwaliteitsverlies, problemen met de melkverwerking
o Een koe met klinische masCCs produceert bv 5% minder (500kg x 0,37€ = 185 €), niet geleverde melk: 3 dagen
behandeling = (8 x 35 kg x 0,37 € = 104 €), kosten behandeling (DA, geneesmiddelen = 50 €). Totaal €339,-!
§ Grootste kost kan toegewezen worden aan melkproducCeverliezen. Ook na de masCCs zal de
melkproducCe nog gedaald zijn, het uierweefsel gaat zich nooit volledig herstellen.
o Voorbeeld een veehouder met 100 melkgevende koeien, elke maand krijgen 3 koeien klinische masCCs (36% per
jaar – want 3*12 =36 koeien). 36 gevallen per jaar x 339,- = €12204,- verlies/jaar!
§ Streefwaarde: 2% (6% per kwartaal of 25% per jaar), grenswaarde: 3% (9% per kwartaal of 35% per
jaar)
o Subklinische masCCs: melkproducCedaling, boetes/gemiste premies door verhoogd tankmelkcelgetal,
opflakkering tot klinische masCCs
o Percentage koeien dat wegens uier- en/of speenproblemen gedurende het laatste jaar is opgeruimd
§ Grenswaarde bedraagt 7% en de streefwaarde < 5%

WELK ASPECT AAN MASTITIS IS HET MEEST VERVELENDE VOLGENS MELKVEEHOUDERS?

1. Extra arbeid
2. Financiële consequenCes
3. Onzekerheid over genezing koe
4. Dierenleed
5. Extra stress/zorgen rond residuen in de melk

MICROBIOLOGIE – MASTITISVERWEKKERS

CLASSIFICATIE
OP BASIS VAN DE STRUCTUUR VAN DE CELWAND

• Gram posiCef vs gram negaCef
• MasCCsverwekkers zonder celwand

Gram posi2ef: gram posiCeve kiemen hebben een dikke pepCdoglycaanlaag. Gram nega2eve kiemen hebben geen dikke PG-laag.
Zij hebben we LPS (endotoxines) waardoor zij een ernsCgere ontstekingsreacCe kunnen veroorzaken. Dit is niet alleen nadelig voor
de koe maar ook voor de bacterie. De ontstekingsreacCe is vaak iets te hevig waardoor er zelden een persistente infecCe gezien
wordt met een gram negaCeve kiem (zoals E. Coli).

De kleuring gebeurt volgens verschillende stappen:
1. Kristalviolet dringt door de PG-laag
2. Lugol: bindt met kristalviolet in de PG-laag
3. Ethanol: geen binding = wegwassen van de kleurstoffen (gram negaCef). Wel binding → paarse kleur = gram posi2ef
4. Safranine toevoegen: rode kleur = gram nega2ef

4

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
30 juli 2026
Aantal pagina's
134
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€16,98

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
MTdgkstudent
5,0
(7)
Verkocht
55
Volgers
11
Items
16
Laatst verkocht
3 dagen geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen