In 1842 bestond het Chinese keizerrijk al meer dan 2000 jaar. Het bestuur was gebaseerd op de
ideologie van Confucius (v.C. 500). Volgens confucianisme was het streven naar harmonie en
orde en het vermijden van chaos het belangrijkste → iedereen moest zich houden aan
traditionele deugden als plichtsbetrachting, beleefdheid en eerbied voor ouderen.
Bovenaan stond de keizer, die regeerde met het hemels mandaat, de toestemming van de hemel
en die werd geholpen door een groot ambtenarenapparaat.
In de 19e eeuw regeerde de dynastie van Qing
- Voortgekomen uit de Matsjoe-veroveraars die in 1644 de keizerlijke troon hadden
veroverd vanuit Mantsjoerije
- Na een periode van achteruitgang onder hun voorgangers, kwam er opnieuw een lange
tijd van rust, vrede en welvaart onder de Qing
- China was het welvarendste rijk op aarde en ze hadden weinig behoefte iets van anderen
te leren
Maar het centrale gezag werd verzwakt, door
- Natuurrampen, overbevolking → hongersnoden
- Corruptie binnen het bestuur
- Politieke crisis door opstanden om religieuze / sociaaleconomische redenen
Europeanen voeren al lange tijd naar China voor producten zoals zijde, porselein en thee → keizer
wees de havenstad Kanton aan als enige haven voor buitenlanders
Europeanen smokkelen opium naar China via Kanton, gevolgen
- Miljoenen verslaafd
- Negatieve handelsbalans → grote economische schade
→ Chinese regering verbiedt opiumhandel, maar corrupte ambtenaren lieten het tegen betaling
toe
1839; keizer Daoguang liet ruim miljoen kilo opium van Britse handelaren in beslag nemen en
verbranden
De Britse regering reageerde woedend en stuurde oorlogsschepen → Eerste Opiumoorlog
- De Britten veroverden met groot gemak forten en kustplaatsen
• Maakte duidelijk dat de verhoudingen in de wereld door de wetenschappelijke /
industriële revolutie veranderd waren → Chinezen waren kansloos tegen de
technologisch en organisatorisch superieure Britten
Oorlog eindigde met Verdrag van Nanking (1842)
- Schadevergoeding voor Britten
- Hongkong wordt Engelse factorij
- Onbeperkte handel in 5 havensteden
, Na de Britten sloten ook andere westerse landen ongelijke verdragen met China
- Verlies van zeggenschap over grondgebied
- Mislopen van inkomen uit economisch centra
Terwijl westerse landen steeds meer opeisten, probeerden de Chinezen onder de afspraken uit
te komen → Tweede Opiumoorlog (1856)
- Frans-Britse troepenmacht bezette Peking
- Opiumhandel volledig vrij
- China moest nog 10 verdragshavens openstellen
→ Westerse landen mogen daar handelen en wonen
- Buitenlanders krijgen exterritoriale rechten
• Ze vallen onder de wetten van hun eigen land
- Ze wonen in aparte wijken (concessies)
• Eigen bestuur en politie
→ Hele stadsdelen krijgen een westerse uitstraling
→ China verliest invloed en zelfstandigheid
Toename van
- Binnenlands verzet tegen falende centrale gezag van de Qing dynastie
- Protesten tegen de buitenlandse inmenging en beïnvloeding
→ Christelijke Taiping willen een einde maken aan de Qing dynastie en aan de macht van de
westerse mogendheden over China (1851), doelen
- Afscha`ing confucianisme
- Afscha`ing privébezit
- Gelijkstelling mannen en vrouwen
- Ophe`ing ongelijke verdragen
Taiping nemen een groot deel zuidoosten en oosten van China in, maar na 14 jaar worden ze
verslagen met hulp van het westen (1864)
Nian komen in het noorden in opstand na grote overstromingen, zij willen voedsel en
rijkdommen → lukt Qing met grote moeite om ze in 1868 te verslaan met hulp van Fr en VK
Opstanden en toenemende westerse invloed → zelfversterkingsbeweging
- Beweging in kringen van de Chinese regering om China sterk te maken mbv moderne
technologie
- Vasthouden aan confucianisme
- Modernisering naar westers en Japans voorbeeld
- Bereikte resultaten op economisch, militair en bestuurlijk terrein, maar veranderingen
bleven beperkt tot de steden
Problemen
- Tegenwerking conservatieven