Les 1
Acuut hartfalen
Acuut hartfalen is een situatie waarbij het hart plotseling onvoldoende
bloed kan rondpompen om aan de zuurstof- en voedingsbehoefte van het
lichaam te voldoen. Hierdoor ontstaat een tekort aan zuurstofvoorziening
van organen en kunnen vitale functies verstoord raken.
Oorzaken:
Myocardinfarct, ernstige hypertensie, hartritmestoornissen,
klepafwijkingen, cardiomyopathie, overvulling van vocht, longembolie
Gevolgen:
1. Minder hartminuutvolume --> minder doorbloeding van de organen.
2. Vocht hoopt zich op doordat het hart onvoldoende pompt.
3. Verhoogde druk in de longcirculatie --> longoedeem.
4. Verminderde zuurstofvoorziening --> compenseren, hogere hartslag
+ snellere ademhaling.
Het lichaam probeert te compenseren door: tachycardie, vasoconstrictie,
activeren RAAS-systeem.
Links hartfalen: longen --> dyspnoe
Rechts hartfalen: rest van het lichaam --> oedeem.
Linkszijdig hartfalen Rechtszijdig hartfalen
Linkerkamer pompt onvoldoende Rechterkamer pompt onvoldoende
bloed naar het lichaam bloed naar de longen
Bloed hoopt zich op in de Bloed hoopt zich op in de grote
longcirculatie lichaamscirculatie
Longstuwing en mogelijk Vochtophoping in het lichaam
longoedeem
Dyspneu (kortademigheid) Perifeer oedeem (vocht in
benen/enkels)
Orthopneu (benauwd bij platliggen) Gewichtstoename door
vochtretentie
Tachypneu (snelle ademhaling) Ascites (vocht in de buik)
Crepitaties bij auscultatie Opgezette halsvenen (verhoogde
CVD/JVP)
Lage saturatie Vergrote lever (hepatomegalie)
Cyanose Nycturie
Prikkelhoest of schuimend sputum Koude extremiteiten
Vermoeidheid Vermoeidheid
Verminderde inspanningstolerantie Verminderde inspanningstolerantie
,Functionele-, disfunctionele ademhaling & Frank-
Sturingsmechanisme
een functionele ademhaling past de ademhaling zich automatisch aan, aan
de behoefte van het lichaam. Wanneer iemand in rust is, is de
zuurstofbehoefte laag en verloopt de ademhaling rustig en regelmatig.
Tijdens de inspanning neemt de behoefte aan zuurstof toe en moet het
lichaam koolstofdioxide afvoeren. De ademhaling wordt dan dieper en
sneller. Een ademhaling wordt functioneel genoemd wanneer het lichaam
voldoende zuurstof opneemt en voldoende koolstofdioxide uitademt om
aan de stofwisselingsbehoefte van het lichaam te voldoen.
Bij disfunctioneel ademhalen is het ademhalingspatroon niet passend bij
de behoefte van het lichaam. Kenmerkend zijn een onregelmatige
ademhaling, veel zuchten, oppervlakkig of hoog ademen vanuit de
borstkas en soms een te snelle ademhaling.
Dit kan leiden tot klachten zoals benauwdheid, duizeligheid, vermoeidheid,
druk op de borst, tintelingen en angst. Een verstoorde ademhaling
beïnvloedt de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed. Wanneer iemand
te snel of diep ademt, zoals bij hyperventilatie, wordt veel koolstofdioxide
uitgeademd waardoor het koolzuurgehalte in het bloed daalt. Bij te weinig
ventilatie blijft er meer koolstofdioxide in het bloed aanwezig.
--> Meer ventilatie leidt tot meer koolstofdioxide afgifte en minder
ventilatie zorgt voor een stijging van koolstofdioxide in het bloed.
Wanneer er te weinig veneus bloed terugkeert naar het hart, ontstaat
ondervulling (hypovolemie). Dit kan voorkomen bij uitdroging of
bloedverlies en leidt tot een verminderde hartvulling en een lager
slagvolume. Wanneer het hart juist meer bloed aangeboden krijgt dan het
verwerken, kan overvulling ontstaan, zoals bij hartfalen. Dit kan leiden tot
vochtophoping en stuwing.
De hoeveelheid bloed die terugstroomt naar het hart beïnvloedt het
slagvolume via het Frank-Sturingsmechanisme. Dit is een intern
regelmechanisme van het hart waarbij een grotere aanvoer van bloed leidt
tot een krachtigere samentrekking van de hartspier. Wanneer meer bloed
het hart binnenkomt, worden de hartspiervezels verder uitgerekt. Door
deze rek kunnen de spiervezels tijdens de contractie krachtiger
samentrekken, waardoor meer bloed wordt uitgepompt. Hierdoor past het
hart zijn pompkracht automatisch aan, aan het aanbod van bloed.
Daarnaast speelt de AV-knoop een belangrijke rol in de werking van het
hart. De AV-knoop zorgt voor een vertraagde geleiding van de elektrische
prikkel tussen de boezems (atria) en de kamers (ventrikels). Door deze
vertraging krijgen de boezems eerst tijd om bloed naar de kamers te
pompen voordat de kamers samentrekken.
,Acuut & chronisch hartfalen
Acuut hartfalen (astma cardiale)
Acuut hartfalen ontstaat plotseling en leidt in korte tijd tot ernstige
klachten. Het hart is onvoldoende in staat om bloed rond te pompen,
waardoor vooral klachten van longstuwing en benauwdheid kunnen
ontstaan. Astma cardiale is een vorm van acuut linkszijdig hartfalen
waarbij vocht zich ophoopt in de longen.
Oorzaak:
Een belangrijke oorzaak van acuut hartfalen is een acuut coronair
syndroom (ACS). Dit is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de
doorbloeding van de hartspier plotseling verminderd of afgesloten raakt.
- STEMI (ST-elevatie myocardinfarct): een volledige afsluiting van een
kransslagader.
- NSTEMI (Non-ST elevatie myocardinfarct): een gedeeltelijke of
ernstige afsluiting, hierbij is er wel sprake van hartspierschade.
- Instabiele angina pectoris: ernstige pijn of beklemming op de borst
die ook in rust optreedt.
Andere oorzaken van acuut hartfalen zijn:
- Klepafwijkingen: een lekkende of vernauwde hartklep.
- Ritmestoornissen.
- Geleidingsstoornissen.
Kenmerken van acuut hartfalen:
- Plotselinge ernstige dyspneu.
- Tachypneu.
- Angst en onrust.
- Lage saturatie.
- Longstuwing of longoedeem.
- Mogelijk schuimend sputum.
- Tachycardie.
Chronisch hartfalen (decompensatio cordis)
Chronisch hartfalen ontstaat meestal geleidelijk en ontwikkelt zich over
een langere periode. Het hart verliest langzaam zijn pompfunctie,
waardoor klachten toenemen.
Het hart is dus onvoldoende in staat om de circulatie op peil te houden.
Chronisch hartfalen is een langzaam progressief verloop. Patiënten kunnen
periode hebben waarin de klachten redelijk stabiel zijn, afgewisseld met
verslechteringen (exacerbaties).
Kenmerken van chronisch hartfalen:
- Vermoeidheid.
- Kortademigheid bij inspanning.
- Orthopneu.
- Perifeer oedeem.
- Gewichtstoename door vochtretentie.
- Verminderde inspanningstolerantie.
- Nycturie.
, LAW of Eight
De LAW of Eight beschrijft de verschillende delen van de circulatie waar
bloed doorheen stroomt.
Volgorde van de bloedstroom:
1. Systemisch veneus systeem: zuurstofarm bloed stroomt vanuit het
lichaam terug naar het hart.
2. Pulmonaal arterieel systeem: bloed gaat vanuit het rechterhart via
de longslagaders naar de longen.
3. Pulmonaal capillair systeem: gaswisseling vindt plaats (opname van
zuurstof en afgifte van koolstofdioxide).
4. Pulmonaal veneus systeem: zuurstofrijk bloed stroomt terug naar
het linkerhart.
5. Systemisch arterieel systeem: zuurstofrijk bloed wordt vanuit het
linkerhart naar het lichaam gepompt.
6. Systemisch capillair systeem: uitwisseling van zuurstof,
voedingsstoffen en afvalstoffen in de weefsels.
Verstoring binnen 1 deel van deze circulatie kan gevolgen hebben voor de
rest van het cardiovasculaire systeem, zoals bij hartfalen of shock.
Cardiogene situatie en hartfalen
Bij een cardiogene situatie is het hart onvoldoende in staat om bloed
effectief rond te pompen. Hierdoor ontstaan drukveranderingen in de
circulatie en kunnen vochtophopingen (stuwing) ontstaan.
Backward failure
Bij linkszijdig hartfalen pompt de linkerkamer onvoldoende bloed het
lichaam in. Hierdoor daalt de cardiac output (hoeveelheid bloed die het
hart per minuut rondpompt). Het bloed kan niet goed worden weggepompt
en hoopt zich op voor het linkerhart. Dit veroorzaakt een verhoogde druk
in de longcirculatie (longstuwing).
Door de verhoogde druk in de longvaten verplaatst vocht zich vanuit de
bloedvaten naar het longweefsel. Hierdoor ontstaat longoedeem (astma
cardiale).
Klachten:
- Dyspneu.
- Tachypneu.
- Orthopneu.
- Lage saturatie.
- Angst en onrust.
- Inspiratoire basale crepitaties (knisperende ademgeluiden onder in
de longen).
Acuut hartfalen
Acuut hartfalen is een situatie waarbij het hart plotseling onvoldoende
bloed kan rondpompen om aan de zuurstof- en voedingsbehoefte van het
lichaam te voldoen. Hierdoor ontstaat een tekort aan zuurstofvoorziening
van organen en kunnen vitale functies verstoord raken.
Oorzaken:
Myocardinfarct, ernstige hypertensie, hartritmestoornissen,
klepafwijkingen, cardiomyopathie, overvulling van vocht, longembolie
Gevolgen:
1. Minder hartminuutvolume --> minder doorbloeding van de organen.
2. Vocht hoopt zich op doordat het hart onvoldoende pompt.
3. Verhoogde druk in de longcirculatie --> longoedeem.
4. Verminderde zuurstofvoorziening --> compenseren, hogere hartslag
+ snellere ademhaling.
Het lichaam probeert te compenseren door: tachycardie, vasoconstrictie,
activeren RAAS-systeem.
Links hartfalen: longen --> dyspnoe
Rechts hartfalen: rest van het lichaam --> oedeem.
Linkszijdig hartfalen Rechtszijdig hartfalen
Linkerkamer pompt onvoldoende Rechterkamer pompt onvoldoende
bloed naar het lichaam bloed naar de longen
Bloed hoopt zich op in de Bloed hoopt zich op in de grote
longcirculatie lichaamscirculatie
Longstuwing en mogelijk Vochtophoping in het lichaam
longoedeem
Dyspneu (kortademigheid) Perifeer oedeem (vocht in
benen/enkels)
Orthopneu (benauwd bij platliggen) Gewichtstoename door
vochtretentie
Tachypneu (snelle ademhaling) Ascites (vocht in de buik)
Crepitaties bij auscultatie Opgezette halsvenen (verhoogde
CVD/JVP)
Lage saturatie Vergrote lever (hepatomegalie)
Cyanose Nycturie
Prikkelhoest of schuimend sputum Koude extremiteiten
Vermoeidheid Vermoeidheid
Verminderde inspanningstolerantie Verminderde inspanningstolerantie
,Functionele-, disfunctionele ademhaling & Frank-
Sturingsmechanisme
een functionele ademhaling past de ademhaling zich automatisch aan, aan
de behoefte van het lichaam. Wanneer iemand in rust is, is de
zuurstofbehoefte laag en verloopt de ademhaling rustig en regelmatig.
Tijdens de inspanning neemt de behoefte aan zuurstof toe en moet het
lichaam koolstofdioxide afvoeren. De ademhaling wordt dan dieper en
sneller. Een ademhaling wordt functioneel genoemd wanneer het lichaam
voldoende zuurstof opneemt en voldoende koolstofdioxide uitademt om
aan de stofwisselingsbehoefte van het lichaam te voldoen.
Bij disfunctioneel ademhalen is het ademhalingspatroon niet passend bij
de behoefte van het lichaam. Kenmerkend zijn een onregelmatige
ademhaling, veel zuchten, oppervlakkig of hoog ademen vanuit de
borstkas en soms een te snelle ademhaling.
Dit kan leiden tot klachten zoals benauwdheid, duizeligheid, vermoeidheid,
druk op de borst, tintelingen en angst. Een verstoorde ademhaling
beïnvloedt de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed. Wanneer iemand
te snel of diep ademt, zoals bij hyperventilatie, wordt veel koolstofdioxide
uitgeademd waardoor het koolzuurgehalte in het bloed daalt. Bij te weinig
ventilatie blijft er meer koolstofdioxide in het bloed aanwezig.
--> Meer ventilatie leidt tot meer koolstofdioxide afgifte en minder
ventilatie zorgt voor een stijging van koolstofdioxide in het bloed.
Wanneer er te weinig veneus bloed terugkeert naar het hart, ontstaat
ondervulling (hypovolemie). Dit kan voorkomen bij uitdroging of
bloedverlies en leidt tot een verminderde hartvulling en een lager
slagvolume. Wanneer het hart juist meer bloed aangeboden krijgt dan het
verwerken, kan overvulling ontstaan, zoals bij hartfalen. Dit kan leiden tot
vochtophoping en stuwing.
De hoeveelheid bloed die terugstroomt naar het hart beïnvloedt het
slagvolume via het Frank-Sturingsmechanisme. Dit is een intern
regelmechanisme van het hart waarbij een grotere aanvoer van bloed leidt
tot een krachtigere samentrekking van de hartspier. Wanneer meer bloed
het hart binnenkomt, worden de hartspiervezels verder uitgerekt. Door
deze rek kunnen de spiervezels tijdens de contractie krachtiger
samentrekken, waardoor meer bloed wordt uitgepompt. Hierdoor past het
hart zijn pompkracht automatisch aan, aan het aanbod van bloed.
Daarnaast speelt de AV-knoop een belangrijke rol in de werking van het
hart. De AV-knoop zorgt voor een vertraagde geleiding van de elektrische
prikkel tussen de boezems (atria) en de kamers (ventrikels). Door deze
vertraging krijgen de boezems eerst tijd om bloed naar de kamers te
pompen voordat de kamers samentrekken.
,Acuut & chronisch hartfalen
Acuut hartfalen (astma cardiale)
Acuut hartfalen ontstaat plotseling en leidt in korte tijd tot ernstige
klachten. Het hart is onvoldoende in staat om bloed rond te pompen,
waardoor vooral klachten van longstuwing en benauwdheid kunnen
ontstaan. Astma cardiale is een vorm van acuut linkszijdig hartfalen
waarbij vocht zich ophoopt in de longen.
Oorzaak:
Een belangrijke oorzaak van acuut hartfalen is een acuut coronair
syndroom (ACS). Dit is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij de
doorbloeding van de hartspier plotseling verminderd of afgesloten raakt.
- STEMI (ST-elevatie myocardinfarct): een volledige afsluiting van een
kransslagader.
- NSTEMI (Non-ST elevatie myocardinfarct): een gedeeltelijke of
ernstige afsluiting, hierbij is er wel sprake van hartspierschade.
- Instabiele angina pectoris: ernstige pijn of beklemming op de borst
die ook in rust optreedt.
Andere oorzaken van acuut hartfalen zijn:
- Klepafwijkingen: een lekkende of vernauwde hartklep.
- Ritmestoornissen.
- Geleidingsstoornissen.
Kenmerken van acuut hartfalen:
- Plotselinge ernstige dyspneu.
- Tachypneu.
- Angst en onrust.
- Lage saturatie.
- Longstuwing of longoedeem.
- Mogelijk schuimend sputum.
- Tachycardie.
Chronisch hartfalen (decompensatio cordis)
Chronisch hartfalen ontstaat meestal geleidelijk en ontwikkelt zich over
een langere periode. Het hart verliest langzaam zijn pompfunctie,
waardoor klachten toenemen.
Het hart is dus onvoldoende in staat om de circulatie op peil te houden.
Chronisch hartfalen is een langzaam progressief verloop. Patiënten kunnen
periode hebben waarin de klachten redelijk stabiel zijn, afgewisseld met
verslechteringen (exacerbaties).
Kenmerken van chronisch hartfalen:
- Vermoeidheid.
- Kortademigheid bij inspanning.
- Orthopneu.
- Perifeer oedeem.
- Gewichtstoename door vochtretentie.
- Verminderde inspanningstolerantie.
- Nycturie.
, LAW of Eight
De LAW of Eight beschrijft de verschillende delen van de circulatie waar
bloed doorheen stroomt.
Volgorde van de bloedstroom:
1. Systemisch veneus systeem: zuurstofarm bloed stroomt vanuit het
lichaam terug naar het hart.
2. Pulmonaal arterieel systeem: bloed gaat vanuit het rechterhart via
de longslagaders naar de longen.
3. Pulmonaal capillair systeem: gaswisseling vindt plaats (opname van
zuurstof en afgifte van koolstofdioxide).
4. Pulmonaal veneus systeem: zuurstofrijk bloed stroomt terug naar
het linkerhart.
5. Systemisch arterieel systeem: zuurstofrijk bloed wordt vanuit het
linkerhart naar het lichaam gepompt.
6. Systemisch capillair systeem: uitwisseling van zuurstof,
voedingsstoffen en afvalstoffen in de weefsels.
Verstoring binnen 1 deel van deze circulatie kan gevolgen hebben voor de
rest van het cardiovasculaire systeem, zoals bij hartfalen of shock.
Cardiogene situatie en hartfalen
Bij een cardiogene situatie is het hart onvoldoende in staat om bloed
effectief rond te pompen. Hierdoor ontstaan drukveranderingen in de
circulatie en kunnen vochtophopingen (stuwing) ontstaan.
Backward failure
Bij linkszijdig hartfalen pompt de linkerkamer onvoldoende bloed het
lichaam in. Hierdoor daalt de cardiac output (hoeveelheid bloed die het
hart per minuut rondpompt). Het bloed kan niet goed worden weggepompt
en hoopt zich op voor het linkerhart. Dit veroorzaakt een verhoogde druk
in de longcirculatie (longstuwing).
Door de verhoogde druk in de longvaten verplaatst vocht zich vanuit de
bloedvaten naar het longweefsel. Hierdoor ontstaat longoedeem (astma
cardiale).
Klachten:
- Dyspneu.
- Tachypneu.
- Orthopneu.
- Lage saturatie.
- Angst en onrust.
- Inspiratoire basale crepitaties (knisperende ademgeluiden onder in
de longen).