NCOI Actual Questions and Correct Answers
Q1
Sociale invloed
Answer: De invloed die mensen voortdurend wederzijds op elkaarhebben.
Q2
Sociaal psycholoog
Answer: Onderzoekt de manier waarop mensen met elkaar omgaan enelkaar
beïnvloeden. Reiken handvatten aan om gevoelens, gedachten en gedrag van mensen
te beïnvloeden.
Q3
Need to belong
Answer: De behoefte om erbij te horen. Dit valt te verklaren vanuit deevolutionaire
psychologie.
Q4
Emotionele steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. De steun die gegeven wordt door
elkaar te helpen op emotioneel gebied. Deze manier van steun helpt de bloeddruk van
vrouwen te verlagen en bijmannen vermindert het de kans op obesitas.
Q5
Informationele steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. Mensen steunen doorhet
verstrekken van informatie. Dit kan bloeddrukverlagend werken als iemand stress
ervaart.
Q6
Instrumentele steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. De steun waarbij er iets praktisch
voor iemand gedaan wordt. Dit kan stressverlagend werken.
,Q7
Waarderende steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. De steun waarbij mensen
bevestiging halen uit het contact met de ander. Het helpt bij de behoefte aan
zekerheid en bevestiging.
Q8
Sociaal kapitaal
Answer: De bronnen waartoe mensen via hun sociale relaties toegang tot hebben. De
belangrijkste bron is de sociale steun.
Q9
Onzichtbare sociale steun
Answer: De ontvanger heeft niet door dat er wordt geholpen. Dit kan bijdragen aan
een verbeterd welzijn, maar het kan de onderlinge relatie op het spel zetten omdat de
hulp niet wordt gezien en dan ook niet gewaardeerd.
Q10
Openlijke sociale steun
Answer: Zowel degene die helpt als degene die de steun ontvangt, realiseren zich dat
de steun plaatsvindt.
Q11
Prosociaal gedrag
Answer: Vrijwillig gedrag bedoeld om een ander individu, een groep of de gehele
samenleving te dienen. Denk aan helpen, delen, doneren, samenwerken en
vrijwilligerswerk.
Q12
Inclusive fitness
Answer: Mensen zijn vooral bereid personen te helpen met wie ze een genetische band
hebben. Komt voort uit de evolutionaire psychologie.
, Q13
Competitief altruïsme
Answer: Het vertonen van prosociaal gedrag om daarmee de eigen reputatie te
verbeteren. Dit komt veel voor op de werkvloer.
Q14
Negative-state-relief
Answer: Het aanbieden van hulp om de eigen ongemakkelijke gevoelens te
verminderen.
Q15
Mood enhanchement
Answer: De hulp die mensen geven omdat ze daarmee, onbewust, in een betere
stemming proberen te komen; het aanbieden van hulp kan heel bevredigend zijn.
Q16
Sociale uitwisselingstheorie
Answer: De hulp die aangeboden wordt vanuit de hoop daar in de toekomst iets voor
terug te kijken of omdat de ander in het verleden heeft geholpen. Ook wel
wederkerigheid genoemd.
Q17
Hulpverlenerssyndroom
Answer: Het helpen van een ander is een manier om het zelfbeeld positief te houden;
men moet helpen om zich goed te voelen. De hulpverlener kan de problemen van de
ander niet loslaten.
Q18
Positieve interdependentie
Answer: Groepsleden zijn van elkaar afhankelijk bij het behalen van een doel. Er is
sprake van samenwerking.
Q1
Sociale invloed
Answer: De invloed die mensen voortdurend wederzijds op elkaarhebben.
Q2
Sociaal psycholoog
Answer: Onderzoekt de manier waarop mensen met elkaar omgaan enelkaar
beïnvloeden. Reiken handvatten aan om gevoelens, gedachten en gedrag van mensen
te beïnvloeden.
Q3
Need to belong
Answer: De behoefte om erbij te horen. Dit valt te verklaren vanuit deevolutionaire
psychologie.
Q4
Emotionele steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. De steun die gegeven wordt door
elkaar te helpen op emotioneel gebied. Deze manier van steun helpt de bloeddruk van
vrouwen te verlagen en bijmannen vermindert het de kans op obesitas.
Q5
Informationele steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. Mensen steunen doorhet
verstrekken van informatie. Dit kan bloeddrukverlagend werken als iemand stress
ervaart.
Q6
Instrumentele steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. De steun waarbij er iets praktisch
voor iemand gedaan wordt. Dit kan stressverlagend werken.
,Q7
Waarderende steun
Answer: Eén van de vier vormen van sociale steun. De steun waarbij mensen
bevestiging halen uit het contact met de ander. Het helpt bij de behoefte aan
zekerheid en bevestiging.
Q8
Sociaal kapitaal
Answer: De bronnen waartoe mensen via hun sociale relaties toegang tot hebben. De
belangrijkste bron is de sociale steun.
Q9
Onzichtbare sociale steun
Answer: De ontvanger heeft niet door dat er wordt geholpen. Dit kan bijdragen aan
een verbeterd welzijn, maar het kan de onderlinge relatie op het spel zetten omdat de
hulp niet wordt gezien en dan ook niet gewaardeerd.
Q10
Openlijke sociale steun
Answer: Zowel degene die helpt als degene die de steun ontvangt, realiseren zich dat
de steun plaatsvindt.
Q11
Prosociaal gedrag
Answer: Vrijwillig gedrag bedoeld om een ander individu, een groep of de gehele
samenleving te dienen. Denk aan helpen, delen, doneren, samenwerken en
vrijwilligerswerk.
Q12
Inclusive fitness
Answer: Mensen zijn vooral bereid personen te helpen met wie ze een genetische band
hebben. Komt voort uit de evolutionaire psychologie.
, Q13
Competitief altruïsme
Answer: Het vertonen van prosociaal gedrag om daarmee de eigen reputatie te
verbeteren. Dit komt veel voor op de werkvloer.
Q14
Negative-state-relief
Answer: Het aanbieden van hulp om de eigen ongemakkelijke gevoelens te
verminderen.
Q15
Mood enhanchement
Answer: De hulp die mensen geven omdat ze daarmee, onbewust, in een betere
stemming proberen te komen; het aanbieden van hulp kan heel bevredigend zijn.
Q16
Sociale uitwisselingstheorie
Answer: De hulp die aangeboden wordt vanuit de hoop daar in de toekomst iets voor
terug te kijken of omdat de ander in het verleden heeft geholpen. Ook wel
wederkerigheid genoemd.
Q17
Hulpverlenerssyndroom
Answer: Het helpen van een ander is een manier om het zelfbeeld positief te houden;
men moet helpen om zich goed te voelen. De hulpverlener kan de problemen van de
ander niet loslaten.
Q18
Positieve interdependentie
Answer: Groepsleden zijn van elkaar afhankelijk bij het behalen van een doel. Er is
sprake van samenwerking.