Samenvatting Hoorcolleges
HC 1: Wat is stress?
Stress is het hoogste in de 20’er jaren van een mensen leven:
Binnen personen neemt stress af met de leeftijd, maar ook als je tussen personen in bepaalde
leeftijdscategorieën kijkt zie je dat de stress af neemt met de leeftijd.
Waarom is stress een probleem om rekening mee te houden:
- WHO spreekt van een wereldwijde stressepidemie.
- EU onderzoek laat zien dat stress verantwoordelijk is voor 50 tot 60% van de verloren werkdagen.
- Ander onderzoek toont aan dat 70 tot 80% van de arts bezoeken betrekking hebben op symptomen
of aandoeningen met een potentiële stress component.
- Stress is betrokken bij 50% van alle ziekten
- Enorme economische kosten naar aanleiding van stress.
Er zijn enorm veel aandoeningen met een bekende stresscomponent. Bij deze aandoeningen is stress
misschien niet te oorzaak maar heeft het wel een invloed op de ernst of het beloop van de aandoening.
VB: Onvruchtbaarheid.
VB: Eczeem.
VB: Hart en vaat ziekten.
Stress heeft dus over het algemeen een heel slecht imago. Het is echter de vraag of dit ook terecht is, of dat
dit beeld genuanceerd moet worden.
Stress speelt een rol in iedereens leven, het is dan ook een centraal concept in veel gebieden van de
psychologie. Met name als het gaat over psychologische en lichamelijke gezondheid.
In staat zijn om goed met stress om te gaan is cruciaal voor het behouden of verbeteren van de eigen of
andermans gezondheid.
Stress is ook een mooi voorbeeld van hoe het lichaam en de geest complex samenwerken. Dit wordt nog
vaak los van elkaar onderzocht wat een volledig begrip van concepten en kennis van manieren van
beïnvloeding beperkt.
Stress integreert deze twee echter en bied dus een mooie kans om dit ook geïntegreerd te onderzoeken. Een
begrip van stress geeft ons zo inzicht in de invloed van psychologische processen op ziekte processen.
Dualisme (17e eeuw)
- Lichaam werkt als machine.
- Ziekte is een verstoring in de goedlopende machine.
- Genezing is de verstoring van de oorzakelijke bron op lichamelijk niveau aanpakken, de machine
repareert zichzelf.
- De geest is niet relevant in het proces van ziekte en genezing.
,Traditionele medische model van ziekteprocessen:
Dit is een dualistisch model; lichaam en geest zijn hierin gescheiden.
Kenmerken van dit biomedische model
1. Éénrichtingsverkeer:
Het gaat vanuit het ziekte proces naar de hersenen (en dus niet andersom).
2. Ziekte en behandeling richten zich op fysiologie:
Er wordt niet gekeken naar de geest.
3. Niet hiërarchisch model:
Er is geen interactie met hogere zenuwstelsel controles, alles gaat altijd via dezelfde paden.
4. Dualistisch:
Lichaam en geest werken los van elkaar en beïnvloeden elkaar niet.
VB: Reflex tekening, iemand houd voet in vuur, dit geeft een signaal naar boven waardoor iemand zijn voet
terug trekt.
Dit model is later uitgebreid tot het biopsychosociale model.
Biopsychosociaal model van ziekteprocessen:
Dit model stelt dat biologische, psychologische en sociale factoren interacteren met wederzijdse
afhankelijkheid om gezondheid te behouden of ziekte te veroorzaken.
Het wordt gekenmerkt door een niet lineaire maar juist interactieve relaties.
VB: Iemand houdt voet in vuur, signaal gaat naar de hersenen, hier spelen veel processen een rol zoals
aandacht en emotie. Die beïnvloeden de perceptie en reactie van die persoon.
Het biopsychosociale model is ook al erkend door Hippocrates in de 4 e eeuw voor christus. In die zin is het
dus geen nieuw model.
Toepassing van biopsychosociaal model; coronaire hartziekte:
Je gaat dan dus kijken, naast de biologische factoren, naar de psychologische en sociale factoren die van
invloed kunnen zijn op deze ziekte.
1. Culturele invloed op eetgewoonten:
, In sommige landen komen coronaire hartziekten vaker voor dan anderen, dit komt door culturele
eetgewoonten zoals vet eten.
2. Persoonlijkheidskenmerken:
Mensen die de neiging hebben om snel in hostiliteit/aangevallenheid te schieten hebben een
verhoogd risico op coronaire hartziekten.
Dit geeft inzichten in niet medische behandelmogelijkheden:
- Cognitieve gedragstherapie om hostiliteit te verminderen
- Dieet aanpassingen
De interactie tussen lichaam en geest is dus van belang bij het aanduiden van niet medische
behandelmogelijkheden of invloeden. Maar hiernaast speelt het ook een essentiële rol bij het placebo effect.
Dit is een integrerend voorbeeld van deze interactie.
VB Benedetti
Deed onderzoek naar of het in effectiviteit uit maakt of je medicijnen toedient op een verborgen manier of
een open manier. Bij een open toediening van pijnstilling werd gevonden dat pijn significant sterker
verminderde dan bij een verborgen toediening.
Invloeden op de effectiviteit van medicatie:
1. Verwachting:
Als je verwacht dat iets je gaat helpen is de kans groter dat dat het ook doet.
2. Leren:
Eerdere ervaringen beïnvloeden de effectiviteit van een middel of de reactie van het lichaam op
diezelfde stimulus.
VB: Als je eerder al hebt geleerd dat een bepaalde pijnstiller voor je werkt, dan is de kans groter dat
de pijnstilling sneller zal werken dan de keer daar voor. Het werkt dan bijvoorbeeld al na 5 minuten
terwijl het pas na 20 minuten zou moeten kunnen werken.
VB: Klassieke conditionering;
Medicijn innemen met een milkshake. Na een tijdje is de milkshake alleen ook al genoeg om een
bepaald effect van het medicijn uit te lokken, ondanks dat het medicijn niet genomen wordt. Dit
werd onderzocht met een medicijn die effect heeft op het immuunsysteem. Zo heeft dat onderzoek
laten zien dat gedrag en cognities het immuunfunctioneren, en daarmee gezondheid, kunnen
beïnvloeden.
Het effect van deze verwachte of geleerde verbanden worden gemedieerd door het centrale
zenuwstelsel.
Directe gevolgen van stress:
1. Lichamelijke symptomen:
- Verhoogde HR
- Zweten
- Gespannen spieren
- Verhoogde AF
- Darmproblemen, misselijkheid en buikpijn
- Hoofdpijn
, 2. Emotionele symptomen:
- Gespannenheid
- Angst
- Boosheid
- Verdriet
- Onzekerheid
- Waakzaamheid of rusteloosheid
- Geïrriteerdheid
3. Cognitieve symptomen:
- Verstoorde concentratie
- Geheugenproblemen
- Piekeren
- Verstoord beoordelingsvermogen
- Ongewenste gedachten
4. Gedragsmatige symptomen:
- Gebrek of juist toename van eetlust
- Lichte of verstoorde slaap
- Minder sporten
- Toename in middelen gebruik
Geschiedenis van stress-onderzoek:
- Walter Cannon (1871-1945):
- Homeostase:
Het lichaam is continu bezig met het behouden van een interne stabiliteit in de context van
verandering van de omgeving. Deze interne stabiliteit waar het lichaam naar streeft is
homeostase.
Hier voor hebben we ingebouwde mechanismen om verschillende fysiologische factoren
(AF, temp, etc.) gebalanceerd te houden voor optimale overlevingscondities.
Dit alles gaat met behulp van gespecialiseerde zintuigelijke zenuwen die de toestand van het
lichaam communiceren aan de hersenen. Dit is het fundament van het werkingsmechanisme
van het autonome zenuwstelsel.
Als er in dit systeem een disfunctie is, bestaat de kans dat je goede gezondheid verliest.
- Ontdekte fight or flight respons:
Cannon deed veel onderzoek naar homeostase. Hij ontdekte dat er bij een ervaren
dreigende stimulus autonome of endocriene responsen getriggerd worden. Hierdoor
worden er fysiologische processen in het lichaam verandert. Deze autonome/endocriene
respons wordt ook wel de fight or flight respons genoemd, de acute stress respons die we
laten zien op alles wat we ervaren als (potentiële) dreiging.
- Volgens onderzoek van Cannon is stress= de eisen die gesteld worden aan het lichaam en de
lichaamsreacties.
- Functie fight or flight (=biologische stress respons):
o Zuurstof en brandstof naar spieren (en hersenen):
Door verhoogde HR, BP en AF.
Hierdoor hebben we alle benodigdheden om in staat te zijn om te vluchten of
vechten.
o Brandstof bewaren:
Glucose en simpele proteïne/vetten worden bewaard door de onderdrukking van
andere activiteit zoals immuunresponsen.
Als de stressor wat langer duurt dan acuut hebben we genoeg brandstof om dit