Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's
Samenvatting

Uitgebreide Samenvatting Hoorcolleges Psychologie en Wetenschap: 8,0 voor tentamen!

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's

Dit is mijn uitgebreide samenvatting van de hoorcollege's van het vak Psychologie en Wetenschap (Jaar 1). Deze samenvatting is inclusief plaatjes en uitgebreide voorbeelden. Ik heb de hoorcollege's terug gekeken en uitgebreid meegeschreven. Deze samenvatting kan je dan ook tijdens de live hoorcollege's erbij houden en er eventueel nog dingen bij zetten of onderstrepen die je belangrijk lijken. Op die manier hoef je de college's niet meer terug te kijken voor informatie die je tijdens het luisteren gemist hebt. Die tijd kan je weer voor andere dingen gebruiken. Al denk ik dat je aan deze samenvatting alleen ook al genoeg hebt, ik heb namelijk zelf alleen deze samenvatting geleerd en voor dit vak een 8,0 gehaald.

Voorbeeld van de inhoud

P&W - Samenvatting Hoorcolleges

Week 1
HC 1: Introductie en logica

Psychologie bestudeerd het menselijk gedrag, is het daarmee anders dan andere natuurwetenschappen?

Volgens het behaviorisme is psychologie een pure objectieve en experimentele tak van de
natuurwetenschappen. Het heeft een theoretisch doel om gedrag te voorspellen en beïnvloeden. Het is
gebonden aan strikte wetenschappelijke methodologie, paradigma’s en logica/redeneren.

Bij psychologie is argumentatie, logica, kritisch denken cruciaal, naast de andere hardere methoden zoals
statistiek.


Systematiek in de wetenschap wordt bereikt middels de empirische cyclus. Dit wordt ook het hypothetico-
deductieve model van wetenschappelijke methode genoemd:
1. Vormen van hypothesen
2. Ontwerpen studie
3. Verzamelen data
4. Analyseren en testen van hypothesen
5. Interpreteren
6. Publiceren

In de werkelijkheid verloopt dit niet precies in een cyclus, maar de stappen worden wel allemaal doorlopen.
Deze stappen worden genomen om tot een betrouwbare conclusie te komen.

Taken van de wetenschap:
1. Validatie
2. Verificatie en falsificatie
3. Reproduceerbaarheid
4. In kaart brengen van onzekerheid:
Wetenschap benadert de feiten, dit wordt altijd gedaan met een bepaalde onzekerheid. Er is altijd
een onzekerheidsmarge waarin waarschijnlijk de waarheid zal liggen.

Binnen die onzekerheidsmarge is het van belang om tot een wetenschappelijke consensus te komen, dit kan
middels peer review of replicatie. Zo kunnen wetenschappers met elkaar uitzoeken of ze het met elkaars
gevonden resultaten en schattingen eens zijn. Door deze consensus kunnen we vervolgens wat met de
schattingen die worden gedaan.

Consensus wilt echter niet zeggen dat een bepaalde voorspelling zeker is. Je kan nu eenmaal niet in de
toekomst kijken. Schattingen en methoden veranderen over de tijd. Binnen de wetenschap is het vooral van
belang dat er een kritische zelf-correctie is. Hiermee kunnen schattingen en modellen worden aangepast om
zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen.

Die zelfcorrectie laat dus niet zien dat je het niet weet, maar dat de data, methoden en voorspellingen
steeds beter gedaan kunnen worden.
VB: Voorspellingen over het jaar waarin de zee ijsvrij zal zijn;
Dit wordt steeds eerder, niet omdat wetenschappers geen idee hebben, maar omdat de data en methode
met de tijd steeds duidelijkere voorspellingen geven.

,Belang van maatschappelijk vertrouwen in de wetenschap:
VB: Participatie in vaccinatieprogramma.

Het doel van de wetenschap is dus om proberen uit te vinden wat waarschijnlijk waar is. onderzoek moet
hoge informatieve waarde bevatten en moet ons in staat stellen om valide conclusies te trekken.
Methodologie en logica worden gebruikt om argumenten gebaseerd op data en feiten te onderscheiden van
meningen.

Er zijn echter veel factoren die objectiviteit en reproduceerbaarheid van wetenschap beïnvloeden:
- Biases
- Onderzoekers ‘vrijheidsgraden’:
Beslissingen die onderzoekers nemen binnen de wetenschap en onderzoek.
- Foute/misleidende intuïtie:
Intuïtie heeft het vaak fout, we hebben (onbewuste) biases die onze retoriek beïnvloeden.

Om deze reden hebben we kritisch denken doormiddel van redeneren en logica nodig om juiste conclusies
te trekken. Het doel van kritisch denken is tot conclusies komen die correct zijn en beslissingen nemen die
wijs zijn.

Kritisch denken is een skill die getraind moet en kan worden.

In de geschiedenis van de psychologie begon psychologie als iets introspectiefs (Descartes, Hobbes).
Filosofen dachten veel zelf na over dingen.
Later werd psychologie meer wetenschappelijk, er kwam een verandering richting methoden en empirische
wetenschap (Skinner).

Francis Bacon bedacht de methode van inductie. Hij stelde dat wetenschap gebaseerd was op feiten en
logica. Logica en wetenschap hebben echter niet zo’n zuiver verband met elkaar. Wetenschap is helemaal
niet altijd even logisch.

Inductie= een theorie vormen gebaseerd op observaties.
Observatie Analyse  Idee
VB: Mijn ouders hebben twee handen, ik heb twee handen, dus mensen hebben twee handen.
De limitatie van inductie is dat je nooit zeker weet of jouw idee de waarheid is. Dit komt omdat je een
algemene wet wilt maken op basis van een individuele waarneming.
VB: Je kan nooit zeker weten dat alle mensen twee handen hebben, om dit zeker te weten moet je alle
mensen op aarde af gaan om jouw idee te bevestigen.

Deductie= gevolgen afleiden vanuit een theorie.
Idee Observatie  Conclusie
VB: Mensen hebben twee handen, ik zie daar een mens, dus die zal wel twee handen hebben.

Belangrijke definities:
- Syllogisme= twee of meer premissen en een conclusie.
- Premissen en conclusie= beweringen.
- Bewering= een declaratieve zin die waar of onwaar kan zijn. Dit kan bijvoorbeeld niet bij een vraag,
daarom is een vraag dus ook geen bewering.
Soorten beweringen:
o Objectieve bewering= het kan worden bewezen of weerlegd door een algemeen aanvaard
criterium.
VB: Utrecht ligt dichter bij Leiden dan Nijmegen.

, Bewijs om een objectieve bewering te staven is bewijs dat in principe publiekelijk kan zijn,
twee individuen kunnen tot dezelfde conclusie komen.
VB: Objectieve bewering doordat je in principe het kan bewijzen;
Er cirkelt een minuscule pizza in een baan rond neptunus, deze is te klein voor onze
telescopen om te zien.
o Subjectieve bewering= het kan niet worden bewezen of weerlegd door een algemeen
aanvaard criterium.
VB: Ik vind Nijmegen fijner dan Utrecht.
Bewijs om een subjectieve bewering te staven is bewijs dat persoonlijk is, het kan niet
worden weerlegd door publiekelijke feiten.

Psychologie zoekt het randje tussen subjectief en objectief op. Er worden objectieve methoden gebruikt om
iets over subjectieve toestanden te zeggen.
VB: Honden of katten leuker;
In een MRI leggen en foto’s laten zien om zo iemands bewering over hun voorkeur te bewijzen of weerleggen.

Categorische logica= logica die toegepast wordt op categorieën. Het houdt zich bezig met categorieën, die
kunnen vol of leeg zijn, maar kunnen ook overlappen, etc.

Waar= een bewering is waar wanneer deze in overeenstemming met de wereld is.
Geldig (valide)= een intern correcte afleiding (het is logisch correct).
Correct (sound)= een geldige deductie gebaseerd op ware premissen.
 Correct is dus de hoogste vorm van waarheid, het is zowel waar als geldig. Als één van deze twee
ontbreekt kan het nooit correct zijn.

Argumenten herkennen middels signaalwoorden:
- Premissen:
o Since
o Because
o For
o As
o Given that
o Seeing that
o For the reason that
- Conclusie:
o Therefore
o So
o Hence
o Thus
o Implies that
o Consequently
o It follows that

Je kan dit dubbelchecken door een woord uit het lijstje wat je in de zin ziet staan, te vervangen voor een
ander woord uit hetzelfde lijstje. Het zou dan nog steeds een goede zin moeten zijn.


Argument= overtuigt dat de conclusie waar is.
VB: Het is koud buiten want de thermometer wijst -5 graden aan.

, Verklaring= legt uit waarom de conclusie waar is.
VB: Het is koud buiten want de wind komt uit het noordoosten.


Soorten premissen (AIEO):
Positief:
- Alle mensen met depressie hebben slaaptekort (gaat over alle mensen).
- Sommige mensen met depressie hebben slaaptekort.
Negatief:
- Geen mensen met depressie hebben slaaptekort (gaat over alle mensen).
- Sommige mensen met depressie hebben geen slaaptekort.


VB: Syllogisme;
Premisse 1= alle mensen met een depressie hebben slaapproblemen.
Premisse 2= sommige schrijvers hebben een depressie.
Conclusie= sommige schrijvers hebben slaapproblemen.
 Dit syllogisme is geldig, maar de premissen zijn niet allemaal correct; niet alle mensen met een depressie
hebben slaapproblemen. Het syllogisme is dus geldig/valide, maar niet correct.

Het syllogisme is op te delen:
Generalisatie:
Premisse 1= alle mensen met een depressie hebben slaapproblemen.
Initiële conditie:
Premisse 2= sommige schrijvers hebben een depressie.

Conclusie= sommige schrijvers hebben slaapproblemen.

Sommige schrijvers= minor term; het gene waar je iets specifieks over wilt zeggen in de conclusie.
Depressie= middle term; deze heb je nodig om de minor en major aan elkaar te koppelen maar gebruik je
verder niet meer in je conclusie.
Slaapproblemen= major term

Dit kan je duidelijker maken middels een Venn Diagram:
Je maakt dan cirkels voor iedere term, op basis van de premissen ga je kijken of die cirkels overlappen of
niet.

VB: Alle mensen met een depressie (MDD) hebben slaapproblemen (SD). Dit zegt dus eigenlijk dat het
donkerblauw gekleurde gedeelte niet bestaat, er zijn geen mensen met MDD die niet overlappen met SD,
dus het gedeelte van de cirkel wat niet overlapt bestaat volgens deze premisse niet. Als je dan naar de
volgende premisse kijkt, dat sommige schrijvers (W) een depressie hebben, dan kan dit alleen nog maar bij
het kruisje zijn. Het andere deel van MDD en W wat overlapt zou namelijk niet bestaan volgens de eerdere
premisse. Het kruisje is het enige vlak tussen MDD en W wat overlapt. Dan zie je dat dit stukje ook overlapt
met slaapproblemen (SD). Het is dus zo dat een deel van de schrijvers slaapproblemen heeft, de conclusie is
dus valide.




Propositionele logica= houdt zich bezig met beweringen en hun onderlinge verband.

Documentinformatie

Geüpload op
26 juli 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
6
Volgers
0
Items
26
Laatst verkocht
1 maand geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen