De samenleving en verschillen
HOOFDSTUK 2 PARAGRAAF 1
SOCIALE ONGELIJKHEID……………………………….. …
Socialisatie is belangrijk voor het voortbestaan van cultuur. Een samenleving bestaat namelijk uit cultuur,
verhoudingen, verschillen in macht, status en bezit. We noemen dit hoofdconcept verhouding; de
betekenis die een samenleving geeft aan verschillen tussen mensen. Dit heeft wel consequenties voor de
toedeling van macht, status en bezit. Dit noemen we het kernconcept sociale ongelijkheid.
Definitie sociale ongelijkheid…………………………………………………………………………………….
⤷ Sociale ongelijkheid is een situatie waarin verschillen tussen mensen, In al dan niet aangeboren
kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en die leiden tot een ongelijke
verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
Aangeboren verschillen zijn er al vanaf je geboorte zoals, geslacht en handicap. Niet aangeboren
verschillen zijn ontstaan tijdens het proces van socialisatie. Bij socialisatie wordt er een betekenis
gegeven aan deze verschillen; dat is het tweede deel van de definitie van socialisatie: er worden
consequenties verbonden aan de verschillen tussen mensen. Een goed voorbeeld hiervan is dat mannen
vaak net iets meer betaald krijgen dan vrouwen. Vaak spreken mensen hier gelijk van discriminatie, maar
in dit geval is dit het niet. Discriminatie is namelijk een ongelijke behandeling in gelijke gevallen. Sociale
ongelijkheid is veel breder dan dit; dan worden deze verschillen grotendeels gewaardeerd door de
samenleving.
Definities hulpbronnen………………………………………………………………………………………………..
Economische hulpbronnen zijn hulpbronnen die te maken hebben met geld en bezit. Het gaat niet altijd
om iemands inkomen maar ook om het vermogen dat iemand bezit. Vermogen zijn bezittingen zoals
spaargeld, grond of huizen. Andere economische hulpbronnen kunnen consumptiegoederen, luxe auto’s,
telefoons of hooggewaardeerde zaken zijn. Opleiding en beroep behoort ook tot deze hulpbronnen.
Sociale hulpbronnen zijn mensen die je kent en die je helpen doordat ze hun hulpbronnen aan je uitlenen.
Denk hierbij aan bijvoorbeeld geld. Deze mensen die je kent kunnen onder andere kennissen, clubleden of
familie zijn.
Symbolische hulpbronnen zijn status en aanzien. Het verschil tussen status en aanzien heeft gevolgen voor
de waardering en behandeling van een persoon. Je kunt deze status krijgen door je maatschappelijke
positie of leefstijl, Artsen worden meer gewaardeerd dan vuilnismannen. Ook kun je spreken van status
op basis van talent: een goede sporter of zanger wordt meer gewaardeerd. Ook kun je op basis van functie
een status krijgen, zoals een koning(in) of keizer(in). Je kunt dus op basis van 3 manieren status krijgen:
expertise, talent of functie (gezag).
Politieke hulpbronnen bestaan uit macht en gezag. Mensen met macht hebben meer hulpbronnen dan
mensen zonder macht. Denk hierbij aan geld en bevoegdheden. Politieke bestuurders (burgemeesters,
ministers etc.) kunnen de horeca laten sluiten en als zich niet aan deze regels wordt gehouden, de politie
inschakelen. Deze politieke bestuurders beschikken over juridische en fysieke dwangmiddelen.
,DE MAATSCHAPPIJ……………………………………….. …
Individuen nemen allemaal een andere maatschappelijke positie in de samenleving. We kunnen zo
verschillende groepen onderscheiden met ongeveer dezelfde positie, zoals docenten of artsen; zij hebben
bijna evenveel status. Deze verdeling, waartussen sociale ongelijkheid bestaat, noemen we sociale
stratificatie. Die groepen worden ook wel sociale lagen genoemd. Als deze lagen in een soort piramide
boven elkaar worden geplaatst, ontstaat er een maatschappelijke ladder. Hierin staan mensen met meer
bezit en meer macht hoger dan mensen met minder bezit en macht: het is te vergelijken met een piramide
samenleving van de Grieken of Egyptenaren. Worden ze vergeleken op basis van de status van een
beroep, dan heet dit een beroepsprestigeladder. Het is niet zo dat als je onderaan deze ladder staat, dat je
niet naar boven kunt klimmen; dit is namelijk wel mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld met weinig bezit
beginnen en langzamerhand steeds meer bezit krijgen. Hetzelfde geldt voor macht; misschien wordt je
wel beroemd, dan krijg je automatisch meer macht dan voorheen. Zo ben je dus geklommen. Dit proces
noem je sociale mobiliteit. De sociale mobiliteit kan worden verklaard door processen van
positietoewijzing of positieverwerving.
Definitie positieverwerving + positietoewijzing…………………………………………..
⤷ Positietoewijzing verwijst naar maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon of groep op een
bepaalde positie terechtkomt. Vaak heb je hier geen of nauwelijks invloed op. Voorbeeld: mannen worden
bevoordeeld ten opzichte van vrouwen. Er is niet gelijk sprake van discriminatie.
⤷ Positieverwerving is dat je juist wel iets kunt doen aan de plek waar jij staat. Mensen verkrijgen dan
een maatschappelijke positie door hun eigen bijdrage of bijdrage van de groep waar zij bij horen.
Voorbeeld: ze krijgen een hogere plek omdat ze cursussen hebben gevolgd of ze krijgen een promotie
omdat ze goed hebben gepresteerd.
Het stijgen en dalen op deze maatschappelijke ladder is niet in elke samenleving even makkelijk. In
gesloten samenlevingen is er nauwelijks sprake van sociale mobiliteit terwijl dit juist wel in open
samenlevingen is; daar krijg je de kans om sociaal mobiel te zijn.
GOEDEREN…………………………………………... …… …
Men werkt niet alleen samen om gezamenlijke doelen te bereiken. Ook doen ze dat soms om een ideaal te
realiseren waar iedereen baat bij heeft. In zo’n geval spreek je van het algemeen belang of een collectief
goed. Een voorbeeld hiervan is schoon drinkwater of onderwijs voor iedereen. Mensen werken mee door
belasting te betalen en dragen zo bij aan collectieve goederen. Het tegenovergestelde van collectieve
goederen zijn private goederen.
Definitie collectieve + private goederen………………………………………………….......
⤷ Collectieve goederen hebben als belangrijkste kenmerk dat ze non-exclusief zijn; het is dus voor
iedereen evenveel toegankelijk en niemand kan hiervan uitgesloten worden.
⤷ Private goederen zijn goederen waar mensen voor moeten betalen zoals voor eten en drinken, een
abonnement op een sportclub of een vakantie. Van deze goederen kun je dus wel worden uitgesloten; als
je er zelf voor kiest of juist niet. Deze goederen zijn dus wel exclusief.
Als een groep mensen collectieve goederen tot stand wil brengen, noem je dit een collectieve actie. Wel
heeft zo’n actie een dilemma: wat is goed voor de groep of samenleving en wat is goed voor mijn eigen
belangen?
, PARAGRAAF 2
DILEMMA COLLECT IEVE ACT IE……………………………………. …
De keus waar mensen voor staan om wel of niet mee te werken heet het dilemma van een collectieve
actie. Het is een dilemma voor actoren omdat zij voor de staan om wel of niet mee te doen aan de
samenwerking. Beide keuzes hebben zijn voordelen. Het is voor de meeste actoren aantrekkelijker om
niets op te offeren. De actoren die wel profiteren van het collectieve goed maar er niet aan bijdragen
noemen we free-riders. Een voorbeeld hiervan zijn mensen die samenvattingen van anderen overnemen,
maar er zelf geen maken. In de samenleving zijn free-riders voornamelijk mensen die belastingen
ontduiken. De shell is hier een goed voorbeeld van, omdat zij weigeren belasting te betalen. Ook op
wereldschaal zijn er free-riders. Als er bijvoorbeeld een burgeroorlog is en de mensenrechten daar
worden geschonden, kunnen andere landen ingrijpen. Dit is natuurlijk ook veel aantrekkelijker voor zo’n
land, dat andere landen ingrijpen in plaats van zij zelf: het scheelt militaire kosten.
Definitie actor + freeriders………………………………………………..............................................
⤷ Een actor is een groep of persoon die betrokken is bij de maatschappelijke vraagstukken. Dat kan een
persoon of groep zijn of bijvoorbeeld een staat zoals Nederland.
⤷ Een freerider is een actor die profiteert van een collectief goed zonder een bijdrage eraan te leveren.
Er is echter een oplossing voor het dilemma van de collectieve actie; namelijk dwang. Een actor moet
veel macht hebben om te kunnen afdwingen. Een actor met macht kan anderen dus verplichten om mee te
werken, omdat er anders negatieve gevolgen komen (straffen). In Nederland is de staat zo’n actor: zij
kunnen mensen in Nederland dwingen mee te doen aan een collectieve actie. Daar kan zelfs fysiek
geweld bij worden gebruikt (politieke hulpbron). Als het de staat lukt om voor collectieve goederen te
zorgen, krijgt de staat meer legitimiteit (gezag).
Definitie macht……………………………………………..................................................................................
⤷ Macht is het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de
handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
De definitie van het kernconcept macht heeft twee elementen:
⤷ Een actor met macht heeft de mogelijkheid om hulpbronnen in te zetten om zijn doel te bereiken.
⤷ Een actor met macht kan een andere actor beperken in zijn mogelijkheden of die ander juist meer
mogelijkheden geven.
Op school heb je ook met macht te maken: als er iemand zo overheersend is dat hij anderen kan laten
doen wat hij wil. Dit is ook zo in de samenleving, het gaat namelijk soms erom wie de sterkste is. Ook de
overheid heeft met macht te maken. Zij vinden bijvoorbeeld onderwijs zo belangrijk dat het verplicht is.
Dus om je handelingsmogelijkheden in de toekomst te vergroten worden ze nu tijdelijk beperkt. Ze
hebben dus de macht om hun handelingen te verkleinen.
, VERSCHILLENDE SOORT EN…………………………….. …
Er zijn 4 verschillende soorten hulp- en machtsbronnen:
⤷ Affectieve machtsbronnen
⤷ cognitieve machtsbronnen
⤷ economische machtsbronnen
⤷ politieke machtsbronnen
Definities hulpbronnen………………………………………………………………………………………………..
Affectieve machtsbronnen zijn machtsbronnen met invloed op grond van gevoel en emoties. Een
voorbeeld is iemand die zijn ouders probeert over te halen door te huilen of zielig te kijken.
Cognitieve machtsbronnen zijn machtsbronnen op basis van kennis. Een voorbeeld hiervan is dat mensen
eerder naar experts luisteren dan naar mensen die geen verstand van zaken hebben,
Economische machtsbronnen zijn machtsbronnen met invloed op basis van geld of het bezit van schaarse
goederen. Een voorbeeld is als mensen veel geld hebben dat ze maatregelen naar hun hand kunnen zetten.
Zo kan een baas iemand extra laten werken door hem extra te betalen.
Politieke machtsbronnen zijn machtsbronnen met invloed van de overheid of politieke macht dragers. De
overheid kan mensen dwingen zich aan bepaalde regels te houden; de mensen moeten de overheid
gehoorzamen.
MACHT………………………………………………………. …
Bij macht is sprake van een asymmetrische relatie tussen de actoren. Je kunt pas spreken van macht van
de één over de ander als de één de andere actor kan dwingen iets anders te doen dan hij zelf wilde. Een
goed voorbeeld hiervan is: Een werkgever wil geen loonsverhoging geven aan een werknemer, maar is
wel afhankelijk van deze werknemer. De werknemer kan dreigen om ontslag te nemen en dan moet de
werkgever kiezen: wel een loonsverhoging of een werknemer verliezen. Je spreekt niet van macht over
elkaar als twee mensen evenveel hulpbronnen hebben. Machtverschillen zijn er ook tussen
bevolkingsgroepen. De ene groep kan meer macht hebben dan de andere groep. Topsporters krijgen
namelijk meer aandacht in de media en de politiek dan scholieren. Maar zo’n groep kan machtsoverwicht
krijgen in een samenleving. We spreken dan van hegemonie. Deze groep kan dan via de overheid haar wil
opleggen aan groepen met minder macht. Dit kan leiden tot geweld. Een voorbeeld hiervan is China.
Als een machtige groep of staat haar macht verliest en nog geen nieuwe machtige groep haar plaats heeft
ingenomen, spreken we van een machtsvacuüm. Dit is een situatie waarin het niet duidelijk is wie de
macht heeft. Als er juist sprake is van weinig machtsverschillen tussen groepen of staten noem je dat
machtsevenwicht. Dat is een situatie waarin elke actor ongeveer evenveel macht heeft en waardoor zij hun
wil niet aan elkaar kunnen opleggen.
Er wordt ook nog eens onderscheid gemaakt tussen formele en informele macht:
⤷ Formele macht is vastgelegd in regels en wetten
⤷ Informele macht is niet officieel vastgelegd
De macht van de overheid is voornamelijk gebaseerd op formele macht omdat het gaat over wetten en
structuren. Ook is er naast formele macht sprake van informele macht. Dankzij hun bijzondere kwaliteiten
of kennis kunnen mensen macht hebben over anderen. Dit wordt ook wel gezag genoemd.
HOOFDSTUK 2 PARAGRAAF 1
SOCIALE ONGELIJKHEID……………………………….. …
Socialisatie is belangrijk voor het voortbestaan van cultuur. Een samenleving bestaat namelijk uit cultuur,
verhoudingen, verschillen in macht, status en bezit. We noemen dit hoofdconcept verhouding; de
betekenis die een samenleving geeft aan verschillen tussen mensen. Dit heeft wel consequenties voor de
toedeling van macht, status en bezit. Dit noemen we het kernconcept sociale ongelijkheid.
Definitie sociale ongelijkheid…………………………………………………………………………………….
⤷ Sociale ongelijkheid is een situatie waarin verschillen tussen mensen, In al dan niet aangeboren
kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en die leiden tot een ongelijke
verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
Aangeboren verschillen zijn er al vanaf je geboorte zoals, geslacht en handicap. Niet aangeboren
verschillen zijn ontstaan tijdens het proces van socialisatie. Bij socialisatie wordt er een betekenis
gegeven aan deze verschillen; dat is het tweede deel van de definitie van socialisatie: er worden
consequenties verbonden aan de verschillen tussen mensen. Een goed voorbeeld hiervan is dat mannen
vaak net iets meer betaald krijgen dan vrouwen. Vaak spreken mensen hier gelijk van discriminatie, maar
in dit geval is dit het niet. Discriminatie is namelijk een ongelijke behandeling in gelijke gevallen. Sociale
ongelijkheid is veel breder dan dit; dan worden deze verschillen grotendeels gewaardeerd door de
samenleving.
Definities hulpbronnen………………………………………………………………………………………………..
Economische hulpbronnen zijn hulpbronnen die te maken hebben met geld en bezit. Het gaat niet altijd
om iemands inkomen maar ook om het vermogen dat iemand bezit. Vermogen zijn bezittingen zoals
spaargeld, grond of huizen. Andere economische hulpbronnen kunnen consumptiegoederen, luxe auto’s,
telefoons of hooggewaardeerde zaken zijn. Opleiding en beroep behoort ook tot deze hulpbronnen.
Sociale hulpbronnen zijn mensen die je kent en die je helpen doordat ze hun hulpbronnen aan je uitlenen.
Denk hierbij aan bijvoorbeeld geld. Deze mensen die je kent kunnen onder andere kennissen, clubleden of
familie zijn.
Symbolische hulpbronnen zijn status en aanzien. Het verschil tussen status en aanzien heeft gevolgen voor
de waardering en behandeling van een persoon. Je kunt deze status krijgen door je maatschappelijke
positie of leefstijl, Artsen worden meer gewaardeerd dan vuilnismannen. Ook kun je spreken van status
op basis van talent: een goede sporter of zanger wordt meer gewaardeerd. Ook kun je op basis van functie
een status krijgen, zoals een koning(in) of keizer(in). Je kunt dus op basis van 3 manieren status krijgen:
expertise, talent of functie (gezag).
Politieke hulpbronnen bestaan uit macht en gezag. Mensen met macht hebben meer hulpbronnen dan
mensen zonder macht. Denk hierbij aan geld en bevoegdheden. Politieke bestuurders (burgemeesters,
ministers etc.) kunnen de horeca laten sluiten en als zich niet aan deze regels wordt gehouden, de politie
inschakelen. Deze politieke bestuurders beschikken over juridische en fysieke dwangmiddelen.
,DE MAATSCHAPPIJ……………………………………….. …
Individuen nemen allemaal een andere maatschappelijke positie in de samenleving. We kunnen zo
verschillende groepen onderscheiden met ongeveer dezelfde positie, zoals docenten of artsen; zij hebben
bijna evenveel status. Deze verdeling, waartussen sociale ongelijkheid bestaat, noemen we sociale
stratificatie. Die groepen worden ook wel sociale lagen genoemd. Als deze lagen in een soort piramide
boven elkaar worden geplaatst, ontstaat er een maatschappelijke ladder. Hierin staan mensen met meer
bezit en meer macht hoger dan mensen met minder bezit en macht: het is te vergelijken met een piramide
samenleving van de Grieken of Egyptenaren. Worden ze vergeleken op basis van de status van een
beroep, dan heet dit een beroepsprestigeladder. Het is niet zo dat als je onderaan deze ladder staat, dat je
niet naar boven kunt klimmen; dit is namelijk wel mogelijk. Je kunt bijvoorbeeld met weinig bezit
beginnen en langzamerhand steeds meer bezit krijgen. Hetzelfde geldt voor macht; misschien wordt je
wel beroemd, dan krijg je automatisch meer macht dan voorheen. Zo ben je dus geklommen. Dit proces
noem je sociale mobiliteit. De sociale mobiliteit kan worden verklaard door processen van
positietoewijzing of positieverwerving.
Definitie positieverwerving + positietoewijzing…………………………………………..
⤷ Positietoewijzing verwijst naar maatschappelijke oorzaken waardoor een persoon of groep op een
bepaalde positie terechtkomt. Vaak heb je hier geen of nauwelijks invloed op. Voorbeeld: mannen worden
bevoordeeld ten opzichte van vrouwen. Er is niet gelijk sprake van discriminatie.
⤷ Positieverwerving is dat je juist wel iets kunt doen aan de plek waar jij staat. Mensen verkrijgen dan
een maatschappelijke positie door hun eigen bijdrage of bijdrage van de groep waar zij bij horen.
Voorbeeld: ze krijgen een hogere plek omdat ze cursussen hebben gevolgd of ze krijgen een promotie
omdat ze goed hebben gepresteerd.
Het stijgen en dalen op deze maatschappelijke ladder is niet in elke samenleving even makkelijk. In
gesloten samenlevingen is er nauwelijks sprake van sociale mobiliteit terwijl dit juist wel in open
samenlevingen is; daar krijg je de kans om sociaal mobiel te zijn.
GOEDEREN…………………………………………... …… …
Men werkt niet alleen samen om gezamenlijke doelen te bereiken. Ook doen ze dat soms om een ideaal te
realiseren waar iedereen baat bij heeft. In zo’n geval spreek je van het algemeen belang of een collectief
goed. Een voorbeeld hiervan is schoon drinkwater of onderwijs voor iedereen. Mensen werken mee door
belasting te betalen en dragen zo bij aan collectieve goederen. Het tegenovergestelde van collectieve
goederen zijn private goederen.
Definitie collectieve + private goederen………………………………………………….......
⤷ Collectieve goederen hebben als belangrijkste kenmerk dat ze non-exclusief zijn; het is dus voor
iedereen evenveel toegankelijk en niemand kan hiervan uitgesloten worden.
⤷ Private goederen zijn goederen waar mensen voor moeten betalen zoals voor eten en drinken, een
abonnement op een sportclub of een vakantie. Van deze goederen kun je dus wel worden uitgesloten; als
je er zelf voor kiest of juist niet. Deze goederen zijn dus wel exclusief.
Als een groep mensen collectieve goederen tot stand wil brengen, noem je dit een collectieve actie. Wel
heeft zo’n actie een dilemma: wat is goed voor de groep of samenleving en wat is goed voor mijn eigen
belangen?
, PARAGRAAF 2
DILEMMA COLLECT IEVE ACT IE……………………………………. …
De keus waar mensen voor staan om wel of niet mee te werken heet het dilemma van een collectieve
actie. Het is een dilemma voor actoren omdat zij voor de staan om wel of niet mee te doen aan de
samenwerking. Beide keuzes hebben zijn voordelen. Het is voor de meeste actoren aantrekkelijker om
niets op te offeren. De actoren die wel profiteren van het collectieve goed maar er niet aan bijdragen
noemen we free-riders. Een voorbeeld hiervan zijn mensen die samenvattingen van anderen overnemen,
maar er zelf geen maken. In de samenleving zijn free-riders voornamelijk mensen die belastingen
ontduiken. De shell is hier een goed voorbeeld van, omdat zij weigeren belasting te betalen. Ook op
wereldschaal zijn er free-riders. Als er bijvoorbeeld een burgeroorlog is en de mensenrechten daar
worden geschonden, kunnen andere landen ingrijpen. Dit is natuurlijk ook veel aantrekkelijker voor zo’n
land, dat andere landen ingrijpen in plaats van zij zelf: het scheelt militaire kosten.
Definitie actor + freeriders………………………………………………..............................................
⤷ Een actor is een groep of persoon die betrokken is bij de maatschappelijke vraagstukken. Dat kan een
persoon of groep zijn of bijvoorbeeld een staat zoals Nederland.
⤷ Een freerider is een actor die profiteert van een collectief goed zonder een bijdrage eraan te leveren.
Er is echter een oplossing voor het dilemma van de collectieve actie; namelijk dwang. Een actor moet
veel macht hebben om te kunnen afdwingen. Een actor met macht kan anderen dus verplichten om mee te
werken, omdat er anders negatieve gevolgen komen (straffen). In Nederland is de staat zo’n actor: zij
kunnen mensen in Nederland dwingen mee te doen aan een collectieve actie. Daar kan zelfs fysiek
geweld bij worden gebruikt (politieke hulpbron). Als het de staat lukt om voor collectieve goederen te
zorgen, krijgt de staat meer legitimiteit (gezag).
Definitie macht……………………………………………..................................................................................
⤷ Macht is het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de
handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
De definitie van het kernconcept macht heeft twee elementen:
⤷ Een actor met macht heeft de mogelijkheid om hulpbronnen in te zetten om zijn doel te bereiken.
⤷ Een actor met macht kan een andere actor beperken in zijn mogelijkheden of die ander juist meer
mogelijkheden geven.
Op school heb je ook met macht te maken: als er iemand zo overheersend is dat hij anderen kan laten
doen wat hij wil. Dit is ook zo in de samenleving, het gaat namelijk soms erom wie de sterkste is. Ook de
overheid heeft met macht te maken. Zij vinden bijvoorbeeld onderwijs zo belangrijk dat het verplicht is.
Dus om je handelingsmogelijkheden in de toekomst te vergroten worden ze nu tijdelijk beperkt. Ze
hebben dus de macht om hun handelingen te verkleinen.
, VERSCHILLENDE SOORT EN…………………………….. …
Er zijn 4 verschillende soorten hulp- en machtsbronnen:
⤷ Affectieve machtsbronnen
⤷ cognitieve machtsbronnen
⤷ economische machtsbronnen
⤷ politieke machtsbronnen
Definities hulpbronnen………………………………………………………………………………………………..
Affectieve machtsbronnen zijn machtsbronnen met invloed op grond van gevoel en emoties. Een
voorbeeld is iemand die zijn ouders probeert over te halen door te huilen of zielig te kijken.
Cognitieve machtsbronnen zijn machtsbronnen op basis van kennis. Een voorbeeld hiervan is dat mensen
eerder naar experts luisteren dan naar mensen die geen verstand van zaken hebben,
Economische machtsbronnen zijn machtsbronnen met invloed op basis van geld of het bezit van schaarse
goederen. Een voorbeeld is als mensen veel geld hebben dat ze maatregelen naar hun hand kunnen zetten.
Zo kan een baas iemand extra laten werken door hem extra te betalen.
Politieke machtsbronnen zijn machtsbronnen met invloed van de overheid of politieke macht dragers. De
overheid kan mensen dwingen zich aan bepaalde regels te houden; de mensen moeten de overheid
gehoorzamen.
MACHT………………………………………………………. …
Bij macht is sprake van een asymmetrische relatie tussen de actoren. Je kunt pas spreken van macht van
de één over de ander als de één de andere actor kan dwingen iets anders te doen dan hij zelf wilde. Een
goed voorbeeld hiervan is: Een werkgever wil geen loonsverhoging geven aan een werknemer, maar is
wel afhankelijk van deze werknemer. De werknemer kan dreigen om ontslag te nemen en dan moet de
werkgever kiezen: wel een loonsverhoging of een werknemer verliezen. Je spreekt niet van macht over
elkaar als twee mensen evenveel hulpbronnen hebben. Machtverschillen zijn er ook tussen
bevolkingsgroepen. De ene groep kan meer macht hebben dan de andere groep. Topsporters krijgen
namelijk meer aandacht in de media en de politiek dan scholieren. Maar zo’n groep kan machtsoverwicht
krijgen in een samenleving. We spreken dan van hegemonie. Deze groep kan dan via de overheid haar wil
opleggen aan groepen met minder macht. Dit kan leiden tot geweld. Een voorbeeld hiervan is China.
Als een machtige groep of staat haar macht verliest en nog geen nieuwe machtige groep haar plaats heeft
ingenomen, spreken we van een machtsvacuüm. Dit is een situatie waarin het niet duidelijk is wie de
macht heeft. Als er juist sprake is van weinig machtsverschillen tussen groepen of staten noem je dat
machtsevenwicht. Dat is een situatie waarin elke actor ongeveer evenveel macht heeft en waardoor zij hun
wil niet aan elkaar kunnen opleggen.
Er wordt ook nog eens onderscheid gemaakt tussen formele en informele macht:
⤷ Formele macht is vastgelegd in regels en wetten
⤷ Informele macht is niet officieel vastgelegd
De macht van de overheid is voornamelijk gebaseerd op formele macht omdat het gaat over wetten en
structuren. Ook is er naast formele macht sprake van informele macht. Dankzij hun bijzondere kwaliteiten
of kennis kunnen mensen macht hebben over anderen. Dit wordt ook wel gezag genoemd.