H7 Du Symbolisme au modernisme
A Introduction
Derde Republiek (1870-1940) een periode van relatieve rust en stabiliteit.
Het mooie tijdperk/ La Belle Époque (1875-1914) → MODERNE POËZIE: Le naissance
poëzie moderne
- Bloei van: de industrie, de techniek en de cultuur
- In Parijs bloeide het kunstleven op
- Symbolisme: dichters verzetten zich tegen de eisen van de burgermaatschappij en
bevrijden zij de poëzie van de regels (bv. rijm en metrum).
Eerste wereldoorlog/ La première Guerre mondiale (1914-1918)
- Maakte een einde aan het optimisme
- Revolutie in de Franse poëzie
→ Dada-beweging is geschokt door de verwoestende effecten van de oorlog en
uiten door werk te maken dat tegen de traditionele opvatting van kunst gaat.
- Beeldgedicht (typografie)
- Veroorzaakt een gevoel van desillusie
L’entre-deux-guerres (1918-1939)
- Door de verschrikking van de oorlog ziet mensen de technologische vooruitgang ook
vernietiging kan brengen.
- In kunst: komen thema’s als dood, rouw en lijden terug.
- De jongere generatie stort zich in uitgaansleven, om de verwoestende jaren te
vergeten. → Les années folles
- Filosofen komen met het idee dat de mens geen rationeel wezen is dat afgewogen
keuzes maakt, in crisissituatie komen duistere instincten boven.
- Het christelijke geloof wordt minder, individualistische mens is minder bereid om zich
te onderwerpen aan hogere macht: traditionele christelijke normen en waarden ter
discussie.
- Literatuur: werken modernisten, stellen dat er geen objectieve kennis of absolute
waarheid is.
Beurscrash van 1929
- groeiende dreiging nazisme en fascisme → schrijvers worden dan politiek actief om
hun idealen te verdedigen
Naissance de la poésie moderne/ geboorte van de moderne poëzie- La belle Epoque
La crise des valeurs traditionnelles/ De crisis van de traditionele normen- L’entre deux
guerres
, B Le symbolisme → Depuis la belle époque
Stroming in schilderkunst en literatuur aan het einde van 19e eeuw
- Het alledaagse is geen interessant onderwerp voor hun kunst
- Vinden dat hun werk het onzichtbare moeten proberen uit te drukken door metaforen
- De kunst krijgt een verheven religieuze functie (Door beeldspraak die verwijzen naar
‘het hogere’ en ‘niet-zichtbare werkelijkheid’
- Op gebied poëzie: dichters maken zich los van de vast vormregel
- Nieuwe genre: Vers libre, vrije dichtvorm zonder regelmatige rijm of metrum
Les poètes maudits/ Symbolische dichters
- Vervloekte dichters voelen zich niet begrepen en kunnen/willen niet aanpassen
- Voorbeeld Charles Baudelaire: Vernieuwde poëzie en vrije onconventionele
levensstijl
Belangrijke symbolische dichters met anti-burgerlijke manier van leven:
1. Paul Verlaine (1844-1896)
2. Arthur Rimbaud (1854-1891)
C Dada → begint tijdens La première Guerre mondiale
Internationale artistieke beweging die afzet tegen burgerlijke maatschappij, die schuldig zijn
aan de verschrikking van de Eerste Wereldoorlog.
Stroming:
- Ontstaan in 1916, in Zürich, waar gevluchte kunstenaars en schrijvers uit
verschillende landen zich verzamelden
- Streven bevrijding van het individu en van kunst
- Motto: Alles is kunst, niets is kunst → gaat er om of iemand iets als kunst presenteert
(het gaat niet meer om of iets mooi gemaakt is).
- Dadaïsten: laten lijden door toeval of spontane ingeving
Dadakunst:
- ready-made principe waarbij een bepaald object tot kunst wordt verheven.
- Werken veel samen met andere kunstvormen
- Speels en provocerend karakter
Tristan Tzara
- Een van de leiders van de dadabeweging
- Frans-Roemeense dichter
- Richtte in 1916 het tijdschrift Dada op, in Zürich
In 1919 in Parijs en een belangrijk deel van de dadabeweging wordt → in 1920 overgaat in
surrealisme