, Oefentoets – alle antwoorden apart einde
20 open vragen
Hoofdstuk 1 Veiligheidsbewustzijn en risicoanalyse
Vraag 1
Leg uit wat het verschil is tussen objectieve veiligheid en subjectieve veiligheid. Geef van beide
begrippen een praktijkvoorbeeld binnen de werkzaamheden van een beveiliger.
Vraag 2
Beschrijf welke stappen een beveiliger doorloopt bij het uitvoeren van een risicoanalyse voorafgaand
aan een evenement.
Vraag 3
Een organisatie wil de kans op diefstal verminderen zonder extra beveiligers in te zetten. Noem
minimaal vijf preventieve beveiligingsmaatregelen en leg uit waarom deze effectief zijn.
Vraag 4
Leg uit waarom beveiliging altijd een combinatie is van organisatorische, bouwkundige en
elektronische maatregelen. Licht iedere maatregel afzonderlijk toe.
Vraag 5
Beschrijf welke factoren een beveiliger moet beoordelen voordat besloten wordt een persoon de
toegang tot een gebouw te weigeren.
Hoofdstuk 2 Toezicht en incidenten
Vraag 6
Tijdens een surveillanceronde ontdekt een beveiliger een openstaande nooddeur. Beschrijf stap voor
stap welke acties moeten worden uitgevoerd.
Vraag 7
Leg uit waarom een goede observatie belangrijker is dan snel handelen. Betrek in je antwoord de
begrippen waarnemen, interpreteren en rapporteren.
Vraag 8
Beschrijf hoe een beveiliger moet handelen wanneer een verdachte zich agressief opstelt, maar nog
geen strafbaar feit heeft gepleegd.
Vraag 9
Noem minimaal zes signalen die kunnen wijzen op een verhoogd veiligheidsrisico tijdens een
surveillanceronde.
Vraag 10
Leg uit hoe een beveiliger prioriteiten bepaalt wanneer zich tegelijkertijd een brandmelding en een
melding van een winkeldiefstal voordoen.