Elektriciteit
W 4 4
S
-A," S S 5
Hoofdstuk 4 - VWO 4
> Opgaven <
51 Lading
Negatieve lading wordt door
positieve lading aangetrokken verplaatst hierdoor Elektronen verplaatsen de
-
,
en .
van min-
naar de Pluspool .
- ! Stroom loopt echter van plus naar min .
Symbolen in een
schakeling
:
Schakelingen
-
achter elkaar
kunnen in Serie staan ,
waarbij meerdere
lampjes
Lampje EPTC
-
zijn aangesloten
: -
*
- LDR
-
Batterij
-
Ook
-
t
kunnen
schakelingen -
-- Weerstand - -
Diode
Parallel staan ,
waarbij --
variabele
*
Weerstand
- -
LED
lampjes onder elkaar -t
ENTC
-
zijn aangesloten
:
Materialen
zijn geleiders grote
-
met kleine Weerstand materialen met Weerstand isolatoren
,
zijn .
Lading (g) wordt (C).
-
Coulomb
gegeven in
Negative Temperature Coefficient
Hogere
-
weerstand bij lage temperatuur
:
.
Positive Temperature (oefficient
-
:
Hogere weerstand
bij hoge temperatuur .
Light Dependant Resistor afhankelijk hoeveelheid licht.
-
: Weerstand van
Diode door.
geett stroom
-
1
richting
:
in
LED Lichtgevende diode
-
:
52 Stroomsterkte
spanning
en
Stroomsterkte (I) de hoevedheid dat per seconde stroomt ampère (A) (otwal C/s
lading
-
is in
I = = Stroomsterkte (A)
(V) (otwa JIC)
-Spanning (L) de hoeveelheid per coulomb dat wordt volt
is
energie afgegeven gegeven
,
in
↳ De 230 V I Nederland)
netspanning is
altijd in
.
U =
E
53 Rekenen met
schakelingen
-Er EI Zuin
is
altijd behoud van stroom , das =
Voor ZU
spanning geldt Ubron
-
: =
-
In de stroomsterkte overal hetzelfde. In wordt de Stroomsterkte Verdeelt de
Serieschakeling parallelschakeling
een is een over
Verschillende
Stroomkringen .
In
-
wordt de verdeelt over de In de de
een
Serieschakeling spanning lampjes. parallelschakeling is
spanning
overal
gelijk.