Kenmerken van mensen met een verstandelijke beperking
Hoofdstuk 3
3.1 Beperkingen op gebied van ziektebesef en ziekte-inzicht
Door de beperking hebben wensen met een beperking een verminderd ziekte besef en
een gering ziekte-inzicht. Het ziektebesef wordt gevoed door zintuiglijke prikkels en
door signalen vanuit het zenuwstelsel. Het besef dat het lichaam niet goed
functioneert is een samenspel van fysieke waarneming en verstandelijke interpretatie.
De fysieke signalen moeten worden geduid vanuit een verstandelijke referentiekader
waarin het begrip ziekte een plaats heeft. Zowel aan de kant van de fysieke
prikkelvorming als aan de kant van de verstandelijke signaalduiding gaat het wel eens
mis. Wanneer ziektebesef ontbreekt, is de patient afhankelijk van ziektesignalering en
acties door derden.
Ziekte-inzicht betreft het redeneren over aard, oorzaken en consequenties van de
eigen gezondheid dan wel ziekte. Het ziekte-inzicht is primair een verstandelijke
functie. Hiervoor is het nodig over enige kennis te bezitten. Bij mensen met en
verstandelijke beperking is ziekte-inzicht slecht beperkt aanwezig of geheel afwezig.
De combinatie van een verstoord ziektebesef en een gering of afwezig ziekte-inzicht is
een riskante combinatie. Dat maakt mensen met een verstandelijke beperking riskant
voor gezondheidsproblemen.
3.1 Atypische presentatie van gezondheidsklachten
Door een verstoord ziektebesef en verminderd ziekte-inzicht zal er bij mensen met een
verstandelijke beperking sprake zijn van een atypische presentatie van
gezondheidsklachten. Factoren als ontwikkelingsleeftijd, suggestibiliteit en
communicatie spelen hierbij een rol. Klachten prestaties zijn daarnaast cultureel
bepaald en worden aangeleerd, gekopieerd van de ouder en/of andere gezinsleden.
Dit alles kan leiden tot vertraging van de diagnose en hierdoor tot
gezondheidsproblemen.
3.3 Beperkingen op het gebied van communicatie
Bij mensen met een verstandelijke beperking verloopt communicatie per definitie
anders, afhankelijk van de verstandelijke, sociaal-emotionele, psychische, motorische
en zintuigelijke (on) mogelijkheden. Ook is er vaak sprake van analfabetisme. Ook kan
er sprake zijn van imponerende verbaliteit, waardoor onderliggende beperkingen niet
onderkend worden met overschatting ten gevolge. Overschatting is een belangrijk
probleem zowel in de diagnostiek als in de behandeling. Daarnaast komen
zintuigstoornissen veel voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Door grote
mate van onderdiagnostiek zijn deze zintuigstoornissen niet altijd bekend en dus wordt
er ook niet altijd wat aan gedaan. Ook kunnen mensen met een verstandelijke
beperking minder goed compenseren voor hun zintuigstoornis, waardoor de impact
groter is.
Ook autisme komt vaak voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Er bestaan
communicatieproblemen bij alle mensen met een verstandelijke beperking.
3.4 Beperkingen op het gebied van tempo
Het hebben van een verstandelijke beperking leidt tot beperkingen op het gebied van
tempo en aandachtspanne. Dit geld voor bewegen maar ook voor o.a de concentratie
en informatieverwerking. De beperking geldt vervolgens ook voor de wijze waarop
zorg kan worden verleend. Niet alleen het informatieaanbod en de vorm, maar juist
het tempo waarin het wordt aangeboden leidt bij mensen met een verstandelijke
beperking veelal tot problemen.
Hoofdstuk 3
3.1 Beperkingen op gebied van ziektebesef en ziekte-inzicht
Door de beperking hebben wensen met een beperking een verminderd ziekte besef en
een gering ziekte-inzicht. Het ziektebesef wordt gevoed door zintuiglijke prikkels en
door signalen vanuit het zenuwstelsel. Het besef dat het lichaam niet goed
functioneert is een samenspel van fysieke waarneming en verstandelijke interpretatie.
De fysieke signalen moeten worden geduid vanuit een verstandelijke referentiekader
waarin het begrip ziekte een plaats heeft. Zowel aan de kant van de fysieke
prikkelvorming als aan de kant van de verstandelijke signaalduiding gaat het wel eens
mis. Wanneer ziektebesef ontbreekt, is de patient afhankelijk van ziektesignalering en
acties door derden.
Ziekte-inzicht betreft het redeneren over aard, oorzaken en consequenties van de
eigen gezondheid dan wel ziekte. Het ziekte-inzicht is primair een verstandelijke
functie. Hiervoor is het nodig over enige kennis te bezitten. Bij mensen met en
verstandelijke beperking is ziekte-inzicht slecht beperkt aanwezig of geheel afwezig.
De combinatie van een verstoord ziektebesef en een gering of afwezig ziekte-inzicht is
een riskante combinatie. Dat maakt mensen met een verstandelijke beperking riskant
voor gezondheidsproblemen.
3.1 Atypische presentatie van gezondheidsklachten
Door een verstoord ziektebesef en verminderd ziekte-inzicht zal er bij mensen met een
verstandelijke beperking sprake zijn van een atypische presentatie van
gezondheidsklachten. Factoren als ontwikkelingsleeftijd, suggestibiliteit en
communicatie spelen hierbij een rol. Klachten prestaties zijn daarnaast cultureel
bepaald en worden aangeleerd, gekopieerd van de ouder en/of andere gezinsleden.
Dit alles kan leiden tot vertraging van de diagnose en hierdoor tot
gezondheidsproblemen.
3.3 Beperkingen op het gebied van communicatie
Bij mensen met een verstandelijke beperking verloopt communicatie per definitie
anders, afhankelijk van de verstandelijke, sociaal-emotionele, psychische, motorische
en zintuigelijke (on) mogelijkheden. Ook is er vaak sprake van analfabetisme. Ook kan
er sprake zijn van imponerende verbaliteit, waardoor onderliggende beperkingen niet
onderkend worden met overschatting ten gevolge. Overschatting is een belangrijk
probleem zowel in de diagnostiek als in de behandeling. Daarnaast komen
zintuigstoornissen veel voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Door grote
mate van onderdiagnostiek zijn deze zintuigstoornissen niet altijd bekend en dus wordt
er ook niet altijd wat aan gedaan. Ook kunnen mensen met een verstandelijke
beperking minder goed compenseren voor hun zintuigstoornis, waardoor de impact
groter is.
Ook autisme komt vaak voor bij mensen met een verstandelijke beperking. Er bestaan
communicatieproblemen bij alle mensen met een verstandelijke beperking.
3.4 Beperkingen op het gebied van tempo
Het hebben van een verstandelijke beperking leidt tot beperkingen op het gebied van
tempo en aandachtspanne. Dit geld voor bewegen maar ook voor o.a de concentratie
en informatieverwerking. De beperking geldt vervolgens ook voor de wijze waarop
zorg kan worden verleend. Niet alleen het informatieaanbod en de vorm, maar juist
het tempo waarin het wordt aangeboden leidt bij mensen met een verstandelijke
beperking veelal tot problemen.