Pluriforme samenleving: (pluriform = veelvormig) Een samenleving waarin
verschillen tussen mensen bestaan in levensstijl, godsdienst en andere
cultuurkenmerken.
Dominante cultuur: normen, waarden en gewoonten van de meeste mensen in
een land.
Subcultuur: de cultuur van een kleine groep mensen binnen de samenleving.
(Zeeuw/gamer/Ajax)
Culturele diversiteit: het bestaan van veel verschillende subculturen en
levensstijlen.
6 factoren die bijdragen aan culturele diversiteit: 1. Woonomgeving 2. Generatie 3.
Maatschappelijke positie (opleiding/inkomen) 4. Gender 5. Migratieachtergrond 6.
Godsdienst (opvattingen/feestdagen)
Waarom zo belangrijk:
Etnische subculturen: zijn groepen mensen die zich onderling verbonden voelen
door een gemeenschappelijk land van herkomst en de daarbij horende waarden,
normen, gewoonten en andere culturele kenmerken.
Cultuur is dynamisch: verschilt in de loop van de tijd, maar ook per plaats en per groep. Mode,
social media, opvattingen over drugs en seks. Hoe je naar cultuur en cultuurverschillen kijkt hangt
af van je referentiekader.
§2- worden wie je bent
Nature: aangeboren kenmerken (ritme, seksuele voorkeur)
Nurture: aangeleerde kenmerken (muziekvoorkeur, talen)
Socialisatie: cultuuroverdracht (proces van het aanleren van normen, waarden en
andere kenmerken in een samenleving). Socialisatie waar:
gezin/school/vrienden/sport/werk/ geloof/media/overheid. Hoe: imitatie (nadoen),
informatie die je krijgt &
Sociale controle: De manieren waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen
zich aan de geldende normen te houden. (-sanctie: boetes +sanctie: complimenten)
socialisatie leidt tot
Internalisatie: dat mensen zich waarden, normen en gewoonten eigen maken en zich
automatisch gaan gedragen zoals hun omgeving van hen verwacht .
Persoonlijke identiteit: het beeld dat iemand van zichzelf heeft, uitdraagt en
andere voorhoudt. Sociale identiteit: deel van je zelfbeeld dat is afgeleid van de
groepen en culturen waarmee je je verbonden voelt. (in)formele
sancties:
2 dimensies van Van Hofstede:
Individualistisch: nadruk op persoonlijke ontwikkeling en individuele vrijheid.
Collectivistisch: het belang van de groep, gaat boven het belang van het individu
(familie).
, Masculiene: cultuur waar de rollen van m&v duidelijk zijn gescheiden.
Feminiene: cultuur waar de rollen van m&v in elkaar overlopen. (NL)
§3- hokjes denken: het automatisch mensen, dingen of situaties in hokjes plaatsen
(categoriseren).
Vooroordeel: een oordeel over iemand hebben, zonder dat je die persoon kent.
Stereotypen: een overdreven vaststaand beeld van een groep mensen.
Wij-zij denken: Mensen hebben de behoefte om bij een groep te horen. Je behoort dan
bij de wij-groep en deelt andere mensen die hier niet bij horen in de zij-groep. Eigen
groep is positief.
Polarisatie: mensen komen lijnrecht tegenover elkaar te staan.
Sociale cohesie: onderlinge verbondenheid.
Hoe dragen socialisatie processen mee aan het ontstaan en in stand houden van
vooroordelen en stereotypen: Gedurende je leven leer je allerlei stereotypen en vooroordelen
aan. Onder andere je gezin, je vrienden en de (sociale) media dragen hier voor een belangrijk deel
aan bij.
Discriminatie: het ongelijk behandelen van mensen op basis van een kenmerk dat er
voor die situatie niet toe doet. Vaak bij: arbeidsmarkt/onderwijs/opsporing criminaliteit/op
straat of op sociale media.
Racisme: het indelen van de mensheid in rassen, waarbij het ene menselijke ras
beter wordt gevonden dan het andere.
§4- migratie naar Nederland
Motieven voor migratie: -economisch; armoede, geen werk -politiek; oorlog – sociaal;
familie/trouwen.
Hoe heeft migratie plaatsgevonden: na WO2;
1 migratie uit koloniën 2 gastarbeiders
Welke migranten mogen wel en niet blijven:
Illegalen: mensen die geen toestemming
hebben om hier te wonen en te werken.
§5- integratie gaat niet vanzelf
Assimilatie: mensen geven hun eigen culturele
identiteit op en passen zich helemaal aan aan de
dominante cultuur.
Segregatie: groepen leven gescheiden van elkaar.
(arm&rijk)
Integratie: het samenvoegen van
cultuurgroepen door wederzijdse aanpassing.
Opensamenleving: mensen hebben in een
samenleving veel vrijheid om naar hun eigen normen en waarden te leven.