Laura Batstra
Hoofdstuk 2.
Misverstanden over AHDH
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorderm, oftewel aandachtstekortstoornis
met hyperactiviteit.
Misverstand 1: je wordt geboren met ADHD
Dit klopt niet. Je wordt niet geboren met ADHD. ADHD is namelijk niets anders dan de
criteria die de samenstellers van de DSM hebben opgesteld. Om aan deze criteria voor ADHD
te voldoen, moet er sprake geweest zijn van gedragingen die een baby onmogelijk kan
vertonen (aan één stuk doorpraten of moeite met organiseren van taken of activiteiten). Wel
kun je geboren worden met een aanleg voor dit type gedragingen. Zo kan een baby rusteloos
zijn, en deze aanleg kan uitmonden in de gedragingen en functioneringsproblemen die in de
DSM omschreven staan onder ADHD. Maar dit hoeft niet, want de omgeving waarin een kind
opgroeit beïnvloedt in grote mate zijn ontwikkeling.
In voorlichtingsmateriaal wordt ADHD vaak omschreven als zeer erfelijke stoornis en ze
hebben het zelfs over erfelijkheidspercentages van wel 80%. Opmerkelijk is dat hierin alleen
de uitkomsten van gezins-, tweeling- en adoptiestudies benoemd worden en niet ingaan op
resultaten van moleculair genetische onderzoeken.
Dat de erfelijkheidsfactor bij gezinsstudies, tweelingstudies en adoptiestudies zo hoog
ligt, komt vooral dat deze studies alle drie dezelfde beperking hebben. Namelijk dat ze de
invloed van genen niet voldoende kunnen onderscheiden van omgevingsinvloeden.
Moleculaire genetische studies kunnen dat wel en komen tot erfelijkheidsschattingen van
hooguit een paar procent. Dit wordt echter nauwelijks benoemd in voorlichtingsmateriaal.
Dit leidt tot wijdverbreide overschattingen van de rol van erfelijkheid bij ADHD, met als
mogelijk nadeel dat kinderen en de volwassenen om hen heen de eigen invloed op gedrag
onderschatten. De invloed van omgeving kon echter weleens vele malen groter zijn dan
doorgaans wordt aangenomen.
Misverstand 2: ADHD is het gevolg van een tekort aan een stofje in de hersenen
Er wordt gesteld dat medicatie zoals Ritalin iemands AHDH klachten vermindert doordat het
een tekort aan de neurotransmitter dopamine in de hersenen aanvult. Er zal bij ADHD dus
wel een sprake zijn van een tekort aan dopamine.
Dit is echter een grote denkfout. Als een kind dat zich op school slecht concentreert
beter op gaat letten nadat het Ritalin heeft geslikt, betekent het niet automatisch dat het
voor die tijd een tekort had aan het stofje dat vrijkomt na Ritalin-gebruik. Als het kind beter
op gaat letten na het slikken van Ritalin, bewijst dat absoluut niet dat het kind AHDH of een
,tekort aan dopemine heeft. De meeste mensen kunnen zich namelijk beter concentreren
nadat ze Ritalin geslikt hebben.
Bij ADHD is er dus geen sprake van een tekort aan dopamine in het brein.
Misverstand 3: de hersenen van kinderen met ADHD zien er anders uit
Bijna alle educatieve kinderboeken over ADHD beschrijven ADHD als het gevolg van hersenen
die er afwijkend uitzien en afwijkend functioneren. Dit is een groot misverstand. Het is echter
niet gek dat de schrijvers van deze boek deze achterhaalde hersenclaims beschrijven,
aangezien serieuze bronnen waarvan je betrouwbare informatie zou verwachten dat ook
doen, zoals de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en Radboud Universiteit Nijmegen.
In de jaren 80 kwamen de eerste studies waarin men kleine verschillen vond zoals gemiddeld
genomen iets kleinere hersenen of hersendelen en iets minder dopamine in het brein bij
kinderen met ADHD. Hoe meer onderzoek met beter apparatuur, hoe duidelijker werd dat
gedragsproblemen en psychisch leed niet zichtbaar zijn in de hersenen van individuen. Er is
voor geen enkele DSM-stoornis een neurobiologische oorzaak in de hersenen aan te wijzen.
Uiteraard hebben onze hersenen van alles te maken met ons gedrag, maar het idee dat er
voor stoornissen als ADHD of depressie ooit één oorzaak gevonden zal worden op het gebied
van hersenenkenmerken of functies is te simplistisch.
Dat voorlichtingsfolders, kinderboeken, studieboeken, websites en zelfs wetenschappelijke
artikelen nog altijd stellen dat ADHD het gevolg is van afwijkende hersenen, zoals kleine
hersendelen of een tekort aan dopamine komt doordat groepsverschillen vaak ten onrechte
gepresenteerd worden alsof ze zouden gelden voor ieder individu met een ADHD-
classificatie. Maar groepsgemiddelden zeggen nauwelijks iets over individuen.
De meeste kinderen met een ADHD-classificatie hebben geen kleinere globus pallidus
(gedeelte van de hersenen dat in verband is gebracht met ADHD) ten opzichte van andere
kinderen en dat er een heleboel kinderen met een relatief kleine golbus pallidus zijn die geen
ADHD-gedrag vertonen. Noch van kleinere hersenen of hersendelen, noch van andere
biologische of neurologische hersenkenmerken is ooit aangetoond dat alle ADHD’ers dit
kenmerk wél en alle niet-ADHD’ers dit níet hebben. Er is dus geen enkele reden om te
beweren dat de hersenen van ADHD’ers er op een bepaalde manier uitzien of werken, dit is
dus simpelweg niet waar.
Misverstand 4: ADHD veroorzaakt hyperactiviteit, impulsiviteit en
concentratieproblemen
ADHD wordt nogal eens gezien als de oorzaak van hyperactiviteit, impulsiviteit en
concentratieproblemen. ADHD is niets anders dan de benaming voor deze gedragingen. ‘Uw
zoon heeft ADHD, daarom is hij zo druk’. Dat is hetzelfde als je zou zeggen: ‘ik heb hoofdpijn,
want ik heb pijn in mijn hoofd’.
Er kan van alles aan de hand zijn als een kind ongeconcentreerd en onrustig gedrag
vertoont: te weinig slaap, over- of ondervraging op school, opgroeien in armoede etc. Het
gevaar bestaat dat we al dit soort factoren over het hoofd gaan zien als we ervan uitgaan dat
,ADHD de oorzaak is van de als problematisch ervaren hyperactiviteit, impulsiviteit en
concentratieproblemen.
Dat ADHD een hersenafwijking is die het ongewenste gedrag veroorzaakt en daarmee ook
verklaart, is een wijdverbreide denkfout. ADHD resulteer echter niet in deze eigenschappen
(hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen). ADHD is een naam voor deze
eigenschappen.
ADHD is geen verklaring, het is alleen maar een benaming van ongeconcentreerd en
hyperactief gedrag.
Misverstand 5: ADHD heeft altijd bestaan
Sommige hedendaagse wetenschappers zien Zappelphilipp (gedichtje van de Duitse
psychiater Hoffman) als een vroege beschrijving van een ADHD-casus, wat dus zou bewijzen
dat ADHD geen modediagnose is, maar een ziekte die al lange tijd bestaat. Maar wanneer we
ons in de context van de rijm verdiepen, dan rijst er een ander beeld. Zappelphilipp is 1 van
de 10 verhalen dat Hoffman schreef voor zijn driejarige zoontje en dat met name bedoeld
lijkt om kinderen op een grappige manier te waarschuwen voor de consequenties van slecht,
ongemanierd of gevaarlijk gedrag. Het gedichtje lijkt niet echt te wijzen op psychiatrische
gevalsbeschrijvingen.
Andere wetenschappers die beweren dat ADHD ‘een diagnose is die al meer dan een jaar
oud is’, refereren aan het begrip ‘moral deficiency’ dat de Britse kinderarts Still in 1902
introduceerde. ADHD is niet een eeuw of meerdere eeuwen oud, maar bestaat pas sinds
1980. Hier volstaat te noemen dat Zappelphilipp hoogstwaarschijnlijk geen vroege
psychiatrische gevalsbeschrijving van ADHD is, maar een karakter in een enigszins komisch
kinderboek dat toevallig geschreven is door iemand die ook psychiater was.
Misverstand 6: ADHD is chronisch
De boodschap dat men levenslang medicijnen zou moeten slikken voor druk gedrag en
concentratiemoeilijkheden legt de farmaceutische industrie geen windeieren. Daarom
betaalt deze industrie wetenschappers graag om dit verhaal de wereld in te helpen.
ADHD is bij voorbaat niet chronisch. Jongvolwassenen die als kind voldeden aan de criteria
voor ADHD voldoen op latere leeftijd vaak niet meer aan die criteria. Wel functioneren ze op
bepaalde punten gemiddeld slechter dan volwassenen zonder zo’n classificatie in hun
voorgeschiedenis: ze hebben gemiddeld meer problemen op het gebied van werk en sociale
relaties. Farmaceuten en psychiaters willen deze bevindingen nogal eens aanhalen om
langdurige medicijngebruik te promoten.
De ADHD kerngedragingen - hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen –
verminderen of verdwijnen op den duur meestal, terwijl functioneringsproblemen vaker een
blijvende karakter hebben. Dit pleit voor een psychosociale en maatschappelijke aanpak
waarbij we kinderen bijvoorbeeld helpen hun sterke kanten te ontwikkelen en een opleiding
te vinden die bij hen past. Daar hebben ze op de lange termijn waarschijnlijk meer aan dan
, aan medicijnen, want medicatie onderdrukt alleen de kerngedragingen van ADHD terwijl die
meestal vanzelf overgaan.
Misverstand 7: De classificatie en behandelingen voor ADHD zijn evidence based
Evidence based werken betekent dat je zorg verleent die ‘bewezen effectief’ is. Kinderen
krijgen nu al decennialang psychische classificaties, zonder dat bewezen is dat ze daar baat
bij hebben.
De aanwijzingen stapelen op dat behandeling de kinderen met ADHD op de lange termijn
geen voordeel biedt, maar wel risico’s met zich meebrengt. Het gaat dan niet alleen over de
negatieve gevolgen van medicatie, maar ook over psychosociale interventies.
Hoewel behandelingen op de korte termijn helpend kan zijn en we dit ook zeker moeten
blijven bieden aan degenen die het echt nodig hebben, lijkt het weinig zinvol om bij kinderen
en gezinnen met milde problematiek interventies in te zetten vanuit het idee dat we
daarmee erger kunnen voorkomen. Voor die aanname is namelijk geen bewijs. We kunnen
concluderen dat de miljarden die de afgelopen tientallen jaren naar het labelen en
behandelen van kinderen met steeds mildere problematiek zijn gegaan weggegooid geld lijkt.
Kinderen worden er op de lange termijn namelijk niet beter en soms zelfs wel slechter van:
onze zorg voor jeugdigen is verre van ‘bewezen effectief’.
Misverstand 8: ADHD is een ziekte
ADHD is geen lichamelijke afwijking, maar de naam voor een aantal gedragingen die vaak
samen voorkomen. ADHD veroorzaakt die gedragingen niet en het is daarom ook verwarrend
om te spreken van symptomen, omdat dit immers een onderliggende ziekte of oorzaak
suggereert.
Bepalen of iemand voldoet aan de criteria voor ADHD is een subjectief proces: de
diagnose is gekleurd door degene die haar stelt en door de omgeving en de cultuur waarin
het gedrag zich voordoet of als probleem ervaren wordt.
Door nog altijd wijdverbreide achterhaalde misinformatie groeien veel kinderen die een
ADHD-label hebben gekregen op met het onterechte idee dat ze een (hersen)ziekte hebben.
Hoofdstuk 3.
Wat is ADHD?
ADHD is het best te omschrijven als een gedrags- of temperamentvariant die lastig
combineert met onze huidige maatschappij en waar veel mensen in de omgeving van het
betreffende kind moeite mee hebben. Deze kinderen kunnen zelf ook moeite met hun
gedrag hebben, doordat ze zich niet bewust zo gedragen als ze doen, maar wel veel
correcties krijgen.