07-05-2021
EXAMENBOEKJE MAW sofie van de
Sandt
HAVO 5
, Hoofdstuk 1:
-referentiekader = het geheel van kennis, ideeën ervaringen en overtuigingen waar vanuit
iemand denk en/of handelt.
-Identiteit = het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt.
Dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwd voor zijn eigen persoon. Dat is afgeleid van
zijn perceptie over groepen waar hij/zij juist wel of niet deel van uitmaakt
-Persoonlijke identiteit = het beeld dat iemand van zichzelf heeft (zelfbeeld)
-Sociale identiteit = Bij welke groep hoor je (groepsidentificatie)
-Collectieve identiteit = het beeld dat een samenleving heeft van een groep
-Wetmatigheid= een theorie die altijd klopt.
-Kans: waarschijnlijkheid dat iets zal gebeuren.
-Variabele is een kenmerk van een actor of samenleving en kan variëren.
-Conceptueel model = een schema met pijltjes en hokjes waarin de invloed van variabelen
op elkaar wordt weergegeven.
-Hypothese = Een toetsbare stelling, deze hoeft niet waar te zijn.
-Socialisatie = het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groepen en
samenleving waar mensen toe behoren
-Socialisatoren = de mensen die een cultuur overdragen
-Internaliseren = de waarden en normen die ergens bij horen nemen mensen over;
ze maken zich cultuur eigen.
1. Overdracht: Mensen brengen de cultuur van een groep of samenleving
over aan nieuwkomers, Socialisatoren spelen hierin een grote rol.
2. Het proces van verwerving: Mensen maken zich de cultuur van een groep
of samenleving eigen. Het proces van internaliseren speelt hierin een grote
rol.
-Politieke socialisatie = het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van
de groep(en) en de samenlevingen waar mensen toe behoren
-Acculturatie = het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit dan
waarin iemand is opgegroeid.
-Enculturatie = iemand leert de cultuur waarin hij geboren wordt
-Tegendraads gedrag = mensen kunnen met hun gedrag anders zijn dan je zou verwachten
-Opvoedingsstijlen = een vorm van socialisatie is opvoeding, waarden en normen van ouders
worden hierbij overgenomen door kinderen, elke ouder kent een eigen opvoedingsstijl.
EXAMENBOEKJE MAW sofie van de
Sandt
HAVO 5
, Hoofdstuk 1:
-referentiekader = het geheel van kennis, ideeën ervaringen en overtuigingen waar vanuit
iemand denk en/of handelt.
-Identiteit = het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt.
Dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwd voor zijn eigen persoon. Dat is afgeleid van
zijn perceptie over groepen waar hij/zij juist wel of niet deel van uitmaakt
-Persoonlijke identiteit = het beeld dat iemand van zichzelf heeft (zelfbeeld)
-Sociale identiteit = Bij welke groep hoor je (groepsidentificatie)
-Collectieve identiteit = het beeld dat een samenleving heeft van een groep
-Wetmatigheid= een theorie die altijd klopt.
-Kans: waarschijnlijkheid dat iets zal gebeuren.
-Variabele is een kenmerk van een actor of samenleving en kan variëren.
-Conceptueel model = een schema met pijltjes en hokjes waarin de invloed van variabelen
op elkaar wordt weergegeven.
-Hypothese = Een toetsbare stelling, deze hoeft niet waar te zijn.
-Socialisatie = het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groepen en
samenleving waar mensen toe behoren
-Socialisatoren = de mensen die een cultuur overdragen
-Internaliseren = de waarden en normen die ergens bij horen nemen mensen over;
ze maken zich cultuur eigen.
1. Overdracht: Mensen brengen de cultuur van een groep of samenleving
over aan nieuwkomers, Socialisatoren spelen hierin een grote rol.
2. Het proces van verwerving: Mensen maken zich de cultuur van een groep
of samenleving eigen. Het proces van internaliseren speelt hierin een grote
rol.
-Politieke socialisatie = het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van
de groep(en) en de samenlevingen waar mensen toe behoren
-Acculturatie = het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit dan
waarin iemand is opgegroeid.
-Enculturatie = iemand leert de cultuur waarin hij geboren wordt
-Tegendraads gedrag = mensen kunnen met hun gedrag anders zijn dan je zou verwachten
-Opvoedingsstijlen = een vorm van socialisatie is opvoeding, waarden en normen van ouders
worden hierbij overgenomen door kinderen, elke ouder kent een eigen opvoedingsstijl.