Hoofdstuk I
De nitie En Ordening
Wat is een constructie?
constructie = draagstructuur v/e object (gebouw, tunnel, brug, meubel,…) die uitgeoefende krachten
afdraagt naar de grond/fundering.
draagstructuur:
1. (exo-/ endo) skelet = samenwerkend geheel v. speci eke onderdelen
2. gehele object (incl. skelet)
Ordening in het ontwerp
coördinaten
t.o.v. een nulpunt, x- y- en z-coördinaat leggen lengtes, breedtes,… vast
grid/rooster
stelsel lijnen bv: muren
stramien
(vaste)regelmaat v. herhalende lijnen op vaste afstand: rekenmaat voor constructieonderdelen
• praktijk: 300 mm / 0.3 m
assenstelsel
drie assen, oorsprong en oriëntering met op tekening letterassen (—) en cijferassen (⎮), bv: B2
• orthogonaal (x,y en z)
• radiaal (r)
• tangentieel (afstand tot x-y-as over de cirkel)
• poolcoördinaties (r en φ)
1
fi fi
, Hoofdstuk II
Sterkte Stijfheid Stabiliteit
Sterkte
goede samenhang v/d constructie
slechte sterkte:
1. breken -> buiging
2. scheuren -> trekspanning
3. verbrijzelen -> drukspanning
toetsing: spanning
σ =F/A in N/mm2
• 5% overschrijdingskans
• materiaal-veiligheidsfactor (afh. v. gevoeligh. fabricageproces
-> semi-probalistische methode
proeven (Gausskromme)
1. buigproef
2. trekproef
3. drukproef
Stijfheid
vormvast
slechte stijfheid:
• vervormen (en breken) -> buiging
1. scheuren (trek)
2. verbrijzelen (druk)
toetsing: traagheidsmoment/kwadratisch oppervlaktemoment
I = (1/12) ・b・h3 in mm4
afhankelijk v.
1. vorm v/d doorsnede (hoe groter h, hoe groter I)
- midden (σ = 0), bovenkant (σ = max. druk) en onderkant (σ = max. trek)
2. materiaal (hoe groter E = σ/ε , hoe groter I)
2
,Stabiliteit
op dezelfde positie
slechte stabiliteit
• wiebelen/kantelen 1. (en omvallen 2.)
1. Z(x) n. recht boven Z(0)
2. Z(x) buiten het steunvlak
- hoe groter x, hoe minder stabiel
toetsing: traagheid en fundering
afhankelijk v.: horizontale krachten
3
, Hoofdstuk III
Hoofdtypes Spanningen
Axiaal
Trek
• draad(1)/kabel(+1)
- (g. druk)
- Wet v. Hooke Δl = (F・l)/E・A
Druk
• kolom
- (ook trek)
- knik (opeens)
Buiging
Belang
• noodzakelijk: weerstand tegen belasting
- vanuit oplegpunten -> oplegreactie
=> uitwendig moment 1.
- kracht wordt afgedragen: fundering (vb: “ligger”)
- trekkracht: horizontaal onderaan -> buigend moment => inwendig moment 2.
- drukkracht: diagonaal (kracht -> oplegpunten)
- dwarskracht verticaal boven oplegpunten
- 1. = 2.
• neutrale lijn: midden
- gat voor leidingen/kabels (g. spanning aanwezig)
• vervorming: gebogen lijn
Formules
W(eerstandsmoment) = 1/6 bh2
M = Minw. = Muitw. = 1/4 Fl = fW
4
De nitie En Ordening
Wat is een constructie?
constructie = draagstructuur v/e object (gebouw, tunnel, brug, meubel,…) die uitgeoefende krachten
afdraagt naar de grond/fundering.
draagstructuur:
1. (exo-/ endo) skelet = samenwerkend geheel v. speci eke onderdelen
2. gehele object (incl. skelet)
Ordening in het ontwerp
coördinaten
t.o.v. een nulpunt, x- y- en z-coördinaat leggen lengtes, breedtes,… vast
grid/rooster
stelsel lijnen bv: muren
stramien
(vaste)regelmaat v. herhalende lijnen op vaste afstand: rekenmaat voor constructieonderdelen
• praktijk: 300 mm / 0.3 m
assenstelsel
drie assen, oorsprong en oriëntering met op tekening letterassen (—) en cijferassen (⎮), bv: B2
• orthogonaal (x,y en z)
• radiaal (r)
• tangentieel (afstand tot x-y-as over de cirkel)
• poolcoördinaties (r en φ)
1
fi fi
, Hoofdstuk II
Sterkte Stijfheid Stabiliteit
Sterkte
goede samenhang v/d constructie
slechte sterkte:
1. breken -> buiging
2. scheuren -> trekspanning
3. verbrijzelen -> drukspanning
toetsing: spanning
σ =F/A in N/mm2
• 5% overschrijdingskans
• materiaal-veiligheidsfactor (afh. v. gevoeligh. fabricageproces
-> semi-probalistische methode
proeven (Gausskromme)
1. buigproef
2. trekproef
3. drukproef
Stijfheid
vormvast
slechte stijfheid:
• vervormen (en breken) -> buiging
1. scheuren (trek)
2. verbrijzelen (druk)
toetsing: traagheidsmoment/kwadratisch oppervlaktemoment
I = (1/12) ・b・h3 in mm4
afhankelijk v.
1. vorm v/d doorsnede (hoe groter h, hoe groter I)
- midden (σ = 0), bovenkant (σ = max. druk) en onderkant (σ = max. trek)
2. materiaal (hoe groter E = σ/ε , hoe groter I)
2
,Stabiliteit
op dezelfde positie
slechte stabiliteit
• wiebelen/kantelen 1. (en omvallen 2.)
1. Z(x) n. recht boven Z(0)
2. Z(x) buiten het steunvlak
- hoe groter x, hoe minder stabiel
toetsing: traagheid en fundering
afhankelijk v.: horizontale krachten
3
, Hoofdstuk III
Hoofdtypes Spanningen
Axiaal
Trek
• draad(1)/kabel(+1)
- (g. druk)
- Wet v. Hooke Δl = (F・l)/E・A
Druk
• kolom
- (ook trek)
- knik (opeens)
Buiging
Belang
• noodzakelijk: weerstand tegen belasting
- vanuit oplegpunten -> oplegreactie
=> uitwendig moment 1.
- kracht wordt afgedragen: fundering (vb: “ligger”)
- trekkracht: horizontaal onderaan -> buigend moment => inwendig moment 2.
- drukkracht: diagonaal (kracht -> oplegpunten)
- dwarskracht verticaal boven oplegpunten
- 1. = 2.
• neutrale lijn: midden
- gat voor leidingen/kabels (g. spanning aanwezig)
• vervorming: gebogen lijn
Formules
W(eerstandsmoment) = 1/6 bh2
M = Minw. = Muitw. = 1/4 Fl = fW
4