Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 57 pagina's
Arresten

Arresten Personenschade: Theorie & Praktijk | Rechtsgeleerdheid | RUG | 2025/2026

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 57 pagina's

Dit document bevat een uitgebreide verzameling arresten voor het vak Personenschade: Theorie & Praktijk aan de Rijksuniversiteit Groningen. De arresten zijn zorgvuldig en uitvoerig beschreven, zodat de kernpunten, rechtsontwikkelingen en relevante overwegingen helder en toegankelijk worden weergegeven. Met deze uitgebreide arrestenbundel heb ik zelf een 9 behaald op het tentamen.

Voorbeeld van de inhoud

Arresten 2025/2026 Personenschade: Theorie & Praktijk

‘In de uitoefening van de werkzaamheden’ (art. 7:658)
-​ HR 10 december 1999, NJ 2000/211, m.nt. Stein (Fransen/Pasteurziekenhuis)
https://www.inview.nl/document/id157619991210c98202hrnj2000211dosred?ctx=WKNL_
CSL_92
Fransen, sinds 1985 werkzaam als verpleegkundige bij het Pasteur Ziekenhuis, valt op 14
augustus 1995 tijdens haar dienst op de Spoedeisende Hulp vermoedelijk over een op de grond
liggende injectienaald en breekt daarbij haar heup. Er wordt direct na het ongeval een naald
aangetroffen, maar het blijft onduidelijk hoe deze op de grond is gekomen. Omdat de schade is
ontstaan tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden, is op grond van art. 7:658 lid 1 en 2
BW het ziekenhuis aansprakelijk, tenzij het kan aantonen dat het zijn zorgplicht is nagekomen
of dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van Fransen. Het ziekenhuis kan dit niet
aantonen, zodat het aansprakelijk is voor de door Fransen geleden schade.

-​ HR 15 december 2000, NJ 2001/198 (Van Uitert/Lasschuijt)
https://www.inview.nl/document/id157620001215c99074hrnj2001198dosred?ctx=WKNL_
CSL_92
Tijdens dakherstelwerkzaamheden valt een werknemer van een 7,5 meter hoog dak en loopt
ernstig en blijvend letsel op. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk op grond van art. 7:658 lid 2
BW. De Kantonrechter wijst de vordering af. In hoger beroep onderzoekt de Rechtbank of de
werknemer opdracht had om op het betreffende dak te werken, of redelijkerwijs mocht
aannemen dat dit tot zijn werkzaamheden behoorde. Na getuigenverhoren oordeelt de
Rechtbank dat dit niet is bewezen en wijst de vordering opnieuw af. De Hoge Raad corrigeert dit
oordeel: voor aansprakelijkheid hoeft niet te worden bewezen dat de werknemer expliciet
opdracht had voor het werk. Het criterium of de schade is ontstaan “in de uitoefening van de
werkzaamheden” moet ruim worden uitgelegd. Vaststaat dat het ongeval plaatsvond terwijl de
werknemer op het terrein van een derde werkzaamheden verrichtte krachtens zijn
arbeidsovereenkomst. Dat hij mogelijk van zijn opdracht afweek, doet daaraan niet af.

-​ Hof Den Haag 21 mei 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1266 (Uitglijden caissière)
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2019:1266
Dit arrest gaat over de vraag of een werkgever (Aldi) aansprakelijk is voor de val van een
werkneemster, ook al is zij gevallen na werktijd tijdens het doen van privéboodschappen. De
werkneemster stelde Aldi aansprakelijk voor de door haar geleden schade, maar Aldi wees alle
aansprakelijkheid af met het argument dat het ongeval plaatsvond na werktijd en tijdens
privéwerkzaamheden van de werkneemster. Het Gerechtshof kreeg de vraag of Aldi
aansprakelijk was voor de val en de schade van de werkneemster krachtens art. 7:658 lid 2 BW.
De vraag werd positief beantwoord. De handelingen die de werkneemster verrichte na werktijd,
zijnde het boodschappen doen voor zichzelf alvorens haar werkplek te verlaten, staan zo nauw
in relatie tot haar dienstverband bij Aldi en de uitoefening van haar werkzaamheden op de
werkplek, dat het ongeval kan worden aangemerkt als een ongeval in uitoefening van haar
werkzaamheden. Bovendien heeft de werkgever niet het tegendeel kunnen aantonen. De
bewijslast ligt immers bij de werkgever, aldus art. 7:658 lid 2 BW.

, -​ Rb. Noord-Holland 11 mei 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:5116 (Sleutelende nachtportier)
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2022:5116
Het gaat in deze zaak om een nabestaande die op grond van artikel 7:658 danwel 7:611 BW
schadevergoeding vordert van de werkgever van haar partner, die op zijn werkplek tijdens
werktijd is overleden. De kantonrechter oordeelt dat artikel 7:658 BW niet van toepassing is,
omdat het (dodelijk) ongeval geen verband houdt met de (beveiligings-)werkzaamheden van
werknemer. Het ongeval is namelijk veroorzaakt doordat de werknemer – zonder medeweten
van zijn werkgever – zijn eigen auto repareerde met een zelf meegebrachte krik, waarbij de krik
is losgeraakt. De werknemer is vervolgens gestikt doordat de auto op zijn borst terecht is
gekomen. De werkgever is ook op grond van artikel 7:611 BW niet schadeplichtig, omdat de
werkgever heeft voldaan aan zijn uit dat artikel voortvloeiende zorg-/preventieplicht.

Zorgplicht (art. 7:658)
-​ HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3313, NJ 2008/460 (Bayar/Wijnen) NJ
2008/460:
https://www.inview.nl/document/id24220051111c04253hrnj2008460dosred?ctx=WKNL_C
SL_92
Een werknemer raakt gewond wanneer hij tijdens zijn werkzaamheden een storing in een
machine probeert te verhelpen en drie vingertoppen verliest doordat deze onder een pers
terechtkomen. Hoewel de machine was uitgerust met beschermkappen, een noodstop en
waarschuwingen, biedt art. 7:658 BW geen absolute bescherming tegen alle risico’s. De
werkgever moet wel alle redelijkerwijs noodzakelijke maatregelen treffen om schade te
voorkomen, waarbij de aard van de werkzaamheden en de risico’s bepalend zijn. Bij gevaarlijke
machines is enkel waarschuwen meestal onvoldoende, omdat routine de oplettendheid van
werknemers kan verminderen, zelfs wanneer zij zijn geïnstrueerd. De werkgever moet daarom
nagaan of aanvullende of effectievere veiligheidsmaatregelen mogelijk zijn en of de machine
veiliger kan worden gemaakt. Alleen wanneer waarschuwen de enige optie is, moet aannemelijk
zijn dat dit daadwerkelijk tot veilig gedrag leidt. Als blijkt dat betere maatregelen mogelijk waren,
moet worden beoordeeld waarom deze destijds niet van de werkgever konden worden
verlangd. Dat de specifieke fout van de werknemer niet voorzienbaar was, is daarbij niet
doorslaggevend; onoplettendheid kan zich immers op uiteenlopende manieren voordoen.

-​ HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7355, NJ 2008/464 (Oneffenheid bouwplaats) NJ
2008/464:
https://www.inview.nl/document/id24220070713c05288hrnj2008464dosred?ctx=WKNL_
CSL_92
Een stucadoor raakt gewond wanneer hij bij het verlaten van een nieuwbouwwoning struikelt
over een niveauverschil van 30 cm tussen de drempel en het maaiveld, met ernstig enkelletsel
en rolstoelafhankelijkheid tot gevolg. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk op grond van art.
7:658 BW, omdat de ondergrond niet was geëgaliseerd en geen veiligheidsmaatregelen waren
getroffen. Het hof oordeelt dat de werkgever niet tekort is geschoten, maar in cassatie oordeelt
de Hoge Raad dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast. Volgens de Hoge Raad volgt
uit art. 3.11 en 3.26 Arbeidsomstandighedenbesluit dat vloeren op bouwplaatsen zoveel
mogelijk vrij moeten zijn van oneffenheden, en een niveauverschil van 30 cm vormt zo’n

,oneffenheid. Ook als dergelijke situaties gebruikelijk zijn op bouwplaatsen, moet de werkgever
maatregelen treffen of aanwijzingen geven om ongelukken te voorkomen. Het hof miskent
bovendien dat de werkgever rekening moet houden met het ervaringsfeit dat werknemers niet
altijd de vereiste voorzichtigheid betrachten.

-​ HR 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9225, NJ 2008/465 (Uitglijden wasserette) NJ
2008/465:
https://www.inview.nl/document/id24220080411c06293hrnj2008465dosred?ctx=WKNL_
CSL_92
Tarioui glijdt tijdens zijn werk in een chemische wasserij uit over een plas water op een bordes
en raakt gewond, terwijl hij veiligheidsschoenen droeg die door zijn werkgever Vendrig waren
verstrekt. Hij stelt dat Vendrig haar zorgplicht heeft geschonden door geen aanvullende
maatregelen te nemen tegen het bekende risico van gladheid, zoals het plaatsen van rubberen
matten. De kantonrechter en het hof wijzen zijn vordering af, maar in cassatie oordeelt de Hoge
Raad dat art. 7:658 lid 1 BW een hoog veiligheidsniveau vereist, zowel wat betreft de inrichting
van de werkruimte als de organisatie van het werk en het toezicht daarop. Het verstrekken van
veiligheidsschoenen ontslaat de werkgever niet van de plicht om te onderzoeken of andere,
effectievere maatregelen nodig zijn. Omdat rubberen matten een eenvoudige en passende
maatregel vormden tegen uitglijden, berust het oordeel van het hof dat Vendrig mocht
vertrouwen op de schoenen als afdoende bescherming op een onjuiste rechtsopvatting.
Daarnaast moet de werkgever toezicht houden op de naleving van instructies en op het
onderhoud van werkruimten en materialen.

-​ HR 20 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF0003, NJ 2009/335 (Tankende chauffeur) NJ
2009/335:
https://www.inview.nl/document/id2c27a384ab3b8a0a9f41d3fb600adfec?ctx=WKNL_CS
L_92
Van Riemsdijk, chauffeur bij Autop, raakt gewond wanneer hij na het tanken bij een onbemand
tankstation stopt om te controleren of hij de tankdop had teruggeplaatst. Bij het uitstappen glijdt
hij uit op de treeplank, vermoedelijk doordat olie of diesel aan zijn schoenzolen was gekomen.
Hij stelt dat het tankstation structureel vervuild was en dat Autop, die hiervan op de hoogte was,
haar werknemers niet aan dit risico had mogen blootstellen. Hij vordert schadevergoeding op
grond van art. 7:658 BW en subsidiair art. 7:611 BW. De kantonrechter en het hof wijzen de
vordering af. In cassatie wordt bevestigd dat de zorgplicht van art. 7:658 BW ook kan gelden op
locaties buiten de directe zeggenschap van de werkgever. Toch oordeelt de Hoge Raad dat het
hof terecht heeft geoordeeld dat de vervuiling slechts beperkte gevaarzetting opleverde. Gezien
Van Riemsdijks ervaring, bekendheid met de situatie en het ontbreken van een verplichting om
juist daar te tanken, heeft Autop haar zorgplicht niet geschonden.

, -​ HR 12 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3129, NJ 2009/332 (Fietsende thuiszorger)
NJ 2009/332:
https://www.inview.nl/document/id24220081212c07121hrdosred?ctx=WKNL_CSL_92
Van der Graaf, werkzaam als verzorgingshulp bij Maatzorg, valt tijdens werktijd op de fiets op de
openbare weg door gladheid terwijl zij van de ene cliënt naar de andere rijdt. De zorgplicht van
de werkgever van het criterium ‘in de uitoefening van zijn werkzaamheden’ moet ruim uitgelegd
worden. Als de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden op plaatsen komt die niet
als arbeidsplaats kunnen worden aangemerkt, kan de zorgplicht van art. 7:658 BW meebrengen
dat de werkgever maatregelen moet treffen en aanwijzingen moet geven om zoveel mogelijk te
voorkomen dat de werknemer schade lijdt. Als de werknemer deelneemt aan het wegverkeer
rust op grond van art. 7:611 BW de verplichting om zich als goed werkgever te gedragen en de
daarbij behorende plicht om een behoorlijke verzekering voor zijn werknemer af te sluiten. Dit
geldt ook als hij als voetganger of fietser in de uitoefening van zijn werk aan het verkeer
deelneemt.

-​ HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5215, NJ 2011/597 (Struikelende
postbode) NJ 2011/597:
https://www.inview.nl/document/id36ee08e3b58a48fcaa27102ded6713cc?ctx=WKNL_C
SL_92
Wijenberg, postbezorger bij TNT, glijdt tijdens haar werk uit over ijs of bevroren sneeuw op of bij
een oprit en breekt haar enkel. Zij raakt blijvend arbeidsongeschikt en stelt TNT aansprakelijk
op grond van art. 7:658 BW dan wel art. 7:611 BW. De kantonrechter wijst aansprakelijkheid op
basis van art. 7:658 af, maar oordeelt dat TNT op grond van art. 7:611 BW een behoorlijke
verzekering had moeten afsluiten. In cassatie verduidelijkt de Hoge Raad dat de
verzekeringsplicht uit art. 7:611 BW slechts geldt voor een afgebakende categorie
verkeersongevallen: (a) als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een
verkeersongeval, (b) als fietser of voetganger schade lijden als gevolg van een ongeval waarbij
een of meer voertuigen zijn betrokken, of (c) als fietser schade lijden als gevolg van een
eenzijdig fietsongeval. Een eenzijdig voetgangersongeval door uitglijden valt daar niet onder.
Uitbreiding van deze uitzondering op de zorgplicht van art. 7:658 BW is aan de wetgever, niet
aan de rechter. Daarom bestaat er geen verzekeringsplicht voor dit type ongeval.

-​ HR 11 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR5223, NJ 2011/598 (Geweld TBS-patiënt)
NJ 2011/598:
https://www.inview.nl/document/idd450c759da9343d09966d6d8ac3f0c94?ctx=WKNL_C
SL_92
Een socio‑therapeut op een gesloten TBS‑afdeling wordt in 2003 tijdens zijn werk zwaar
mishandeld door een TBS‑patiënt en raakt volledig arbeidsongeschikt. Hij stelt de TBS‑instelling
aansprakelijk op grond van art. 7:658 BW, subsidiair art. 7:611 BW. De kantonrechter en het hof
oordelen dat de instelling aan haar zorgplicht heeft voldaan, al meent het hof dat wél sprake is
van een verzekeringsplicht op grond van art. 7:611. In cassatie benadrukt de Hoge Raad dat
vaststaat dat de werknemer schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden,
zodat de TBS‑instelling moet aantonen dat zij alle redelijkerwijs vereiste maatregelen heeft
getroffen om het structurele gevaar van geweld door patiënten te beperken. Gezien de aard van

Inhoudsopgave

  1. 01 Arresten 2025/2026 Personenschade: Theorie & Praktijk 1
    1. 'In de uitoefening van de werkzaamheden' (art. 7:658) 1
    2. Zorgplicht (art. 7:658) 2
    3. Opzet & bewuste roekeloosheid (art. 7:658) 6
    4. Beroepsziekten (art. 7:658) 7
    5. Verkeersongevallen (behoorlijke verzek. plicht ex art. 7:611) 10
    6. Woon-/werkverkeer (behoorlijke verzek. plicht ex art. 7:611) 12
    7. Op de grens van werk en privé (zorgplicht ex art. 7:611) 13
    8. Flexibele arbeidskrachten (lid 4 van art. 7:658) 14
    9. Omkeringsregel 16
    10. Kansschade en proportionele aansprakelijkheid 19
    11. Ruime toerekening 21
    12. Begroting van letselschade 24
    13. Smartengeld 28
    14. Voeging in het strafproces 33
    15. Derdenschade 35
    16. Letselschade en verzekeringen 43
    17. Whiplash 50
    18. Andersoortige medisch moeilijk objectiveerbare aandoeningen 52
    19. Getuigenverhoor en deskundigenbericht 52
    20. Deelgeschilprocedure 54
    21. Kosten 56

Documentinformatie

Geüpload op
22 juni 2026
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2025/2026
Type
Arresten
€8,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
-

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen