TKG-2 Q4 Samenvatting
ETIOLOGIE VAN ORALE AANDOENINGEN
KC1 Biofilm en gingivitis
Gingivitis
▪ Enkele dagen niet poetsen → biofilm (=tandplaque)
o Voornamelijk op retentieplaatsen, zoals approximaal
▪ Gezonde gingiva
o Lichtroze kleur
o Stippelpatroon (bindweefselpapillen)
▪ Gingivitis
o Ophoping van plaque
o Stippelpatroon verdwijnt gedeeltelijk
o Rubor: roodheid
o Tumor: zwelling
o Dolor: pijn ontstekingskenmerken
o Functio leasa: functieverlies
o Calor: hitte
Biofilm
▪ Oude biofilm
o Kleuring van polysacchariden
• Bij sommige bacteriën ook intracellulair kleuring →
IPS (=intracellulaire polysacchariden)
• Kleuring buiten de bacteriën/in de matrix → EPS
- Matrix beschermt tegen wegspoeling en
antimicrobiële middelen
▪ Condities vorming biofilm
o Hard, stabiel oppervlak tand
o Vloeistof speeksel
o Nutriënten eiwitten, suikers
▪ Samenstelling biofilm
o Gezonde gingiva:
• ~3/4 facultatief anaeroob
• Vooral gram+
o Gingivitis:
• Minder facultatief anaeroob
• Aandeel gram- neemt toe
KC2 Bacteriële componenten
▪ Prokaryoot
o Dikke celwand
o Geen celkern → één chromosoom + plasmiden
▪ Eukaryoot
o Geen celwand
o Endoplasmatisch reticulum
o Golgi-apparaat
o Mitochondriën
,Polymeren
▪ Glucaan (dextraan)
o Suikerpolymeer in de ECM van de biofilm
o Bacteriën kunnen glucaan maken uit sacharose
(= glucose + fructose)
▪ Fructaan (levaan)
o Suikerpolymeer in de ECM van de biofilm
o Bacteriën kunnen glucaan maken uit sacharose
(= glucose + fructose)
▪ Gramkleuring
o +/- ligt aan de samenstelling van de celwand
o Gram positief:
• Dikke celwand
• Mureïne: losse polymeren waar de celwand uit
bestaat
- Gecrosslinkt aan elkaar met peptides →
peptidoglycan
• Teichoïnezuur: suikerketens aan de buitenkant van
de celwand
- Antigene werking op gingiva
o Penicilline: antibioticum dat de aanmaak van crosslinks tussen de ketens remt
o Gram negatief:
• Buitenmembraan
• Periplasmatische ruimte: ruimte tussen
de membranen in met peptidoglycan
• Celmembraan
• LPS (lipopolysacharide):
lipide A + polysaccharide + O-antigeen (oligosaccharide)
- Antigene werking op gingiva
o Penicilline (β-lactam-antibioticum): antibioticum dat zich kan binden aan receptoren
van het binnenste celmembraan → bacteriën kunnen geen nieuwe celwand vormen en
gaan kapot
• Resistentie: bacterie maakt enzym (β-lactamase) die penicilline afbreekt
→ O.a. gen voor β-lactamase ligt op plasmide
, KC3 Antibiotica, resistentie en weerstand
Antibiotica: eiwitten
▪ Bacteriën kunnen eiwitantigenen aanmaken die een
ontstekingsreactie oproepen
o Eiwitsynthese
• Eiwit = polymeer van aminozuren
• Eiwitten worden gecodeerd op het mRNA (via
genen in de kern)
• Ribosoom bindt aan mRNA in cytoplasma mRNA
• tRNA vervoert aminozuren
• Aminozuur wordt gebonden aan de
aminozuurketen → eiwit groeit
▪ Antibiotica kan de eiwitsynthese remmen op verschillende
plekken in de cyclus
o Bijv. Tetracycline: remt de binding van het eerste tRNA
Antibiotica: DNA
▪ Er zijn ook antibiotica die de aanmaak van DNA remmen
o Deoxyribonucleinezuur (DNA) =polymeer van nucleotiden
• Nucleïnezuren
• Ribose
• Fosfaat
▪ Metronidazol: antibioticum dat alleen onder anaerobe condities
bacteriën DNA breuken kan geven
o Anaeroob, want groot deel van pathogene bacteriën zijn
anaeroob
o NO2-groepen kunnen radicalen vormen → DNA breuk
• Alleen onder anaerobe condities!!! Anders wordt de
radicaal door O2 onschadelijk gemaakt
Antibiotica resistentie
▪ Plasmide: klein circulair DNA-molecuul, bevat:
o Resistentiegenen
o Transfergenen
Weerstand
▪ Kolonisatieweerstand: parodontium wordt
beschermd tegen besmetting van pathogene
bacteriën door residente microben/bacteriën
o Bezetten hechtingsplaatsen
o Verbruiken nutriënten
▪ Mechanische weerstand: als kolonisatie wel gebeurt → bescherming door intact epitheel
o Barrière is tegen binnendringen van bacteriën in het onderliggende weefsel
▪ Niet-specifieke weerstand: o.a. macrofagen die bacteriën kunnen fagocyteren
o Bacteriën zijn het onderliggende weefsel ingedrongen
▪ Immunologische weerstand: m.b.v. antilichamen bacteriën onschadelijk maken
▪ Infectie: in geval van gingiva → parodontitis → antibiotica nodig
ETIOLOGIE VAN ORALE AANDOENINGEN
KC1 Biofilm en gingivitis
Gingivitis
▪ Enkele dagen niet poetsen → biofilm (=tandplaque)
o Voornamelijk op retentieplaatsen, zoals approximaal
▪ Gezonde gingiva
o Lichtroze kleur
o Stippelpatroon (bindweefselpapillen)
▪ Gingivitis
o Ophoping van plaque
o Stippelpatroon verdwijnt gedeeltelijk
o Rubor: roodheid
o Tumor: zwelling
o Dolor: pijn ontstekingskenmerken
o Functio leasa: functieverlies
o Calor: hitte
Biofilm
▪ Oude biofilm
o Kleuring van polysacchariden
• Bij sommige bacteriën ook intracellulair kleuring →
IPS (=intracellulaire polysacchariden)
• Kleuring buiten de bacteriën/in de matrix → EPS
- Matrix beschermt tegen wegspoeling en
antimicrobiële middelen
▪ Condities vorming biofilm
o Hard, stabiel oppervlak tand
o Vloeistof speeksel
o Nutriënten eiwitten, suikers
▪ Samenstelling biofilm
o Gezonde gingiva:
• ~3/4 facultatief anaeroob
• Vooral gram+
o Gingivitis:
• Minder facultatief anaeroob
• Aandeel gram- neemt toe
KC2 Bacteriële componenten
▪ Prokaryoot
o Dikke celwand
o Geen celkern → één chromosoom + plasmiden
▪ Eukaryoot
o Geen celwand
o Endoplasmatisch reticulum
o Golgi-apparaat
o Mitochondriën
,Polymeren
▪ Glucaan (dextraan)
o Suikerpolymeer in de ECM van de biofilm
o Bacteriën kunnen glucaan maken uit sacharose
(= glucose + fructose)
▪ Fructaan (levaan)
o Suikerpolymeer in de ECM van de biofilm
o Bacteriën kunnen glucaan maken uit sacharose
(= glucose + fructose)
▪ Gramkleuring
o +/- ligt aan de samenstelling van de celwand
o Gram positief:
• Dikke celwand
• Mureïne: losse polymeren waar de celwand uit
bestaat
- Gecrosslinkt aan elkaar met peptides →
peptidoglycan
• Teichoïnezuur: suikerketens aan de buitenkant van
de celwand
- Antigene werking op gingiva
o Penicilline: antibioticum dat de aanmaak van crosslinks tussen de ketens remt
o Gram negatief:
• Buitenmembraan
• Periplasmatische ruimte: ruimte tussen
de membranen in met peptidoglycan
• Celmembraan
• LPS (lipopolysacharide):
lipide A + polysaccharide + O-antigeen (oligosaccharide)
- Antigene werking op gingiva
o Penicilline (β-lactam-antibioticum): antibioticum dat zich kan binden aan receptoren
van het binnenste celmembraan → bacteriën kunnen geen nieuwe celwand vormen en
gaan kapot
• Resistentie: bacterie maakt enzym (β-lactamase) die penicilline afbreekt
→ O.a. gen voor β-lactamase ligt op plasmide
, KC3 Antibiotica, resistentie en weerstand
Antibiotica: eiwitten
▪ Bacteriën kunnen eiwitantigenen aanmaken die een
ontstekingsreactie oproepen
o Eiwitsynthese
• Eiwit = polymeer van aminozuren
• Eiwitten worden gecodeerd op het mRNA (via
genen in de kern)
• Ribosoom bindt aan mRNA in cytoplasma mRNA
• tRNA vervoert aminozuren
• Aminozuur wordt gebonden aan de
aminozuurketen → eiwit groeit
▪ Antibiotica kan de eiwitsynthese remmen op verschillende
plekken in de cyclus
o Bijv. Tetracycline: remt de binding van het eerste tRNA
Antibiotica: DNA
▪ Er zijn ook antibiotica die de aanmaak van DNA remmen
o Deoxyribonucleinezuur (DNA) =polymeer van nucleotiden
• Nucleïnezuren
• Ribose
• Fosfaat
▪ Metronidazol: antibioticum dat alleen onder anaerobe condities
bacteriën DNA breuken kan geven
o Anaeroob, want groot deel van pathogene bacteriën zijn
anaeroob
o NO2-groepen kunnen radicalen vormen → DNA breuk
• Alleen onder anaerobe condities!!! Anders wordt de
radicaal door O2 onschadelijk gemaakt
Antibiotica resistentie
▪ Plasmide: klein circulair DNA-molecuul, bevat:
o Resistentiegenen
o Transfergenen
Weerstand
▪ Kolonisatieweerstand: parodontium wordt
beschermd tegen besmetting van pathogene
bacteriën door residente microben/bacteriën
o Bezetten hechtingsplaatsen
o Verbruiken nutriënten
▪ Mechanische weerstand: als kolonisatie wel gebeurt → bescherming door intact epitheel
o Barrière is tegen binnendringen van bacteriën in het onderliggende weefsel
▪ Niet-specifieke weerstand: o.a. macrofagen die bacteriën kunnen fagocyteren
o Bacteriën zijn het onderliggende weefsel ingedrongen
▪ Immunologische weerstand: m.b.v. antilichamen bacteriën onschadelijk maken
▪ Infectie: in geval van gingiva → parodontitis → antibiotica nodig