Anatomie en fysiologie
8: Hormonen
De verschillen aangeven tussen de controle van het endocriene systeem en het neuronale systeem
Endocriene systeem:
Voor veel levensprocessen is een langdurige communicatie nodig. Dit type regulering wordt
verzorgd door het endocriene stelsel dat gebruikmaakt van chemische signaalstoffen, de
hormonen, om informatie en instructies tussen cellen onderling door te geven. Het
zenuwstelsel gaat daarentegen sneller
Elk hormoon dat aan het bloed wordt afgegeven en wordt vervoerd, heeft doelcellen die op
het hormoon reageren, met receptoren
Elke afzonderlijke cel kan slechts op enkele van de aanwezige hormonen reageren
De intercellulaire interactie tussen aangrenzende en naburige cellen uitleggen
Bij afstand = 0: Signalen van cel naar cel via gap junctions, de signalen worden direct
doorgegeven
Bij een kleine afstand: signalen hoppen over, via neurotransmitters, bij en drempelwaarde
Bij een grote afstand: signalen via bloedbaan (hormonen)
Het ‘Tweede Signaalstof mechanisme’ uitleggen
Eerste signaalstof en tweede signaalstof:
Hormonen die zich aan receptoren op de plasmamembraan binden, hebben geen direct
effect op de activiteit in de doelcel. Wanneer deze hormonen zich aan de juiste receptor
binden, worden ze als eerste signaalstof beschouwd die een prikkel geeft voor de vorming
van een tweede signaalstof in het cytoplasma
De tweede signaalstof kan een enzym remmen of activeren, maar het nettoresultaat is een
verandering van de stofwisselingsactiviteiten van de cel
8: Hormonen
De verschillen aangeven tussen de controle van het endocriene systeem en het neuronale systeem
Endocriene systeem:
Voor veel levensprocessen is een langdurige communicatie nodig. Dit type regulering wordt
verzorgd door het endocriene stelsel dat gebruikmaakt van chemische signaalstoffen, de
hormonen, om informatie en instructies tussen cellen onderling door te geven. Het
zenuwstelsel gaat daarentegen sneller
Elk hormoon dat aan het bloed wordt afgegeven en wordt vervoerd, heeft doelcellen die op
het hormoon reageren, met receptoren
Elke afzonderlijke cel kan slechts op enkele van de aanwezige hormonen reageren
De intercellulaire interactie tussen aangrenzende en naburige cellen uitleggen
Bij afstand = 0: Signalen van cel naar cel via gap junctions, de signalen worden direct
doorgegeven
Bij een kleine afstand: signalen hoppen over, via neurotransmitters, bij en drempelwaarde
Bij een grote afstand: signalen via bloedbaan (hormonen)
Het ‘Tweede Signaalstof mechanisme’ uitleggen
Eerste signaalstof en tweede signaalstof:
Hormonen die zich aan receptoren op de plasmamembraan binden, hebben geen direct
effect op de activiteit in de doelcel. Wanneer deze hormonen zich aan de juiste receptor
binden, worden ze als eerste signaalstof beschouwd die een prikkel geeft voor de vorming
van een tweede signaalstof in het cytoplasma
De tweede signaalstof kan een enzym remmen of activeren, maar het nettoresultaat is een
verandering van de stofwisselingsactiviteiten van de cel