Hoorcollege 1: Episodisch en semantisch geheugen
Geheugen is niet unitair: van behavioristische naar cognitieve benadering (Tolman):
- Gedrag wordt niet beschreven door beloning/straf maar door interne cognitieve
representaties
- Cognitieve map: een interne psychologische representatie van de ruimtelijke lay-out
van de externe wereld
- Cognitieve map zorgt voor flexibiliteit: verschillende strategieën kunnen worden
ingezet om het doel te bereiken
o Flexibiliteit past niet bij het behaviorisme
Bartlett stelde dat geheugen niet gewoon een opnameapparaat is. Mensen onthouden dingen
niet exact zoals ze gebeurden, maar reconstrueren herinneringen op basis van:
• Vorige kennis
• Verwachtingen
• Culturele schema’s
Dit betekent dat herinneringen vaak vervormd zijn, omdat mensen ze aanpassen om logisch of
begrijpelijk te maken.
- Het wordt gereconstrueerd, tijdens herinnering, aan de hand van episodisch geheugen
die worden geplaatst in semantische patronen (schemas)
H.M. is ook nog extra bewijs dat het geheugen niet unitair is.
- Het feit dat sommige geheugensystemen intact waren, terwijl andere volledig verloren
gingen, bewijst dat geheugen uit meerdere onafhankelijke systemen bestaat.
Declaratief geheugen: herinneringen en kennis die je bewust kan ophalen
- Het wordt zo genoemd omdat je er anderen over kunt vertellen (je kunt er over
declareren)
- Als laatste kom je de term cognitief geheugen nog wel eens tegen voor dit type
geheugen
o Omdat dit geheugen bewust toegankelijk is en je er over kunt vertellen, kan je
dit geheugen flexibel toepassen bij bijvoorbeeld het maken van beslissingen
o Het zorgt ervoor dat je gevolgtrekkingen kunt maken en kunt generaliseren.
Binnen het declaratief geheugen zijn twee vormen te onderscheiden.
Episodisch:
- Events
,Leren en geheugen blok 2
- Een specifiek persoonlijke ervaring in een
bepaalde tijd en plek
- Waar staat mijn fiets
- Belangrijk kenmerk: herhaling verzwakt
episodisch geheugen en versterkt het
semantisch geheugen
- Voorbeeld: Ik heb maandag om 10 uur een
broodje gegeten op Science Park
o “Ik herinner mij...”.
Semantisch:
- Feiten
- Wereld kennis, object kennis, taal kennis, conceptuele priming
- Onafhankelijk van wanneer en waar deze kennis is opgedaan.
- Belangrijk kenmerk: het semantisch geheugen versterkt bij herhaling
- Voorbeeld: wie is de koning van Nederland?
o “Ik weet dat...”
Dieren:
- Semantisch geheugen is wel bij dieren te toetsen
- Episodisch geheugen:
o Nicola Clayton: gaaien hebben een episodisch geheugen: mits je dit definieert
als “herinneringen die een wat, waar en wanneer component” bevatten.
Vanaf ongeveer 5-6 jaar slaan we geheugensporen voor de lange termijn op.
Ontwikkeling van episodisch geheugen in jonge kinderen:
- “wat, waar en wanneer” gedragstaak
o Het verstoppen van 3 knuffels in huis
• Verbale test: vertel waar de knuffels zijn
Resultaten: de 4 jarige scoren beter dan de 3 jarige
• Gedragstaak: vind de knuffels terug (want misschien kunnen 3 jarige
zichzelf nog niet goed verwoorden)
Resultaten: 4 jarige waren stuk beter in de wanneer component
Concluderen: 3 en 4 jarige hebben wel al episodisch geheugen maar het
verschil zit hem in de wanneer component
- Kleine kinderen hebben dus wel een episodisch achtig geheugen: maar dat we dat later
toch niet meer zo goed kunnen herinneren
- Tussen levensjaar 4 en 7
o Integratie heden en verleden
o Beschikbaarheid semantische netwerken
o Herkennen van gedeelde relaties tussen categorieën of gebeurtenissen
- Brein
o Brein bereikt ~90% van volwassen gewicht op leeftijd 4-8
,Leren en geheugen blok 2
o Er worden meer synapsen verwijderd dan aangemaakt vanaf deze leeftijd
o Dopamine niveaus in apen op volwassen leeftijd rond 2-3 jaar en bij kinderen
rond 6-9
o Axonen in het anteriore deel van de corpus callosum worden gemyeliniseerd
op leeftijd 3-6
o Toename van coherente (samenhangende) hersenactiviteit in frontale,
temporale en parietale hersengebieden op 3-4 jarige leeftijd: het gaat dus meer
met elkaar in verbinding
Ontwikkeling en gebruiken declaratief geheugen:
Om nieuw materiaal goed te leren en later te kunnen herinneren helpt het als het materiaal kan
worden ingebed in de kennis die je al hebt en dat je het in voldoende ‘diepte’ hebt verwerkt.
Een derde factor die bijdraagt aan een goede encoding is of er structuur zit in het materiaal dat
je wilt leren.
- Als er structuur zit in het te leren materiaal, gaat het onthouden beter
- Piano en de sigaar experiment: bizarre organisaties worden niet beter onthouden dan
gewone -> de organisatie (geen interactie of wel interactie) is de bepalende factor en
niet de manier waarop
- Hoe meer cues aanwezig zijn die overeenkomen met het geleerde materiaal, hoe
makkelijker het zal zijn om het geheugen op te halen.
- Vorm van het materiaal en de omstandigheden tijdens studeren en testen zijn van
belang.
- De manier van studeren kan ook invloed hebben op hoe goed het materiaal is terug te
halen.
Basis principes acquisitie (leren):
- Herhalen met aandacht
o Alleen passief herhalen is vaak niet genoeg
o Actief herhalen met aandacht versterkt de verbindingen in het geheugen en
vergroot de kans op opslag in het langetermijngeheugen.
o Voorbeeld: teken het NS logo; we hebben dit vaak gezien maar we kunnen het
niet tekenen
- Retaleren informatie aan eerdere kennis (schema’s)
o Voordelen schema’s:
• Nieuwe informatie wordt beter onthouden als je deze koppelt aan
bestaande kennisstructuren (schema’s).
• Maakt het makkelijk om conclusies te trekken
• Schept verwachting over de nieuwe inhoud
o Nadelen schema’s:
• Maakt het mogelijk om geheugen te manipuleren door andere
▪ Goochelaars, politici, adverteerders
• Maar schema’s kunnen er ook voor zorgen dat een herinnering in een
specifieke richting wordt geduwd
, Leren en geheugen blok 2
▪ Voorbeeld: kantoor experiment
- Verdiepende verwerking van informatie
o Dieper nadenken over de betekenis van de nieuwe info helpt bij geheugen
acquisitie
Basis principes van herinneren:
- Context en Cue afhankelijkheid
o Herinneren in een andere context maakt het moeilijker om de herinnering op te
halen.
• Voorbeeld is het experiment met land en onder water. Maar: Murre: kon
het niet reproduceren. Maar wel mogelijke confounders.
Cue afhankelijkheid herinneren:
- Free recall: proefpersonen moet de herinnering zelf genereren
- Cued recell: proefpersonen wordt geholpen met een cue voor de
herinnering
- Recognition: proefpersonen krijgt lijst van opties (MC)
Overeenkomsten van diepte van verwerking
- Dezelfde diepte van verwerking helpt bij herinneren
Transfer-appropriate processing:
Bij rhyme doet rhyme het weer beter.
Moeite doen om te herinneren:
- Herhaling van info met free recall verminderd vergeten (“Testing effect”: test jezelf
tijdens het leren)
Het falende geheugen:
Vergeten:
- Vergeetcurve: Ebbinghaus
o Veel van de kennis die vergaard wordt vervliegt ook weer snel.