Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 111 pagina's
Tentamen (uitwerkingen)

Examenvragen met antwoorden Materieel Recht van de Europese Unie (KU Leuven: 2026)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 111 pagina's

Voorbeeldvragen over alle delen van de leerstof Materieel recht van de Europese Unie met antwoorden. Ook artikels en arresten worden telkens vermeldt.

Voorbeeld van de inhoud

Uitgebreide oefencasussen vrij verkeer van goederen
Overzicht van de opgenomen leerstof
Onderdeel Voorbeelden in de casussen
Toepassingsgebied Goederenbegrip, negatieve waarde, grensoverschrijdend
element, lidstaatbegrip, private actoren, nalatigheid
overheid
Tarifair Artikel 30 VWEU, artikel 110 VWEU, Carbonati,
uitzonderingen voor EU-verplichte controles
Niet-tarifair import Artikel 34 VWEU, Dassonville, directe discriminatie,
indirecte discriminatie, productvereisten,
verkoopmodaliteiten, gebruiksbeperkingen
Niet-tarifair export Artikel 35 VWEU, Groenveld, Gysbrechts,
uitvoerbeperkingen
Rechtvaardiging Artikel 36 VWEU, rule of reason, Cassis, milieu-exceptie,
proportionaliteit
Afbakening Goederen versus diensten, Schindler, harmonisatie als
stap 0

Vraag 1: EcoBike Belgium
Lena is zaakvoerder van EcoBike Belgium, een gespecialiseerde winkel in Leuven die innovatieve
fietsproducten verkoopt. Zij voert elektrische bakfietsen, kinderfietskarren, slimme helmen en
fietsaccu’s in uit verschillende lidstaten. Haar populairste producten zijn afkomstig van het Duitse
merk RadGlück, het Franse merk CasquePlus en het Nederlandse merk FietsFijn.
Sinds 2026 geldt in België een nieuwe regeling voor “slimme fietsproducten”. Bij invoer van slimme
fietskarren uit andere lidstaten moet de invoerder 2% van de verkoopwaarde betalen. Volgens de
regering wordt de opbrengst gebruikt voor de aanleg van slimme laadpunten en veilige fietsroutes.
Belgische producenten van slimme fietskarren betalen deze bijdrage niet.
Daarnaast geldt voor alle elektrische fietsaccu’s een verplichte veiligheidscontrole. Deze controle
wordt opgelegd door een rechtstreeks toepasselijke EU-verordening over brandveiligheid van
accu’s. België rekent per accu 14 euro aan. Uit de stukken blijkt dat de werkelijke kost van de
controle gemiddeld 13,80 euro bedraagt.
Lena verkoopt ook Nederlandse energierepen voor fietsers. België heft op alle energierepen een
binnenlandse verbruiksbelasting. Energierepen in biologisch afbreekbare papieren verpakking
worden belast aan 3%. Energierepen in plastic beschermfolie worden belast aan 15%. Vrijwel alle
Belgische producenten gebruiken papier, terwijl de meeste buitenlandse producenten voorlopig
plastic folie gebruiken wegens langere houdbaarheid.
Voor slimme helmen geldt bovendien dat zij enkel op de Belgische markt mogen worden gebracht
na een certificaat van de private vereniging DataSafe vzw. DataSafe is bij koninklijk besluit als enige
certificeringsinstantie erkend. Helmen die door Belgische laboratoria zijn getest, krijgen
automatisch een certificaat. Helmen die reeds door Duitse of Franse laboratoria volgens inhoudelijk
gelijkaardige tests zijn onderzocht, moeten daarentegen steeds een volledige nieuwe test
ondergaan.

Vrij verkeer van goederen – uitgebreide oefencasussen en modelantwoorden

,Ten slotte bepaalt een Vlaams besluit dat kinderfietskarren enkel mogen worden verkocht wanneer
zij een rode reflecterende buitenrand hebben. Duitse fietskarren gebruiken traditioneel een gele
buitenrand die in Duitsland rechtmatig is toegelaten. Volgens Vlaanderen is rood duidelijker voor
consumenten en andere weggebruikers.
Analyseer deze situaties op basis van het EU-recht.
Modelantwoord vraag 1
Probleem 1: de invoerbijdrage van 2% op slimme fietskarren
Harmonisatie. Uit de feiten blijkt niet dat deze bijdrage door een Unierechtelijke regeling wordt
geharmoniseerd. De maatregel moet dus aan de verdragsbepalingen inzake het vrij verkeer van
goederen worden getoetst.
Toepassingsgebied. Fietskarren zijn goederen, omdat zij op geld waardeerbaar zijn en het
voorwerp van handelstransacties kunnen vormen (Commissie t. Italië – Kunstschatten). Het gaat
om een maatregel van België, zodat er een gedraging van een lidstaat is. Het grensoverschrijdend
element is aanwezig, omdat Lena fietskarren uit Duitsland invoert.
Toepasselijk artikel. De bijdrage is verschuldigd wegens de invoer van slimme fietskarren uit
andere lidstaten. Zij maakt dus geen deel uit van een algemeen stelsel van binnenlandse
belastingen dat zonder onderscheid op binnenlandse en ingevoerde producten wordt toegepast. De
maatregel moet daarom worden onderzocht onder artikel 30 VWEU en niet onder artikel 110
VWEU.
Beperking. Artikel 30 VWEU verbiedt douanerechten en heffingen van gelijke werking. Een heffing
van gelijke werking is iedere eenzijdig opgelegde geldelijke last die wegens grensoverschrijding op
een goed wordt gelegd, ongeacht haar benaming, bedrag, doel of bestemming van de opbrengst.
Dat de bijdrage slechts 2% bedraagt en wordt gebruikt voor fietsinfrastructuur is niet relevant,
aangezien artikel 30 VWEU geen de-minimisregel kent.
Rechtvaardiging. Een heffing die onder artikel 30 VWEU valt, kan niet worden gerechtvaardigd door
artikel 36 VWEU of door de rule of reason. De bijdrage lijkt ook geen vergoeding voor een
daadwerkelijk en individueel aan de invoerder verleende dienst. Het algemene voordeel van
fietsroutes en laadpunten is daarvoor te vaag. De bijdrage is dus een verboden heffing van gelijke
werking onder artikel 30 VWEU.
Probleem 2: de veiligheidscontrole van elektrische fietsaccu’s
Harmonisatie. Anders dan bij probleem 1 vermeldt de casus hier een rechtstreeks toepasselijke EU-
verordening die lidstaten verplicht een veiligheidscontrole op fietsaccu’s uit te voeren. Dit is een
harmonisatiegegeven dat eerst moet worden onderzocht.
Toepasselijk artikel. De betaling wordt gevraagd bij het op de markt brengen van accu’s die uit
andere lidstaten komen. Op het eerste gezicht lijkt dit een geldelijke last in de buurt van artikel 30
VWEU. Toch is er een erkende uitzondering wanneer de betaling de evenredige kost dekt van een
controle die door het Unierecht zelf is opgelegd.


Vrij verkeer van goederen – uitgebreide oefencasussen en modelantwoorden

,Beperking. De controlekost bedraagt 14 euro, terwijl de werkelijke kost gemiddeld 13,80 euro is.
Het bedrag lijkt dus nagenoeg overeen te stemmen met de reële kost van een door het Unierecht
vereiste controle. In die mate valt de betaling niet onder het absolute verbod van artikel 30 VWEU.
Conclusie. Zolang België niet meer aanrekent dan de reële kost van de EU-verplichte controle en de
controle niet dubbel of discriminerend wordt georganiseerd, is de betaling verenigbaar met het vrij
verkeer van goederen. Indien België de vergoeding zou gebruiken om extra inkomsten te
genereren, zou het overschrijdende deel wel problematisch zijn onder artikel 30 VWEU.
Probleem 3: de binnenlandse verbruiksbelasting op energierepen
Harmonisatie. Uit de feiten blijkt niet dat de belasting op energierepen volledig is geharmoniseerd.
De belasting moet dus aan artikel 110 VWEU worden getoetst.
Toepassingsgebied. Energierepen zijn goederen in de zin van Commissie t. Italië – Kunstschatten.
Er is een lidstaatmaatregel en een grensoverschrijdend element, aangezien Lena Nederlandse
repen invoert.
Toepasselijk artikel. De belasting maakt deel uit van een algemeen stelsel van binnenlandse
belastingen op energierepen. Zij is dus geen heffing wegens grensoverschrijding als zodanig. Artikel
110 VWEU is toepasselijk en sluit artikel 30 VWEU uit.
Eerste alinea. Indien energierepen met papieren verpakking en energierepen met plastic
beschermfolie als gelijksoortige producten worden beschouwd, is artikel 110, eerste alinea VWEU
relevant. Zij hebben immers dezelfde aard en functie en voldoen aan dezelfde
consumentenbehoefte. Een hoger tarief voor de categorie waarin vooral ingevoerde producten
vallen, kan dan een discriminerende binnenlandse belasting vormen.
Tweede alinea. Minstens is artikel 110, tweede alinea VWEU relevant. Zelfs als de producten niet
volledig gelijksoortig zouden zijn, concurreren zij duidelijk met elkaar. Omdat vrijwel alle Belgische
producenten papier gebruiken en de meeste buitenlandse producenten plastic folie gebruiken, kan
het hogere tarief de binnenlandse productie zijdelings beschermen.
Geen klassieke rechtvaardiging. Onder artikel 110 VWEU bestaat geen klassieke
rechtvaardigingsfase zoals onder artikel 34 VWEU. België kan dus niet zeggen dat een
discriminerende of beschermende belasting achteraf wordt gerechtvaardigd door
milieubescherming. Het milieudoel kan wel relevant zijn bij de vraag of het fiscale onderscheid op
een werkelijk objectief criterium berust.
Conclusie. Indien het verpakkingscriterium werkelijk milieugericht, objectief en consequent is, kan
er mogelijk geen schending zijn. In deze feiten lijkt het criterium echter vrijwel samen te vallen met
de oorsprong van de producten. De belasting is daarom waarschijnlijk strijdig met artikel 110
VWEU, in elk geval met de tweede alinea en mogelijk ook met de eerste alinea.
Probleem 4: het DataSafe-certificaat voor slimme helmen
Harmonisatie. Uit de feiten blijkt niet dat de certificering van slimme helmen volledig is
geharmoniseerd. De maatregel wordt dus beoordeeld onder artikel 34 VWEU.



Vrij verkeer van goederen – uitgebreide oefencasussen en modelantwoorden

, Toepassingsgebied. Slimme helmen zijn goederen. DataSafe is weliswaar een private vereniging,
maar zij is bij koninklijk besluit als enige certificeringsinstantie aangeduid en oefent daardoor een
poortwachtersfunctie uit. Haar optreden valt daarom binnen de werkingssfeer van artikel 34
VWEU, naar analogie met Fra.bo.
Beperking. De certificeringsregeling vormt een maatregel van gelijke werking in de zin van
Dassonville, omdat zij de toegang van ingevoerde helmen tot de Belgische markt belemmert. De
maatregel is bovendien direct discriminerend. Belgische tests worden automatisch aanvaard,
terwijl Duitse en Franse tests systematisch worden geweigerd en aanleiding geven tot een nieuwe
volledige test. Het onderscheid knoopt dus rechtstreeks aan bij de buitenlandse oorsprong of
buitenlandse certificering van de producten.
Rechtvaardiging. Omdat sprake is van directe discriminatie, kan België zich niet beroepen op de
rule of reason uit Cassis de Dijon. Enkel de verdragsgronden van artikel 36 VWEU zijn beschikbaar.
België kan hoogstens de bescherming van de gezondheid en het leven van personen of openbare
veiligheid aanvoeren.
Proportionaliteit. Het veiligheidsdoel is op zichzelf legitiem. De maatregel is echter waarschijnlijk
niet noodzakelijk. Een minder beperkende maatregel bestaat erin gelijkwaardige Duitse en Franse
tests te erkennen, eventueel aangevuld met een gerichte bijkomende controle bij concrete twijfel.
De systematische volledige hertesting van buitenlandse producten is daarom onevenredig.
Conclusie. Het DataSafe-systeem vormt een direct discriminerende maatregel van gelijke werking
onder artikel 34 VWEU. Rechtvaardiging kan enkel via artikel 36 VWEU. Aangezien gelijkwaardige
buitenlandse tests systematisch worden geweigerd, is de maatregel waarschijnlijk strijdig met
artikel 34 VWEU.
Probleem 5: de rode reflecterende buitenrand voor kinderfietskarren
Toepassingsgebied en artikel. Kinderfietskarren zijn goederen en de maatregel wordt opgelegd
door Vlaanderen, dat voor het Unierecht als lidstaatoptreden wordt behandeld. Er is een
grensoverschrijdend element, omdat Duitse fietskarren worden ingevoerd. De maatregel is niet-
tarifair en betreft de invoer, zodat artikel 34 VWEU toepasselijk is.
Beperking. De verplichting om een rode reflecterende buitenrand te gebruiken is een
productvereiste. Zij schrijft voor hoe het product eruit moet zien om op de Belgische markt te
worden verkocht. Volgens Cassis de Dijon en Walter Rau kunnen dergelijke productvereisten
maatregelen van gelijke werking vormen wanneer zij een dubbele regelgevingslast creëren voor
producten die rechtmatig in een andere lidstaat zijn vervaardigd en verkocht.
Kwalificatie. De maatregel is op het eerste gezicht niet rechtstreeks discriminerend, omdat zij niet
uitdrukkelijk zegt dat buitenlandse fietskarren worden uitgesloten. Zij kan wel indirect
discriminerend zijn indien de rode buitenrand overeenstemt met de Belgische producttraditie
terwijl Duitse producten traditioneel geel zijn. Bij indirecte discriminatie is zeker sprake van een
maatregel van gelijke werking. De rechtvaardigingsmogelijkheden zijn echter onzeker: bij goederen
is niet volledig duidelijk of de rule of reason voor indirect discriminerende maatregelen kan worden
toegepast.

Vrij verkeer van goederen – uitgebreide oefencasussen en modelantwoorden

Inhoudsopgave

  1. 01 Overzicht van de opgenomen leerstof 1
  2. 02 Vraag 1: EcoBike Belgium 1
    1. Modelantwoord vraag 1 2
  3. 03 Vraag 2: FietsMarkt en de Belgische distributieregels 5
    1. Modelantwoord vraag 2 6
  4. 04 Vraag 3: ReCircle en de uitvoer van gebruikte producten 9
    1. Modelantwoord vraag 3 9
  5. 05 Kernschema voor rechtvaardiging bij artikel 34 VWEU 11
  6. 06 Vraag 1 (7/20) 13
  7. 07 MODELANTWOORD 14
    1. Probleem 1: de voorafgaande vergunning, de economische behoefte-toets, de adviescommissie en de beperkte duur 14
    2. Probleem 2: de Belgische hoofdzetelverplichting 15
    3. Probleem 3: de verplichte waarborg bij een Belgische bank 16
    4. Probleem 4: minimumaantal werknemers en één centrum per provincie 16
    5. Probleem 5: tijdelijk ergonomisch advies vanuit Nederland 17
    6. Probleem 6: subsidie enkel voor in België gevestigde dienstverrichters 18
    7. Probleem 7: medische burn-outdiagnoses door artsen en klinisch psychologen 19
  8. 08 Vraag 2 (7/20) 20
  9. 09 MODELANTWOORD 21
    1. Probleem 1: drie jaar eerdere activiteit in België voor een permanente eventlocatie 21
    2. Probleem 2: woonplaatsvereiste voor een zaakvoerder 22
    3. Probleem 3: minimumafstand van 750 meter tussen eventlocaties 22
    4. Probleem 4: mobiele licht- en geluidstechniek voor drie weekends per jaar 23
    5. Probleem 5: verbod op realistische laserspelen 24
    6. Probleem 6: particuliere bewakingsdiensten 25
    7. Probleem 7: fiscale aftrekbaarheid enkel bij Belgische cateraars 26
  10. 10 Vraag 3 (7/20) 27
  11. 11 MODELANTWOORD 28
    1. Probleem 1: StayMove Homes en de vergunning als vastgoedmakelaar 28
    2. Probleem 2: StayMove Ride en de taxivergunning 29
    3. Probleem 3: StayMove Care en thuiszorgafspraken 29
    4. Probleem 4: particuliere koks die tijdelijk vanuit Nederland komen koken 31
    5. Probleem 5: verplicht alle contracten in Nederlands, Frans en Duits 31
    6. Probleem 6: beperkte vergunningen voor kortetermijnverhuur in Brugge 32
    7. Probleem 7: verbod om tegelijk in Ierland gevestigd te blijven 33
  12. 12 Vraag 1 (7/20) 35
    1. MODELANTWOORD 35
  13. 13 Vraag 2 (7/20) 38
    1. MODELANTWOORD 38
  14. 14 Vraag 3 (7/20) 41
    1. MODELANTWOORD 41
  15. 15 Vraag 4 (5/20) 44
    1. MODELANTWOORD 44
  16. 16 Vraag 1 (7/20) 46
  17. 17 MODELANTWOORD 47
  18. 18 Vraag 2 (7/20) 52
  19. 19 MODELANTWOORD 52
  20. 20 Vraag 3 (7/20) 57
  21. 21 MODELANTWOORD 58
  22. 22 Algemeen stramien harmonisatie 81
  23. 23 Casus 1 - Chocolade op de Leuvense markt 83
    1. Vraag 83
    2. Oplossing 83
  24. 24 Casus 2 - Speelgoednormen en nationale testverplichtingen 85
    1. Vraag 85
    2. Oplossing 85
  25. 25 Casus 3 - Minimumharmonisatie en gold plating 86
    1. Vraag 86
    2. Oplossing 86
  26. 26 Casus 4 - Verkoop met verlies en de UCPD 88
    1. Vraag 88
    2. Oplossing 88
  27. 27 Casus 5 - Deur-aan-deurverkoop, consumentenbescherming en een gemengd motief 90
    1. Vraag 90
    2. Oplossing 90
  28. 28 Casus 6 - Niet-genotificeerd technisch voorschrift 92
    1. Vraag 92
    2. Oplossing 92
  29. 29 Casus 7 - Gedeeltelijke harmonisatie en terugval op het Verdrag 93
    1. Vraag 93
    2. Oplossing 93
  30. 30 Casus 8 - Fundamentele harmonisatie en de Dienstenrichtlijn 94
    1. Vraag 94
    2. Oplossing 94
  31. 31 Casus 9 - Theoriecasus: verhouding tussen Verdrag en harmonisatie 96
    1. Vraag 96
    2. Oplossing 96
  32. 32 Kernoverzicht voor het examen 97
  33. 33 Vraag 1 (7/20) 98
    1. MODELANTWOORD 99
  34. 34 Vraag 2 (7/20) 103
    1. MODELANTWOORD 103
  35. 35 Vraag 3 (6/20) 108
    1. MODELANTWOORD 108

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
15 juni 2026
Aantal pagina's
111
Geschreven in
2025/2026
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden
€19,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
MariePeeters02
3,7
(3)
Verkocht
30
Volgers
1
Items
10
Laatst verkocht
4 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen