Hoorcollege 2 |De geschiedenis
Studie van de mens in relatie tot zijn omgeving, waarbij omgeving aan de mens wordt
aangepast
Vakgebied is interdisciplinair en wordt op verschillende manieren aangeduid:
- Ergonomie (de kennis van het werk; dus van oorsprong werk gerelateerd) - Europa
- Human Factors (veiligheid van de mens) - USA
- Mens-machine interactie (gebruiksvriendelijkheid)
En nu wellicht ook mens-data interactie (AI, digitale systemen)
Belangrijke rollen in geschiedenis die leidde tot TCP:
- Industriële revolutie - aanpassing werk - ergonomie
- Tweede Wereldoorlog - veiligheid - human factors
- Digitale revolutie - mens-machine interactie
DE INDUSTRIËLE REVOLUTIE
- Fabrieken kwamen op, productie nam toe, producten werden goedkoper
- Doel → verhogen van productiviteit op de arbeidsvloer
- Vraagstuk TCP: hoe kunnen we ervoor zorgen dat productiviteit toeneemt?
- Normaal om kinderen in fabrieken te laten werken
Adam Smith (1776)
- Dacht al vroeg na over productiviteit en arbeidsverdeling
- Wat is efficiënter? 1 persoon die 1 speld maakt of meerdere personen die samen 1
speld maken?
- Geschoolde/ongeschoolde mensen
- Plato: ‘iemand die zich beperkt tot één taak zal daarin excelleren’
- Conclusie: arbeidsverdeling verhoogt productiviteit, omdat mensen beter worden in
één specifieke taak.
Arbeidsverdeling (Charles Babbage in 1932)
Arbeidsverdeling om productie op goedkope manier te verhogen en manier om discipline te
handhaven.
Frederick Winslow Taylor (1856-1915)
- Taylorisme
- Grondlegger van Scientific Management
- Wetenschappelijke basis voor de arbeidsverdeling
- Eerst werkte hij als machinist bij fabrieken en kwam daarna steeds hoger in
management terecht
- Hij zag dat veel arbeiders met opzet onder hun maximale capaciteit werkte
(soldiering) en vroeg zich af waarom dit zo was
, - Hij dacht dat mensen van nature lui zijn, waardoor er manieren bedacht moesten
worden om hen harder te laten werken.
- Hij begreep dat mensen harder gaan werken als hun beloning afhangt van hoeveel
werk ze doen. Bij een vast loon werken mensen meestal niet extra hard.
- Er zijn volgens hem methodes waardoor de productie efficiënter gemaakt kan worden:
1. Belonen van werknemers wanneer ze harder werken
2. Werk standaardiseren (het opknippen van werk)
3. Het selecteren en trainen van de werknemers → managers
- Bij fabriek Bethlehem Steel kreeg hij de opdracht om de efficiëntie te verhogen
1. Verschillende scheppen introduceren → specifiek materiaal per functie
2. Selecteren van de arbeiders (sterke domme krachten voor fysiek werk)
3. Pauze schema’s aanpassen → regelmatige pauzes verhoogde productie
- Hoe bepaal je welke werkmethode het meest efficiënt is?
Time & motion-studies: Frank & Lillian Gilbreth
1. Tijdstudies
Hoe lang doet iemand over een taak? Kost de ene manier minder tijd dan de andere?
2. Bewegingsstudies
Welke bewegingen worden gemaakt bij het uitvoeren van een taak?
D.m.v. een chronocyclegraph → een soort lampje die je bv op
een arm vastzet die een lange sluitertijd heeft, waardoor er een
patroon verschijnt
- Kijken of bewegingen efficiënt waren en of er overbodige bewegingen
zijn
- Taakanalyse en bewegingsstudies leidden tot grote toenames in de productie
- Managers moesten deze taken streng controleren.
Henry Ford (1913)
- Ford introduceerde de lopende band
- Gevolg: productietijd van een auto daalde van 12,5 u naar 1,5 u
- Omdat: iedere werknemer één specifiek taak uitvoerde.
The Hawthorne Experiments
Het Hawthorne-effect houdt in dat mensen hun gedrag of prestaties aanpassen omdat zij
weten dat ze geobserveerd of onderzocht worden. Dit effect werd ontdekt tijdens de
Hawthorne-experimenten, een langdurige studie naar productiviteit in fabrieken. Hierbij
werden verschillende werkomstandigheden onderzocht, zoals licht, temperatuur en
beloningen. De productiviteit steeg in veel situaties, maar later bleek dat dit waarschijnlijk
vooral kwam doordat werknemers wisten dat ze bekeken werden en extra aandacht kregen
van de onderzoekers.
Het Hawthorne-effect verwijst dus naar veranderingen in gedrag of productiviteit als reactie
op observatie, en niet per se door de aangepaste omstandigheden zelf. Hierdoor kan
,observatie invloed hebben op onderzoeksresultaten. De Hawthorne-experimenten kregen
later ook kritiek, omdat de onderzoeken methodologisch niet altijd goed waren opgezet.
Principles of Scientific Management
Frederick Winslow Taylor beschreef in Principles of Scientific Management hoe werk
wetenschappelijk geanalyseerd en georganiseerd kon worden om productiviteit te verhogen.
Volgens Taylor moest werk niet op gevoel worden uitgevoerd, maar op basis van onderzoek
en standaardisering.
Zijn belangrijkste principes waren:
a. de ontwikkeling van een wetenschappelijke aanpak van werk;
b. wetenschappelijke selectie, training en ontwikkeling van arbeiders;
c. het koppelen van de juiste werknemer aan de juiste taak;
d. samenwerking tussen management en arbeiders.
Taylor ontwikkelde onder andere taakanalysekaarten, waarmee werd onderzocht welke
taken uitgevoerd moesten worden en hoeveel tijd deze kostten. Ook ontstond het
zogenaamde Taylorisme: het zeer gedetailleerd voorschrijven van hoe werknemers hun werk
moesten uitvoeren. Veel principes van Taylor worden tegenwoordig nog steeds toegepast,
bijvoorbeeld bij sterk gestandaardiseerd werk in fastfoodketens zoals McDonald’s.
Voordelen van Scientific Management/ Taylorisme
Hogere efficiëntie en productiviteit.
Werk werd wetenschappelijk geanalyseerd en gestandaardiseerd.
Meer aandacht voor ergonomie, rustpauzes en taakverdeling.
Betere selectie en training van werknemers.
Boek ‘Principles of Scientific Management’ is in 7 verschillende talen uitgebracht.
Nadelen van Scientific Management/ Taylorisme
Werknemers werden sterk gecontroleerd.
Weinig autonomie en veel repetitief werk.
Arbeiders verloren trots en betrokkenheid bij hun werk.
Focus lag vooral op efficiëntie en winst voor de werkgever.
Werknemers werden soms gezien als “machineonderdelen” of “stopwatchslaven”.
Taylor → fitting the worker to the job
Tegenwoordig → fitting the job to the worker
Verschil tussen AO-psychologie en TCP
AO-psychologie richt zich vooral op het verbeteren van de werknemer, bijvoorbeeld via
selectie, training en motivatie. De werknemer wordt aangepast aan het werk.
Toegepaste Cognitieve Psychologie (TCP) richt zich juist op het aanpassen van de
omgeving, technologie of taak aan de mens, bijvoorbeeld door gebruiksvriendelijke en veilige
systemen te ontwerpen. Hierbij wordt het werk aangepast aan de mogelijkheden en
beperkingen van de mens.
DE TWEEDE WERELDOORLOG
1. Selecteren militairen
, - Geen tijd voor selectie
- Veel ongelukken doordat er geen selectie was
- Mensen waren bijvoorbeeld te groot of te klein om een tank of ander apparaat te
besturen
- De vraag ontstond → hoe kunnen we apparaten zo inrichten dat heel veel
verschillende mensen ze kunnen besturen?
2. Ongelukken
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden machines en vliegtuigen steeds complexer. Veel
ongelukken ontstonden niet doordat piloten slecht waren opgeleid, maar doordat apparaten
en cockpits niet goed waren aangepast aan menselijke mogelijkheden en beperkingen. De
locatie en werking van knoppen en hendels waren vaak onduidelijk en verschilden per
vliegtuigtype, waardoor piloten sneller fouten maakten, vooral onder stress en tijdsdruk.
Alphonse Chapanis en Paul Fitts onderzochten deze problemen. Zij ontdekten dat sommige
hendels te veel op elkaar leken, terwijl ze verschillende functies hadden. Hierdoor werden
verkeerde handelingen uitgevoerd. Om dit te voorkomen werden ontwerpen aangepast,
bijvoorbeeld door hendels verschillende vormen te geven en cockpits overzichtelijker te
maken. Dit verbeterde de veiligheid en vormde een belangrijke basis voor Human Factors
en ergonomisch ontwerp.
Oorsprong signaaldetectietheorie
Tijdens de Tweede Wereldoorlog moesten
mensen langdurig radar- en controlesystemen
monitoren om belangrijke signalen, zoals
vijandelijke vliegtuigen, te detecteren tussen
veel irrelevante informatie (“ruis”). Dit leidde tot
onderzoek naar signaaldetectietheorie: hoe
mensen belangrijke signalen herkennen en
onderscheiden van ruis.
Norman Mackworth onderzocht dit met de
beroemde Mackworth Clock Test. Hierbij moesten deelnemers langdurig een klok
observeren en zeldzame afwijkingen detecteren. Uit het onderzoek bleek dat de prestaties
na verloop van tijd sterk afnamen. Dit wordt het vigilance decrement genoemd: een daling in
alertheid en detectieprestaties tijdens langdurige aandachtstaken.
De resultaten lieten zien dat mensen niet onbeperkt alert kunnen blijven. Dit inzicht werd
belangrijk voor beroepen waarbij langdurige aandacht cruciaal is, zoals luchtverkeersleiding,
radarbewaking, beveiliging en cameratoezicht.
Invloed WOII op het vakgebied
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschoof de focus van “fitting the worker tot the job” naar “
fitting the job to the worker”. Machines, vliegtuigen en controlesystemen werden steeds
complexer, waardoor duidelijk werd dat veel fouten niet alleen door mensen werden
veroorzaakt, maar ook door slecht ontwerp van systemen en apparatuur.