Inhoud
Strafrecht samenvatting..............................................................................................................1
Week 1:...................................................................................................................................2
Samenvatting boek:.............................................................................................................2
Week 2:...................................................................................................................................8
Samenvatting boek:.............................................................................................................8
Week 3:.................................................................................................................................17
Samenvatting boek............................................................................................................17
Week 4:.................................................................................................................................24
Samenvatting boek............................................................................................................24
Week 6:.................................................................................................................................29
Samenvatting boek............................................................................................................29
Week 7:.................................................................................................................................44
Samenvatting boek............................................................................................................44
Week 8:.................................................................................................................................50
Samenvatting boek............................................................................................................50
,Week 1:
Samenvatting boek:
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.2 Plaats van het strafrecht
Het strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit
hebben begaan. Het straffen gebeurt door de overheid, want de staat heeft een monopolie
op straffen. De enige die een verdachte van een strafbaar feit voor de rechter kan brengen is
een officier van justitie. Hij kan een verdachte dagvaarden waardoor deze verantwoording af
moet leggen tegenover een rechter.
1.3 Doelen van straffen
Het opleggen van een straf dient voornamelijk twee doelen: vergelding en preventie. Door
het opleggen van een straf wordt er leed toegevoegd aan de dader. Preventie kan je
onderverdelen in speciale preventie, waarbij de verdachte zelf wordt afgeschrokken om nog
een strafbaar feit te begaan, en generale preventie, waarbij de samenleving wordt
afgeschrokken.
1.4 Materieel strafrecht, formeel strafrecht en sanctierecht
Als eerst kan er worden gesproken van materieel strafrecht. Dit heeft betrekking op de
grenzen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid. Het bepaalt welk gedrag wel of niet
strafbaar kunnen worden gesteld.
Het formele strafrecht, ook wel strafprocesrecht of strafvordering, bepaald welke regels
moeten worden gevolgd wanneer een norm van het materiële strafrecht is overtreden.
Het sanctierecht heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen
worden opgelegd en ten uitvoer gelegd. Denk hierbij aan de vraag of er een taakstraf mag
worden opgelegd en welke voorwaarden de rechter precies mag opstellen.
1.5 Commuun en bijzonder strafrecht
Het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen wordt het commune strafrecht genoemd.
Hiernaast staan er veel strafbepalingen in andere wetten, denk aan de wegenverkeerswet.
Dit wordt ook wel het bijzondere strafrecht genoemd.
Hoofdstuk 2 Inleiding materieel strafrecht
2.1 plaats en structuur van strafbepalingen
In de wet staan talloze wetten die gedragingen strafbaar stellen. De strafbepaling bestaat uit
een delictsomschrijving, een kwalificatie-aanduiding en een strafbedreiging. De
delictsomschrijving bepaald welke gedraging strafbaar wordt gesteld. De kwalificatie is de
benoeming van het delict.
,2.2 De opbouw van het strafbare feit in vier componenten
2.2.1 Het vierlagen model
Om een strafbaar feit te kunnen kwalificeren moet er worden voldaan aan vier voorwaarden:
1. Een menselijke gedraging
2. Wettelijke delictsomschrijving
3. Wederrechtelijkheid
4. Schuld
2.2.2 menselijke gedraging
Er moet allereerst sprake zijn van een gedraging die door een mens is verricht. Alleen
personen kunnen worden vervolgd en gestraft. Pas wanneer iemand door middel van een
gehele of gedeeltelijke gedraging uitvoering geeft, is er sprake van een gedraging.
2.2.3 De wettelijke delictsomschrijving
De menselijke gedraging moet binnen de grenzen van een wettelijke delictsomschrijving
passen. Gedragingen zijn pas strafbaar wanneer ze beschreven staan in de wet. De feitelijke
gedraging moet een juridische duiding hebben. Wanneer dit niet het geval is, dan is
strafbaarheid uitgesloten.
2.2.4 De wederrechtelijkheid
De gedraging moet strijdig zijn met de wet. Het gaat hier niet over de verwijtbaarheid van de
gedraging, maar puur over de wederrechtelijkheid van de gedraging. Er kunnen echter
omstandigheden zijn die het gedrag rechtvaardigen. In zo’n geval is het gedrag niet
wederrechtelijk en spreken we van een rechtvaardigingsgrond.
2.2.5 De schuld
Als laatste moet er sprake zijn van schuld. Men mag van iemand in redelijkheid vergen dat hij
zich anders gedroeg dan hij deed. Men gaat ervan uit dat de verwijtbaarheid aanwezig is,
tenzij er een indicatie bestaat voor het ontbreken ervan. De redenen dat iemand niet
verwijtbaar is, kan komen door een schulduitsluitingsgrond.
2.3 Legaliteit en interpretatie
Geen gedraging is strafbaar indien deze niet bij wet beschreven is. Dit wordt ook wel het
legaliteitsbeginsel genoemd en staat beschreven in art. 1 Sr. Hierdoor moet de rechter in het
vonnis ook precies aangeven waar in de wet het strafbare feit staat wat de verdachte heeft
begaan.
Ook kan een feit pas strafbaar staan wanneer het ten tijde van het feit in de wet stond. Geen
feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling. Men
noemt dit ook wel het verbod van de terugwerkende kracht. Deze aspecten zorgen voor
rechtszekerheid bij de burgers.
, Toch kan een wet soms niet helemaal duidelijk zijn. Hiervoor zijn er verschillende
interpretatiemethodes:
1. Wetshistorische methode= er wordt gekeken naar de totstandskomingsgeschiedenis
2. Grammaticale interpretatie= er wordt naar de taalkundige betekenis gekeken
3. Systematische interpretatie= de wet wordt uitgelegd aan de hand van de systematiek
van de wet
4. Teleologische interpretatie= er wordt gekeken naar het doel van de wetgever
2.4 Bestanddelen en elementen
Een strafbaarfeit is een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en die verwijtbaar is. De laatste twee
componenten, wederrechtelijkheid en verwijtbaarheid, zijn elementen. De onderdelen in de
delictsomschrijving zijn bestanddelen.
Als een persoon voldoet aan de bestanddelen, dan wordt de delictsomschrijving vervuld.
Wanneer er wél is voldaan aan alle bestanddelen is er niet automatisch sprake van
strafbaarheid. Hiervoor is ook vereist dat er wordt voldaan aan wederrechtelijkheid en
verwijtbaarheid die niet in de wet beschreven staan. Is dit wel het geval, dan is er ook altijd
sprake van een strafbaar feit.
2.5 Wederrechtelijkheid als bestanddeel: een moeilijk geval
Soms staat de wederrechtelijkheid ook beschreven in een delictsomschrijving. Bij alle
delicten waarbij wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving voorkomt, is de
wederrechtelijkheid geen element maar een bestanddeel. Hierdoor verschuift het
vierlagenmodel naar het drielagenmodel.
2.6 Soorten delicten
2.6.1 Misdrijven en overtredingen
Strafbare feiten kunnen worden onderverdeeld in misdrijven en overtredingen. Een duidelijk
onderscheid is niet altijd duidelijk te maken, maar een misdrijf is vaak ernstiger dan een
overtreding.
Het onderscheid is wel van belang door:
1. Een procesrechtelijke reden: het onderscheid maakt uit welke rechter bevoegd is
2. Poging tot overtreding en medeplichtigheid is niet strafbaar bij overtredingen, maar
wel bij misdrijven
3. Dwangmiddelen: veel dwangmiddelen, zoals het aftappen van een telefoon, mogen
slechts worden toegepast in geval van een misdrijf.
2.6.2 Formele en materiële delicten