Klinische pedagogiek
Literatuursamenvatting
Bachelor Pedagogische Wetenschappen
Universiteit Leiden
2025-2026
Voorwoord
Beste student pedagogische wetenschappen,
Voor je ligt een samenvatting van het vak klinische pedagogiek’. Ik heb de belangrijkste
studiestof voor je samengevat. Zo kun jij zo prettig mogelijk studeren. Ik wens je alvast veel
succes met studeren en natuurlijk met het behalen van al jouw studiepunten!
Samen studeren werkt natuurlijk goed. Wijs jouw vrienden daarom ook vooral op mijn
samenvattingen. Nadruk en het delen van de samenvatting met derden is uiteraard
verboden. Als je wilt dat ik in staat blijf de samenvattingen en oefentoetsen aan te bieden,
geef deze samenvatting dan niet aan derden en laat jouw studiegenoten zelf een exemplaar
aanschaffen. Groetjes, Luna.
P.S. De samenvatting is geschreven naar eigen inzicht van de auteur. Het is en blijft een
samenvatting, die als aanvulling op de verplichte literatuur gezien moet worden en geen
vervanging is van de verplichte lesstof
,Inhoudspagina
,College 1 – als opvoeden niet vanzelf gaat H2 en H7, factsheet
Als opvoeden niet vanzelf gaat hoofdstuk 2
(2.1) geschiedenis van de speciale zorg en opvoeding voor speciale kinderen
In de 18e eeuw ontstond belangstelling voor de opvoedbaarheid van ‘ontspoorden’ of
‘gehandicapten’. Dit hing samen met een groeiend optimisme over de mens en zijn
mogelijkheden.
In de 17e eeuw was er al het idee dat de mens als ‘tabula rasa’ op de wereld komt. Uit deze
opvatting kwam het idee voort dat de mens in zijn ontwikkeling maakbaar was.
Twintigste eeuw
Deskundigen gingen zich in toenemende mate richten op het kind en op het ontwikkelen van
kennis voer en voorzieningen voor het kind.
- 1901- leerplicht en kinderwetten
Medische zorg voor kinderen groeide als reactie op de grote kindersterfte
In de loop van de geschiedenis hebben twee groepen kinderen steeds extra bemoeienis
gevraag vanuit de samenleving:
1. Kinderen met een beperking/stoornis
2. Verwaarloosde of criminele kinderen
(2.1.1) zorg en opvoeding voor kinderen met een beperking/stoornis
Vanaf de middeleeuwen ging men zich meet bekommeren om armen, zieken en
gehandicapten.
De zorg voor zwakzinnigen was aanvankelijk vooral medisch georiënteerd.
1960 stond in het teken van emancipatie, zelfontplooiing, democratie en medezeggenschap.
Er ontstonden belangenverenigingen, de professionalisering nam toe.
(2.1.2) zorg en opvoeding voor verwaarloosde of criminele kinderen
Men zag de problemen van lastige, criminele kinderen als het gevolg van tekorten van het
kind, terwijl de oorzaken van de problemen van verwaarloosde kinderen eerder in relatie tot
de omgeving gezien werden.
In 1905 werden de kinderwetten ingesteld: daarmee kon worden ingegrepen in het ouderlijk
gezag als het kind met geestelijke of lichamelijke ondergang werd bedreigd.
In grote lijnen werden er aan het begin van de 20e eeuw drie typen jeugdigen in tehuizen
geplaatst:
1. Jeugdigen van wie de ouders waren ontzet of ontheven uit het ouderlijk gezag of die
onder toezicht waren geplaatst
2. Jeugdigen die veroordeeld waren vanwege het plegen van strafbare feiten
3. Wezen en jeugdigen van wie de ouders de opvoeding niet aankonden vanwege
armoede, ziekte of andere lichamelijke of psychische problemen
(2.2) het ontstaan van de orthopedagogiek
Men kreeg toenemend behoefte aan onderbouwing van het handelen ten aanzien van deze
kinderen en aan theorieën die konden bijdragen aan de verbetering van de zorg.
In de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw groeide de orthopedagogiek uit tot een zelfstandige
wetenschappelijke discipline met een eigen aandachtsgebied. De orthopedagogiek ging zich
bezighouden met de wetenschappelijke vraagstukken met betrekking tot de opvoeding van
‘psychisch afwijkende kinderen en de sociaal gederailleerde kinderen’.
- Verschuiving van aandacht van verpleging naar opvoeding.
- Klootsema (1904): verlegging van ‘afwijkende kind’ opvoeding van deze kinderen
- Ter Horst: Algemene orthopedagogische theorie gericht op ‘opvoeden’ en ‘perspectief
, bieden’ .
Als opvoeden niet vanzelf gaat Hoofdstuk 7
Dit hoofdstuk behandelt de betekenis van het gezin binnen de orthopedagogiek en de manier
waarop gezinsleden invloed uitoefenen op de ontwikkeling van kinderen. Waar men vroeger
vaak dacht dat kinderen met problemen beter uit hun thuissituatie konden worden geplaatst,
wordt tegenwoordig erkend dat het gezin een belangrijke rol speelt in zowel het ontstaan als
het oplossen van problemen. Vanuit de systeemtheorie wordt een gezin gezien als een geheel
van onderling verbonden relaties, waarbij veranderingen bij één gezinslid gevolgen kunnen
hebben voor de andere leden.
Binnen een gezin nemen gezinsleden verschillende rollen aan en kunnen er specifieke
samenwerkingsverbanden ontstaan. Soms leiden deze patronen tot ongewenste situaties, zoals
wanneer een kind verantwoordelijkheden van volwassenen overneemt of betrokken raakt bij
conflicten tussen ouders. Hoewel dergelijke patronen vaak zijn ontstaan om stabiliteit te
creëren, kunnen ze moeilijk veranderen omdat ze voor alle betrokkenen een bepaalde functie
vervullen.
Daarnaast wordt het gezin bekeken vanuit de taken die het uitvoert, zoals opvoeding, zorg,
huishoudelijke organisatie en het onderhouden van sociale relaties. Opvoeding vormt daarbij
een van de belangrijkste verantwoordelijkheden. Verder gaat het hoofdstuk in op de bijdrage
van de orthopedagogiek aan het begeleiden van gezinnen die met complexe problemen te
maken hebben. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan kindermishandeling en aan
gezinnen waarin ouders kampen met psychische problemen of een verslaving.
Er wordt besproken wat onder kindermishandeling wordt verstaan en welke rechten
kinderen hebben op bescherming tegen geweld, misbruik, verwaarlozing en uitbuiting. Ook
komt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling aan bod, die professionals
ondersteunt bij het herkennen en aanpakken van signalen van onveiligheid. Daarnaast wordt
de Signs of Safety-benadering toegelicht, een methode die uitgaat van de krachten en
mogelijkheden binnen het gezin en het sociale netwerk om de veiligheid van kinderen te
versterken.
Ten slotte wordt aandacht besteed aan KOPP- en KOV-kinderen: kinderen die opgroeien
met ouders die psychische problemen hebben of verslaafd zijn. Deze kinderen lopen een
verhoogd risico op emotionele, sociale, gedragsmatige en schoolgerelateerde problemen.
Door tijdige signalering en passende ondersteuning, zoals begeleiding, therapie, voorlichting
of praktische hulp, kunnen negatieve gevolgen voor hun ontwikkeling worden beperkt.
Het gezin
Pas vanaf de jaren zestig kreeg het gezin een centrale plaats binnen de orthopedagogische
hulpverlening. Daarvoor lag de nadruk vooral op het individu en werden kinderen met
problemen regelmatig uit hun gezin geplaatst. Men ging ervan uit dat afstand nemen van een
problematische thuissituatie de ontwikkeling van het kind ten goede zou komen. In de praktijk
bleek echter dat veel problemen terugkeerden zodra het kind weer thuis woonde. Dit leidde tot
meer aandacht voor de invloed van gezinsrelaties op gedrag en ontwikkeling.