2.1: Idee en oorsprong van de rechtsstaat
Wat is een rechtsstaat? Een staat waarin je als burger met grondrechten wordt
beschermd tegen machtsmisbruik en willekeur van de overheid.
Autoritaire staat: 1 machtshebber of kleine groep mensen bepaalt wat de regels zijn.
Nederland is een democratische rechtsstaat: burgers mogen meedoen aan vrije
verkiezingen (bepalen zo wie de machthebbers zijn) en kunnen indirect
meebeslissen over politieke kwesties.
NL is ook een sociale rechtsstaat: er zijn allerlei wetten + voorzieningen om de
welvaart en het welzijn v/d burgers te bevorderen.
In een rechtsstaat heerst er vrede en sociale cohesie. Burgers houden zich aan de
wet en verwachten dat anderen dat ook doen → is dus sprake van vertrouwen en
wederkerigheid. Wetten waar ook de overheid zich aan moet houden, zorgen voor
rechtszekerheid.
Met de verlichting kwam er (2e helft 18e eeuw) verzet tegen het onrecht (bepaalde
sociale groepen kregen een voorkeursbehandeling & armste mensen moesten de
hoogste belastingen betalen). Ondernemende burgers trokken vanaf de 16e eeuw
de wereld in waardoor ze rijkdom & wetenschappelijke kennis opdeden. Door de
drukpers kon nieuwe kennis worden verspreid (15e eeuw) → bestaande wereld- en
mensbeeld begon te wankelen.
18e eeuw: eeuw van het optimistische geloof in de kracht van de rede, vooruitgang
en maakbaarheid v/d samenleving. Vrijheid was daarbij de 1e voorwaarde.
Namen die aan de filosofie van het sociaal contract gebonden zijn:
- Thomas Hobbes (1588-1679)
- John Locke (1632-1704)
- Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
Uitgangspunt: als mens word je in vrijheid en gelijkheid geboren, maar daarvan blijft
in de praktijk weinig over, want mensen hebben krachtig overlevingsinstinct →
moeten om bestaansmiddelen strijden. Sociaal contract wordt gesloten, waarin
mensen tot afspraken komen om in natuurlijke vrijheid en gelijkheid te kunnen leven.
Eerste taak v/d staat: veiligheid van burgers garanderen en hun eigendommen
beschermen. Staat zou daarom een geweldsmonopolie krijgen (de staat mag als
enige geweld gebruiken). Staat is gebonden aan wetten die burgers opleggen.
Burgers bepalen zelf de macht die de staat over hen mag uitoefenen. Trias politica
(bedacht door Montesquieu): staatsmacht opsplitsen in…
- Wetgevende macht
- Uitvoerende macht
- Rechtsprekende macht
, Grondbeginselen v/d rechtsstaat:
1. Beginsel van de grondrechten: alle mensen zijn in vrijheid en gelijkheid
geboren, moeten ook zo kunnen samenleven.
2. Soevereiniteits- en democratiebeginsel: mensen sluiten gezamenlijk het
sociaal contract.
3. Legaliteitsbeginsel: er is een staat die het sociaal contract tussen mensen kan
afdwingen, maar die strikt gebonden is aan de wetten die partijen zelf hebben
opgesteld.
4. Beginsel van de trias politica: machtsverdeling tussen wetgevende,
uitvoerende en rechtsprekende macht.
De Onafhankelijkheidsverklaring, grondwet en de ‘Bill of Rights’ vormen samen de
Amerikaanse constitutie.
1789 → Franse Revolutie → Verklaring van de Rechten van de Mens en Burger
werd opgesteld: moest zorgen voor een rechtvaardigere en gelukkigere
samenleving. Heerste chaos totdat Napoleon in 1799 een staatsgreep pleegde en
een verlichte dictatuur vestigde, waarin de machthebber in zekere mate rekening
houdt met de bevolking. Verspreidde deze ideeën en idealen, zo vormde zijn Code
Civil ook in NL het begin van het burgerlijk recht.
2.2: Grondwet en grondrechten
De Grondwet in NL:
- Legt de fundamentele rechten van burgers vast
- Begrenst de macht v/d staat en garandeert vrijheden van burgers
- Geeft aan hoe de belangrijkste organen v/d staat in grote lijnen zijn
georganiseerd
- Drukt de eenheid v/d natie uit: alle burgers vormen een eenheid
Na de val van Napoleon werd NL een constitutionele monarchie: een koninkrijk met
een grondwet, maar de koning heeft nog wel veel macht.
1848: door Thorbecke werd de Grondwet aangepast en het censuskiesrecht
ingevoerd (directe 2e Kamer verkiezingen, maar alleen voor de rijke mannen). Staat
had volgens hem maar 1 taak: de vrijheid v/d burgers te dienen. De 19e-eeuwse
staat wordt ook wel een nachtwakersstaat genoemd: een staat die zich voornamelijk
inzet voor bewaking van de veiligheid v/d burgers. De Nachtwakersstaat zorgde voor
sociale onrust: door de toegekende grondrechten ontstonden nieuwe sociale
bewegingen → ontstond een klassenstrijd vanwege uitbuiting van arbeiders,
armoede en kindersterfte en vrouwen. 1917 → het algemeen mannenkiesrecht werd
ingevoerd. 1919 → algemeen vrouwenkiesrecht.
1983 → Grondwet geüpdatet, bovenop de klassieke grondrechten ook sociale
grondrechten. Vrijheid & gelijkheid van individuele burgers vormen de basis v/d
klassieke grondrechten. Gelijkheidsbeginsel = 1e artikel v/d Grondwet.
Welke klassieke grondrechten kunnen we onderscheiden?