Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's
Case uitwerking

Werkgroep uitwerkingen week 1 t/m 8 | Materieel Strafrecht | RR217 | EUR | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's

Samenvatting/ werkgroep uitwerkingen horen bij het vak Materieel Strafrecht (RR217) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bevat de leerstof van alle weken van dit vak in het tweede jaar . De toets behandelt belangrijke onderwerpen zoals causaliteitsleren, medeplegen en medeplichtigheid, rechtvaardigingsgronden, en concepten als noodweer en overmacht. Dit document is waardevol als oefenopdrachten, om mee te nemen naar je werkgroepen en om je voor te bereiden op het tentamen. Zelf heb ik voor dit tentamen (met beperkte voorbereidingstijd) aan de hand van deze samenvatting een 7 weten te behalen.

Voorbeeld van de inhoud

Materieel Strafrecht
Instaptoets
In een delictsomschrijving staan standaard alleen bestanddelen en zien we
geenelementen. Elementen zijn wel van belang, maar zie je niet expliciet staan.
In culpa zijn zowel wederrechtelijkheid als verwijtbaarheid een bestanddeel.
Het kenmerkende verschil tussen medeplegen en medeplichtigheid is dat je bij
medeplegen een grotere rol hebt.
De geschreven rechtvaardigingsgronden zijn noodweer, overmacht in de zin van
noodtoestand, uitvoering wettelijk voorschrift, uitvoering bevoegd gegeven
ambtelijk bevel.
Verschil tussen noodweer en overmacht in de zin van noodtoestand is dat
noodweer art. 41 Sr ziet op zelfverdediging en overmacht in de zin van
noodtoestand ziet op het niet anders kunnen handelen in de gegeven situatie.
Geen sprake van vrijwillige terugtred. Art. 46 Sr stelt dat er acht jaar of meer
nodig is voor strafbare voorbereiding, in dit geval is eer geen sprake van een
delict waarvoor strafbare voorbereiding mogelijk is en dus ook geen vrijwillige
terugtred.


Opdrachten week 1 – Causaliteit
1. Wat is causaliteit en waarom speelt causaliteit een rol in het
strafrecht?
De causaliteitsvraag ziet op de eerste vraag van art. 350 Sv: ‘of bewezen is dat
het feit door de verdachte is begaan’ à is de verdachte de veroorzaker of is dit
niet?



2. Welke vier klassieke causaliteitsleren kunnen worden
onderscheiden, wat houden zij in, en wat zijn van die leren de
voor- en nadelen?
A. De leer van conditio sine qua non (=een voorwaarde zonder welke
niet);
I. Als oorzaak van een gebeurtenis is te beschouwen het geheel van
de daaraan voorafgaande factoren of voorwaarden, die (eventueel)
invloed hebben uitgeoefend op het ontstaan van de gebeurtenis.
II. Alle factoren en voorwaarden die onmisbaar zijn, omdat zonder deze
factoren en voorwaarden het gevolg niet kan intreden, hebben
dezelfde waarden.
III. Ook wel equivalentieleer genoemd.
IV. Von Buri is de vertegenwoordiger van deze leer.
V. Voordelen:
i. Ook de negatieve factoren in de keten van de causaliteit
dienen mee te tellen.

, VI. Nadelen:
i. Gevallen van oneigenlijke commissiedelicten, waarin een
strafrechtelijke relevante vorm van nalaten te handelen leidt
tot bepaald gevolg, kunnen aanleiding geven tot zeer
gecompliceerde causaliteitsvragen;
ii. Het geringe selectieve vermogen, factoren worden te snel als
oorzaak aangemerkt. Het is grenzeloos.

B. Relevantieleer
I. Selecteert de juridisch relevante oorzaak. De binnen de onmisbare
voorwaarden voor het intreden van het gevolg die in de optiek van
de wetgever voor het delict in kwestie als meest relevante geldt.
Het gaat dus om delict ‘typische’ oorzaken waarbij ook van belang
kan zijn de manier waarop het gevolg intreedt
II. Wat heeft de wetgever beoogt te beschermen, is het een relevante
oorzaak in het strafrecht, is het een delictstypische gedraging.
III. Nadelen:
i. Niet altijd helder waartegen strafbaarstellingen beogen te
beschermen
ii. Andere oorzaken kunnen nog steeds relevant zijn

C. De causa proxima-theorie;
I. De factor welke zich het dichtste bij de verwerkelijking van het
gevolg bevindt is de oorzaak.
II. Voordelen:
i. Selectiever dan de conditio sine qua non
III. Nadelen:
i. Het kan toeval zijn dat iets de laatste oorzaak betreft.
ii. In Niet-behandelde longinfectie is de dichtstbijzijnde oorzaak
de beslissing van het slachtoffer om niet te worden
behandeld, maar dit was niet de voornaamste oorzaak. Dat
was het neerschieten van het slachtoffer door de verdachte.’

D. De theorie van de adequate veroorzaking (de voorzienbaarheid);
I. Was het ingetreden gevolg op het moment van het oorzakelijk
handelen algemeen voorzienbaar? Zo ja, kan dit de verdachte
worden toegerekend.
II. Voordelen:
i. Sluit aan bij de redelijkheid.
III. Nadelen:
i. Te beperkt.
IV. Was voor de redelijke toerekening de heersende theorie.



3. Wat is de huidige causaliteitsleer en wat houdt zij in?
E. De theorie van de redelijke toerekening.
I. Kan de gebeurtenis aan de verdachte worden toegerekend?
II. Letale longembolie: een slachtoffer belandt ten gevolge van een
ernstig verkeersongeval tussen een tweetal auto’s, veroorzaakt door

, een beschonken bestuurder, in het ziekenhuis. Na twaalf dagen in
het ziekenhuis te hebben doorgebracht, overlijdt het slachtoffer aan
een letale longembolie. Deze afsluiting is veroorzaakt door de
bedrust die het slachtoffer, als gevolg van de aanrijding, verplicht
was te houden. HR: het gevolg was wel aan de verdachte toe te
rekenen, omdat een medische complicatie niet vreemd is bij het
letsel dat bij het slachtoffer is veroorzaakt.
III. Voordelen:
i. Zeer casuïstisch.
IV. Nadelen:
i. …
Hiervoor was het de voorzienbaarheidstheorie – theorie van de adequate
veroorzaking.

4. Hoe verhoudt de huidige causaliteitsleer zich tot de klassieke
causaliteitsleren?
De klassieke theorieën zijn te mechanisch en te beperkt. De redelijke toerekening
integreert elementen uit die theorieën, maar vervangt ze door een flexibele,
normatieve toets. De huidige leer is daarom dus ruimer, moderner en meer op
rechtvaardigheid gericht.

5. Hoe wordt binnen de huidige causaliteitsleer omgegaan met
gebeurtenissen die zich chronologisch tussen de gedraging van
de verdachte en het intreden van het strafrechtelijk relevante
gevolg bevinden?
Tussenkomende gebeurtenissen verbreken de causaliteit alleen wanneer zij het
gevolg onvoorzienbaar, abnormaal of volledig losstaand maken. Als de
tussenkomende gebeurtenissen binnen de lijn der verwachtingen ligt, blijft de
toerekening in stand. Ook als het slachtoffer of derden fouten maken, blijft
causaliteit vaak bestaan zolang die fouten niet zó uitzonderlijk zijn dat ze de
keten doorbreken.



6. Hoe wordt binnen de huidige causaliteitsleer omgegaan met
onduidelijkheid of de gedraging van de verdachte een
onmisbare voorwaarde is geweest voor het intreden van het
strafrechtelijk relevante gevolg?
Factoren die invulling geven aan de maatstaaf van de redelijke toerekening:
A. De aard van de gedraging;
a. Indien de door de verdachte verrichte gedraging naar haar aard is
geschikt om het gevolg in het leven te roepen, dan wel de kans op
het intreden van het gevolg significant te verhogen, wordt het al
spoedig redelijk geacht het gevolg aan de gedraging van de
verdachte toe te rekenen.
b. Aortaperforatie + Haarlemse doodslag: het ontbreken of
tekortschieten in zorg door anderen ontheft de verdachte niet van
zijn aansprakelijkheid voor het door hem begane feit, waarmee de
dood van het slachtoffer wordt nagestreefd. Het feit dat medische

, zorg nodig was, was immers te wijten aan het gedrag van de
verdachte.


B. Aanwezigheid van opzet bij de verdachte;
a. Indien de opzet van de verdachte mede was gericht op het
ingetreden gevolg, kan de vaststelling in zoverre bijdragen aan het
oordeel dat het gevolg in redelijkerwijze kan worden toegerekend
aan de gedragingen van de verdachte.
C. De ratio van de delictsomschrijving;
a. Welk rechtsbelang zoekt de delictsomschrijving te beschermen.
D. Complexe causale keten.
a. Over het algemeen geldt dat tussenkomende factoren de causaliteit
niet hoeven te doorbreken, ook niet indien deze factoren in
belangrijke mate hebben bijgedragen aan het gevolg. Dit zolang de
gedraging van de verdachte de concurrerende oorzaken maar
overruled.
b. Injecteren HIV-besmet bloed:
i. Of de gedraging van de verdachte naar haar aard is geschikt
om dat gevolg teweeg te brengen en;
ii. Naar ervaringsregels van dien aard is dat zij het vermoeden
wettigt dat deze heeft geleid tot het intreden van het gevolg
en;
iii. In hoeverre aannemelijk is dat andere, niet aan de gedraging
van de verdachte gerelateerde oorzaken hoogstwaarschijnlijk
niet tot dat gevolg hebben geleid.
Sport- en spelverweer:
Leestafel zooien: een beroep op een spelsituatie slaagt niet indien er sprake is
van een zeer gevaarzettend handelen en een niet door spelregels afgebakend
spel.
Sliding: er zijn twee soorten gedragingen die niet vallen onder de sport- en
spelexceptie:
- Gedragingen die feitelijk en vaak evident buiten het spel lijken te vallen;
- Gedragingen die wel binnen de sportuitoefening vallen, maar duidelijk de
spelregels overtreden.



Voorbereidingscasus: Spoorwegongeval
Michaël stopt met zijn auto voor een spoorwegovergang waarvan zojuist
de alarmlichten zijn aangegaan. Pilar, die met 90 kilometer per uur (in
plaats van de maximaal toegestane 50 kilometer per uur) komt
aanrijden, botst zodanig tegen zijn auto aan dat hij de
spoorwegovergang wordt opgeduwd. Uit schrik voor de naderende trein
probeert Michaël – wat onhandig – zo snel mogelijk zijn auto te verlaten.
Daarbij verliest hij nog wat tijd doordat hij zijn telefoon nog loskoppelt
van de oplader. Michaël is net te laat om uit de gevarenzone te komen
en verliest door de botsing tussen zijn auto en de trein zijn rechterbeen.

Inhoudsopgave

  1. 01 Instaptoets 1
  2. 02 Opdrachten week 1 – Causaliteit 1
    1. 1. Wat is causaliteit en waarom speelt causaliteit een rol in het strafrecht? 1
    2. 2. Welke vier klassieke causaliteitsleren kunnen worden onderscheiden, wat houden zij in, en wat zijn van die leren de voor- en nadelen? 1
    3. 3. Wat is de huidige causaliteitsleer en wat houdt zij in? 2
    4. 4. Hoe verhoudt de huidige causaliteitsleer zich tot de klassieke causaliteitsleren? 3
    5. 5. Hoe wordt binnen de huidige causaliteitsleer omgegaan met gebeurtenissen die zich chronologisch tussen de gedraging van de verdachte en het intreden van het strafrechtelijk relevante gevolg bevinden? 3
    6. 6. Hoe wordt binnen de huidige causaliteitsleer omgegaan met onduidelijkheid of de gedraging van de verdachte een onmisbare voorwaarde is geweest voor het intreden van het strafrechtelijk relevante gevolg? 3
    7. Voorbereidingscasus: Spoorwegongeval 4
    8. Uitbreiding 1 – spoorwegongeval 5
    9. Uitbreiding 2 – spoorwegongeval 6
    10. Meerkeuzevragen 6
    11. Reflectievraag: 6
    12. Extra casus: ruzie in de bar 7
  3. 03 Opdrachten week 2 – Subjectieve bestanddelen 7
    1. 1. Welke subjectieve bestanddelen kennen wij in het Nederlandse strafrecht en hoe zijn deze in een delictsomschrijving te herkennen? 7
    2. 2. Welke rol spelen subjectieve bestanddelen bij misdrijven en overtredingen? 8
    3. 3. Welke gradaties van opzet worden onderscheiden en welke eisen worden daaraan gesteld? 8
    4. 4. Welke gradaties van culpa worden onderscheiden en welke eisen worden daaraan gesteld? 9
    5. 5. Wat is het kenmerkende verschil tussen opzet en culpa? 9
    6. Voorbereidingscasus: Trap 9
    7. Voorbereidingscasus: Trap- uitbreiding 12
    8. Meerkeuze vragen 12
    9. Extra casus: Scarface 12
  4. 04 Opdrachten week 3 - Strafuitsluitingsgronden 13
    1. 1. Wat is het verschil tussen rechtvaardigingsgronden en schulduitsluitingsgronden? 13
    2. 2. Welke geschreven en ongeschreven rechtvaardigingsgronden kennen wij? 13
    3. 3. Welke geschreven en ongeschreven schulduitsluitingsgronden kennen wij? 14
    4. 4. Welke algemene normerende beginselen spelen bij de strafuitsluitingsgronden een rol? 15
    5. 5. Welke eisen worden gesteld aan een geslaagd beroep op noodweer? 15
    6. 6. Welke eisen worden gesteld aan een geslaagd beroep op noodweerexces? 16
    7. 7. Wat zijn bijzondere strafuitsluitingsgronden? 17
    8. Voorbereidingscasus: Inbraak 17
    9. Voorbereidingscasus: Inbraak – uitbereiding 18
    10. Meerkeuzevragen 19
    11. Extra casus: nieuwe partner 20
    12. Reflectievraag 20
  5. 05 Opdrachten week 4 – Voorfase 21
    1. 1. Welke fasen kunnen in de voorfase van een voltooid delict worden onderscheiden? 21
    2. 2. Aan welke eisen moet een strafbare voorbereiding voldoen? 21
    3. 3. Aan welke eisen moet een strafbare poging voldoen? 22
    4. Ondeugdelijke poging 23
    5. Uitzonderingen: 23
    6. 4. Welke eisen worden gesteld aan een geslaagd beroep op vrijwillige terugtred? 24
    7. 5. Wat zijn zelfstandig strafbaar gestelde voorfasedelicten? 24
    8. Voorbereidingscasus: Horloges 24
    9. Meerkeuzevragen: 26
    10. Extra casus: brandstichting 27
    11. Voortgangstoets: 28
    12. Reflectievraag: 29
  6. 06 Opdrachten week 6 – Deelneming 29
    1. 1. Wat wordt bedoeld met ‘daderschap’? 29
    2. 2. Wanneer kan iemand worden aangemerkt als functioneel dader van een strafbaar feit? 29
    3. 3. Welke algemene deelnemingsvormen worden in de wet onderscheiden? 30
    4. 4. Welke algemene vereisten gelden voor alle deelnemingsvormen? 30
    5. 5. Welke specifieke vereisten gelden voor de deelnemingsvormen? 30
    6. 6. Op welke wijze kan deelneming in een specifieke delictsomschrijving tot uitdrukking komen? 31
    7. Voorbereidingscasus: Diefstal bij oma 31
  7. 07 Week 7 – Rechtspersonen en feitelijke leidinggeven 32
    1. 1. Onder welke voorwaarden kan een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit worden aangemerkt? 32
    2. 2. Onder welke voorwaarden kan een natuurlijke persoon binnen de rechtspersoon die dader is van een strafbaar feit, terwijl die natuurlijke persoon misschien niet zelf het strafbare feit heeft gepleegd, toch strafbaar zijn? 33
    3. 3. Kan ook een publiekrechtelijke rechtspersoon (zoals de centrale of een decentrale overheid) vervolgd worden als dader van een strafbaar feit? 34
    4. Voorbereidingscasus: Volleybalvereniging Atlantica 34
    5. a. Geef gemotiveerd aan of de NGV Bank naar uw mening kan worden aangemerkt als dader van dit strafbare feit in de zin van art. 51 Sr. Neem aan dat de kredietovereenkomsten en de rekeningafschriften valse geschriften ex art. 225 Sr zijn. 35
    6. b. Geef gemotiveerd aan in hoeverre het naar uw mening tot een veroordeling van de leden van de Raad van Bestuur van de NGV Bank als feitelijk leidinggevende aan valsheid in geschrifte kan komen. 36
    7. Meerkeuze vragen 37
    8. Toepassingsopdracht 38
  8. 08 Week 8 – Samenloop en ne bis in idem 40
    1. 1. Wat houdt het ne bis in idem-beginsel in? 40
    2. 2. Wanneer is sprake van ‘hetzelfde feit’ in de zin van de ne bis in idem-regeling? 41
    3. 3. Wat houdt samenloop in? 41
    4. 4. Welke vormen van samenloop kunnen worden onderscheiden en wanneer is van die vormen sprake? 41
    5. 5. Hoe kan met terugwerkende kracht toepassing worden gegeven aan de samenloopregeling? 42
    6. Voorbereidingscasus: Onder druk 42
    7. a. Kan de officier van justitie Martijn voor dit feit vervolgen? 43
    8. b. Is sprake van samenloop in deze casus, en zo ja, van welke vorm? 44
    9. c. Wat is de maximale straf die Martijn had kunnen krijgen als beide feiten gelijktijdig (dus op één tenlastelegging) ten laste waren gelegd? 44
    10. d. Wat is de maximale straf die Martijn kan krijgen nu de beide feiten niet gelijktijdig ten laste zijn gelegd, en Martijn voor de brandstichting al tot drie maanden gevangenisstraf is veroordeeld? 45
    11. Extra vraag 45
    12. Meerkeuzevragen 45
    13. Extra casus: de glazen bloem 46

Documentinformatie

Geüpload op
12 juni 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2025/2026
Type
Case uitwerking
Docent(en)
.
Cijfer
7-8
€10,56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
gwenroelofs
5,0
(1)
Verkocht
32
Volgers
1
Items
25
Laatst verkocht
2 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen