Inleiding: Levensbeschouwelijke ontwikkeling en levensbeschouwelijk
leren.
Kinderen ontwikkelen zich voortdurend. In acht jaar groeien ze van een afhankelijke kleuter naar een
zelfstandige puber. In de basisschoolperiode leren ze hun persoonlijkheid, een eigen identiteit.
1.1 Levensbeschouwelijke ontwikkeling gaat over betekenis geven
De levensbeschouwelijke ontwikkeling van kinderen vind vaak spontaan plaats(kringgesprekken). Dit
kan impliciet gebeuren (aspect van sociaal-emotionele ontwikkeling) en expliciet gebeuren (apart
vak ‘Godsdienst/Levensbeschouwing’)
Je spreekt van het begeleiden van levensbeschouwelijk leren als:
Je als leerkracht dit ontwikkelingsproces bewust aanpakt.
Bij levensbeschouwelijk leren gaat het over het leggen van een verbinding tussen wat de leerling al
kent, weet, heeft ervaren en waardeert, en wat er in de buienwereld gebeurd.
Het proces van bewust betekenis construeren en samen zin ontdekken is in de visie van de auteurs
van dit boek de essentie van levensbeschouwelijk leren.
Meningsvorming kan een rol spelen bij levensbeschouwelijke ontwikkeling maar valt er zeker niet
samen mee. Bij levensbeschouwelijke ontwikkeling ga je een laag dieper dan alleen een gevormde
mening.
Levensbeschouwelijk leren begint bij:
1. wat je voelt. Wat voel je(blijdschap, verdriet, boosheid)
2. hoe je je die gevoelens waardeer:t (positief of negatief).
De sociaal-emotionele ontwikkeling focust zich op de gevoelens en de waardering.
Wanneer kinderen hun gevoel niet onder woorden kunnen brengen:
moet je hun lichaamstaal en de non-verbale communicatie aflezen bij hen.
Levensbeschouwelijk leren gaat een stap verder dan sociaal-emotionele ontwikkeling:
1. Betekenisverlening is aan de ene kant subjectief, het gaat om de betekenis van iets voor
jouw, in jouw leven. Het hangt helemaal af van de persoonlijke beleving van degene die de
betekenis verleent.
2. Je betekenisgeving is uniek.
3. Het construeren van nieuwe betekenissen is nooit af. Je construeert steeds opnieuw
betekenis waardoor een nieuw perspectief op zingeving kan ontstaan.
Tegelijkertijd komt iedere betekenis tot stand in relatie tot iets buiten je (een boom)