Basiskennis Taalonderwijs....................................................................................... 2
Hoofdstuk 5: Beginnende geletterdheid..............................................................2
5.1: Geletterdheid............................................................................................ 2
5.3: Ontwikkeling geletterdheid:......................................................................3
5.4: Auditieve vaardigheden............................................................................ 4
5.5: Visuele vaardigheden................................................................................ 5
5.6: Elementaire leeshandeling........................................................................6
Hoofdstuk 6: Voortgezet technisch lezen............................................................7
6.1: Theorieën over het leesproces..................................................................7
6.2: Strategieën technisch lezen......................................................................8
6.3: Voordracht aspecten................................................................................. 9
6.4: Leesniveaus............................................................................................ 10
6.5: Technisch lezen in de samenleving.........................................................11
Hoofdstuk 7: Begrijpend lezen..........................................................................12
7.1: Leesvaardigheden voor begrijpend lezen’...............................................12
7.2: Leesstrategieën....................................................................................... 13
7.3: Technieken van informatieverwerking.....................................................14
Hoofdstuk 8: Stellen.......................................................................................... 15
8.1: Functies van het schrijven.......................................................................15
8.2: Het schrijfproces..................................................................................... 16
8.3: Schrijven en de computer.......................................................................17
Hoofdstuk 11: Spelling...................................................................................... 18
11.1: schriftsystemen..................................................................................... 18
11.2: Spellingprincipes van het Nederlands...................................................18
11.3: Spellingsstrategieën.............................................................................. 19
11.4: Spellingscategorieën............................................................................. 20
11.5: Werkwoordspelling................................................................................ 20
Taalbeschouwing............................................................................................... 20
Morfologie...................................................................................................... 20
Fonologie........................................................................................................ 20
Syntactisch..................................................................................................... 21
Semantisch.................................................................................................... 21
Pragmatisch................................................................................................... 21
, Orthografisch................................................................................................. 21
Basiskennis Taalonderwijs
Hoofdstuk 5: Beginnende geletterdheid
5.1: Geletterdheid
Wanneer kinderen naar de basisschool gaan, hebben ze al veel ervaring met
boeken omdat ze thuis vaak voorgelezen zijn.
Geletterdheid geeft betrekking op de volgende aspecten:
Boekoriëntatie
Verhaalbegrip
Functies van geschreven taal
Relatie tussen gesproken en geschreven taal
Taalbewustzijn
Alfabetisch principe
Functioneel schrijven en lezen
Technisch lezen en schrijven: Start
Technisch lezen en schrijven: Vervolg
Begrijpend lezen en schrijven
In groep 3 staat uiteraard de focus op aanvankelijk lezen, terwijl er in de hogere
groepen juist meer aandacht is voor technisch lezen en begrijpend lezen.
Uiteindelijk gaat het erom dat de kinderen zich later in de maatschappij kunnen
redden als er een beroep wordt gedaan op hun lees- en schrijfvaardigheid.
Die vaardigheid om zich in een geletterde samenleving te kunnen redden,
noemen we ook wel functionele geletterdheid.
Het niveau van de geletterdheid wordt vaak gebaseerd op het technisch lezen.
Een voorbeeld hiervan zijn de AVI-toetsen. Het kind moet dan zo snel mogelijk en
met zo min mogelijk fouten een tekst lezen.
In de ontwikkeling van de geletterdheid kunnen we 3 fases onderscheiden:
1. Ontluikende geletterdheid (0-4): Interactie tussen de kinderen en
opvoeders is op dit moment erg belangrijk. Je kan zien dat het niveau sterk
uiteenloopt, omdat het ene kind veel vaker werd voorgelezen dan het
andere kind. Kinderen zijn in dit stadium vooral bezig met het ontdekken
van de algemene functies van geschreven taal.
2. Beginnende geletterdheid (groep 1-3): De kinderen gaan verder met het
ontwikkelen van de beginnende geletterdheid, door voorlezen en
verschillende spellen te spelen. Ook hoort hier ook het aanvankelijk lezen
bij
, 3. Gevorderde geletterdheid (groep 4 - …): Het voorgezet lezen en het
stellen. Ze leren woorden sneller te herkennen. Ze focussen meer op de
betekenis en de bedoeling van een tekst. Zoals strategieën leren.
5.3: Ontwikkeling geletterdheid:
Al vanaf jongen leeftijd zijn kinderen bezig met taal. In het begin zijn het
misschien geen woorden die eruit komen, maar het is wel een vorm van
communicatie. Een belangrijke rol bij de taalontwikkeling speelt het
metalinguïstisch bewustzijn. Dat is het vermogen om na te denken over de
vorm en het gebruik van taal en om onbewuste kennis over de regels in de taal te
verwoorden. Ook bij de ontwikkeling van de spontane schrijfvaardigheid speelt dit
een belangrijke rol. Kinderen die meertalig zijn beschikken al vroeg over dit
bewustzijn. Het denken over de taal komt dan vroeg op gang.
Peuters zijn al bezig met hun schrijfvaardigheid, met woorden en letters
schrijven.
1. Het tekenen van woorden
2. Het krabbelen van nog niet herkenbare lettertekens
3. Het schrijven van letterachtige vormen of letters
4. Het weergeven van woorden door één of enkele letters
5. Invented spelling
Pseudolezen:
Kinderen gaan het voorleesgedrag van hun opvoeders overnemen. Ze gaan dan
zelf hun boek ‘lezen’. Ze kunnen nog niet lezen, maar aan de hand van de
plaatjes bedenken het verhaal. Bij het pseudolezen zijn de volgende
leesgedragingen te onderscheiden:
1. Commentaar geven op plaatjes: Benoemen wat ze zien
2. Het volgen van het verhaal op de plaatjes: A.d.h.v. plaatjes het verhaal
volgen
3. Een verhaal weergeven in dialoogvorm: Ze gebruiken verschillende
stemmetjes
4. Een verhaal weergeven in monoloogvorm: Ze verwijzen veel naar de
plaatjes
5. Een verhaal weergeven in een mengeling van spreektaal en schrijftaal:
Afhankelijkheid van plaatjes is er niet meer
6. Het memoriseren van teksten.
Spontaan lezen:
Sommige kinderen blijven vast aan hun eigen verhaallijn en willen zich niet
overgeven aan de tekst die er daadwerkelijk staat. Andere kinderen willen zo
goed mogelijk het boek lezen, het is geen imitatie meer zoals bij het
pseudolezen. We onderscheiden de volgende 3 fases:
1. Globaal lezen van bekende woorden: Vooral in prentenboeken
herkennen ze woorden, omdat ze vaker voorkomen