Organisatiemanagement
Examenvragen en kernleerstof, geordend per hoofdstuk
Universiteit Gent
Handelswetenschappen
Echte en gereconstrueerde examenvragen met correcte antwoorden
Examens 2017 tot en met 2026
Gebaseerd op 20.649 (gefilterd tot 6.231 post-examen-berichten) uitgelezen Discord-berichten
Bronnen: gepinde examenbundels 2017 tot 2026, gescande examenkopijen, meerkeuzebundels,
voorbeeldvragen van de lesgever, gastcollegemateriaal en post-examen-discussies uit het vakkanaal. Theorie
op basis van de studentensamenvattingen Organisatiemanagement.
Examenfocus Organisatiemanagement 1
,Hoe gebruik je dit document?
Dit is geen samenvatting maar een vragendocument. Ongeveer een vijfde is theorie (kernbegrippen per hoofdstuk)
en vier vijfde bestaat uit echte en gereconstrueerde examenvragen met uitgewerkte antwoorden. Werk per
hoofdstuk: lees de kernbegrippen, los de vragen op zonder het antwoord te lezen, en controleer pas nadien.
Achteraan staan de volledige reconstructies per zittijd, een glossarium en de valkuilen.
THEORIE
Kernbegrippen, definities en verwijzingen.
VRAAG
Een echte of gereconstrueerde examenvraag, met bron en jaar.
ANTWOORD
Het correcte antwoord, en bij meerkeuze waarom de andere opties fout zijn.
TIP
Examentip op basis van terugkerende patronen.
PROF QUOTE
Een uitspraak of formulering van de lesgever.
DISCORD
Inzicht uit een post-examen-discussie, altijd anoniem.
Examenfocus Organisatiemanagement 2
,Thema-frequentietabel: waar de punten liggen
De frequentietabel hieronder telt in hoeveel van de 7 uitgelezen zittijden een thema effectief bevraagd werd.
Thema Aantal examens Prioriteit Waarover de vragen gaan
De medewerker: ███████████ MUST KNOW Gevraagd wordt naar het onderscheid tussen
persoonlijkheid, waarden en ██ 9/7 zittijden, 38 self-esteem, self-efficacy en locus of control
attitudes vragen aan de hand van een korte
personagebeschrijving, naar de vijf OCEAN-
dimensies, naar de componenten van een
attitude en naar de mythes over
generatieverschillen.
Organisatiestructuur en ███████████ MUST KNOW Gevraagd wordt naar de kernelementen van
configuraties ██ 9/7 zittijden, 37 de structuur in een casus, in het bijzonder
vragen naar de span of control en de mate van
formalisatie bij een gegeven omgeving, en
naar de delen, de coordinatiemechanismen en
de configuraties van Mintzberg.
Performantiemanagement ███████████ MUST KNOW Gevraagd wordt naar de strategie volgens
██ 9/7 zittijden, 38 Miles en Snow in een casus, naar het
vragen perspectief van de Balanced Scorecard dat
gevoed wordt, naar de fasen van de
performantiemanagementcyclus en naar
begrippen als interne consistentie, verticale
integratie en line of sight.
Verandering, innovatie en ███████████ MUST KNOW Gevraagd wordt naar de stap of de fase van
uitdagingen ██ 9/7 zittijden, 26 het Kotter-model waarin een beschreven
vragen bedrijf vastloopt, naar het model van Lewin,
naar VUCA en naar de dimensies van
employability.
Geschiedenis van het ██████████ MUST KNOW Gevraagd wordt vooral naar de vijf basistaken
managementdenken 7/7 zittijden, 36 van Fayol, naar de time and motion studies
vragen van Taylor en naar de vier soorten evidence in
evidence-based management, telkens in de
vorm van een stelling die op een detail is
omgedraaid.
Motivatie en arbeidsgedrag ██████████ MUST KNOW Gevraagd wordt naar het verschil tussen
7/7 zittijden, 30 intrinsieke en extrinsieke beloningen en de
vragen discussie daarover, naar de AMO-theorie,
naar de rol van feedback en de link met
turnover intention en naar het onderscheid
tussen een moderator en een mediator in het
besproken onderzoek.
Groepen en teams ██████████ MUST KNOW Gevraagd wordt bijna elk jaar naar het
7/7 zittijden, 34 onderscheid tussen het Asch-effect,
vragen groepsdenken en social loafing in casusvorm,
en daarnaast naar de vier soorten werkteams
volgens hun mate van technische specialisatie
en coordinatie.
Examenfocus Organisatiemanagement 3
, Leiderschap, macht en invloed █████████░ MUST KNOW Gevraagd wordt naar de stijl uit de
6/7 zittijden, 22 Managerial Grid die bij een beschreven
vragen leidinggevende hoort, naar de kenmerken van
charismatisch tegenover transformationeel
tegenover transactioneel leiderschap en naar
de contingentiefactoren van Fiedler en van
Hersey en Blanchard.
Organisatiecultuur en █████████░ MUST KNOW Gevraagd wordt naar de vier cultuurtypes van
organisatieklimaat 6/7 zittijden, 16 Daft bij een beschreven organisatie, naar het
vragen job demands-control model en het job
demands-resources model met de emotionele
uitputting en de red tape, en naar de drie
soorten rechtvaardigheid.
Gastcolleges en praktijkcases ██████░░░░ Hoge prio Gevraagd wordt naar de gesprekstypes uit het
4/7 zittijden, 16 performantiemanagementmodel van het
vragen gastcollege, in het bijzonder naar wat een
feedforwardgesprek onderscheidt van een
opvolgings- of evaluatiegesprek.
Communicatie, conflict en ████░░░░░░ Middelgroot Gevraagd wordt naar de uitspraak van Mary
onderhandeling 3/7 zittijden, 12 Parker Follett over compromis en naar de
vragen plaats van communicatie in de voorwaarden
voor een goed team; verder komt dit thema in
de geraadpleegde bronnen weinig als
afzonderlijke examenvraag voor.
TIP
Begin bij de begrippenparen die de lesgever systematisch als afleiders tegenover elkaar zet: Asch-effect
tegenover groepsdenken, self-esteem tegenover self-efficacy, charismatisch tegenover transformationeel,
defender tegenover analyzer, moderator tegenover mediator.
Ga daarna naar de casusmodellen die elk jaar terugkomen: Miles en Snow, de Managerial Grid, de Balanced
Scorecard, de cultuurtypes van Daft en de acht stappen van Kotter.
Leer de opsommingen volledig en in de juiste volgorde, want de invulvragen en de foutestellingsvragen
draaien precies op een ontbrekend of verwisseld element.
Neem de casussen uit de caseslessen apart door, want die komen bijna letterlijk terug op het examen.
Leer de onderzoeken en de onderzoekersnamen uit de samenvatting mee, want er komen expliciete vragen
over de bevindingen van dat onderzoek.
Sla hoofdstuk 6 en het gastcollege niet over: studenten die dat deden liepen in augustus 2024 vast op de
vragen over verandering en over de gesprekstypes.
Examenfocus Organisatiemanagement 4