Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 61 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Werkgroep opdrachten + Uitdeel casus Vennootschaps- en Rechtspersonenrecht | VU Amsterdam | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 61 pagina's

Deze uitwerkingen behandelen week 1 t/m 7 opdrachten voor het vak Vennootschaps- en Rechtspersonenrecht aan de VU Amsterdam. De opdrachten dekken maatschappen, VOF's (Vennootschap onder Firma), contractuele samenwerking, externe en interne verhoudingen, en praktische casusanalyse met verwijzingen naar relevant rechtbankjurisprudentie en artikelen uit het BW. Deze uitwerkingen zijn waardevol voor examenstudie omdat ze stap-voor-stap tonen hoe juridische vraagstukken over vennootschapsrecht gestructureerd moeten worden opgelost.

Voorbeeld van de inhoud

Week 1
Opdracht 1
In beginsel kunnen personenvennootschap aangegaan worden zonder dat partijen het
bewust weten/willen. In de casu zien we dat Sara, Gianni en Johan in de eerste instantie een
pluktuin hebben opgezet omdat ze enthousiast waren geworden door een schoolproject.
Om te stellen of er sprake is van een benoemde overeenkomst, moeten wij op grond van art
7A:1655 kijken of het voldoet aan de volgende kenmerken.

Ten eerste moet er sprake zijn van een contractuele samenwerking voor gemeenschappelijke
rekening. In het begin hadden zij hun afspraken niet op papier gezet, maar de hoge raad in
arrest samenwerkende dierenartsen stelde dat er alsnog sprake kan zijn van een
maatschapsovereenkomst ookal heb je niks op papier vast gesteld. In dit geval kun je aan de
hand van omstandigheden ervan uitgaan dat aan deze eis is voldaan. Dit komt doordat het
project duurzaam is, het is namelijk niet voor korte tijd. Tevens is er ook geen
gezagsverhouding aangezien ieder zijn aandeel in brengt. Noem ook aanbod en aanvaarding
in de zin van art 6:217

Ten tweede moet er sprake zijn van inbreng op grond van art 7A:1662. Dit is ook gebeurd
aangezien Gianni en Johan arbeid verrichten op het landje en Sara haar onderzoek naar de
bloemenzaden. Dus aan deze eis is ook voldaan.

Ten derde moet het gericht zijn op het behalen van gemeenschappelijk materieel voordeel,
op grond van art 7A:1672. In de casu zien we dat ze voor een vast bedrag klanten laten
toetreden om bloemen bij ze te komen plukken. Ze hebben tevens ook advertenties
geplaatst waardoor hun doel dus gericht is op geld te krijgen. Dus aan deze eis is voldaan.

Tot slot moet er sprake zijn van winstverdeling. In de casu zien we dat ze in beginsel hun
“winst” in de eerste instantie gebruiken om nieuwe bloemzaden te kopen. Maar we zien ook
dat ze met het overgebleven geld dit tussen hun drieën uitkeren. Dus aan deze eis is ook
voldaan.

Tussenconclusie: Geconcludeerd kan worden dat er dus sprake is van een benoemde
overeenkomst. Dus als grondvorm is het een maatschap in de zin van art 7A:1655 BW.

Nu moeten we stellen om wat voor soort het gaat. Als eerst moeten we kijken of het om een
stille of openbare maatschap gaat. In de casu zien we dat ze een gemeenschappelijke naam
(pluktuin de roos van Wageningen) hebben, dit duidt dus dat er sprake is van een openbare
maatschap. Hieruit moeten we kijken of er sprake is van beroep of bedrijf, ten eerste is er
niet geregistreerd en het beroep in de casu is niet een beroep waarvoor je verplichte
permanente educatie nodig hebt. Hierdoor valt de mogelijkheid van ‘beroep’ uit. We kunnen
nu stellen dat er sprake is van uitoefening van een vrij bedrijf.

Vervolgens kunnen kijken of er eventueel sprake is van een VOF. Hiervoor moet hij aan een
aantal kenmerken voldoend. Ten eerste moet het aan de kenmerken van een maatschap
voldoen, zoals ik hierboven vaststelde is hier dus aan voldaan. Ten tweede moet het om een
bedrijf gaan, dat is in dit geval ook het geval. Tot slot moet het een gemeenschappelijke
naam hebben, dat hebben ze aangezien zij pluktuin de roos van Wageningen heten.

,Conclusie: er is sprake van een VOF.
Opdracht 2
In beginsel is vof-maatschapsovereenkomst, maar Wvk heeft afwijkende wetten het is een
lex specialis daarom kijken wij hierin.

Externe verhouding
Art 17 Wvk -> iedere vennoot is bevoegd om te handelen (lid 1), tenzij hij uitgesloten is (lid 2)

Art 7A:1681: de handelende maat/vennoot in ieder geval zichzelf bindt.

Art 29 Wvk: geen inschrijving in handelsregister, dan is er ook geen beperking voor je. Ook al
heb je afgesproken met elkaar maar je hebt niet ingeschreven, dan werkt het niet.
- Hoewel ze hebben afgesproken tot 500 euro, maar ze hebben niet ingeschreven dus is
hij onbevoegd, je kan dit niet tegenwerpen aan de derde want het stond eenmaal
niet ingeschreven.
Op basis van art 18 Wvk: als verbintenis zijn ontstaan dan zijn andere vennoten ook
“hoofdelijk” aansprakelijk. Dus de 3 vennoten zijn aansprakelijk en de VOF, dit staat tevens in
arrest Boeschoten/Besier. Dus aansprakelijk voor 600 euro.

Bonus: stel ze hadden wel ingeschreven dan geldt art 29 niet. dan pak je weer art 17 en zie je
dat die ene vennoot gewoon onbevoegd is. Dan ga je kijken of er sprake is van bekrachtiging,
baattrekking of schijn van volmacht. Als hier niet sprake van is dan verbindt zij dus alleen
zichzelf (7A:1681, dit is tevens ook hoofdregel), was er wel een van die drie sprake dan is
verbindt zij zichzelf en de andere vennoten.

Opdracht 3
Interne verhouding (wie pakt de rekening op, doen we dat gezamenlijk of alleen)
Art 7A:1676/1674, dit is een beheershandeling iedereen is bevoegd tenzij (1) veto
uitgesproken of (2) anders afgesproken.

Beschikkingshandeling -> alles wat geen beheershandeling is. Dus alles wat niet in normale
uitoefening van beroep of bedrijf is. (in beginsel zijn vennoten of maaten niet bevoegd tot
beschikkingshandelingen)

Het gaat om een pluktuin, hier worden bloemzaden bestelt dit kun je zien als een
beheershandeling. Dat betekent dat ze in beginsel daartoe bevoegd was, ze kan handeling in
rekening laten komen van de VOF.

Is er veto uitgesproken? Nee niemand zei dat hij der niet mee eens is.
Is er anders afgesproken? Ja je mag niet meer dan 500 euro gaan handelen “voor rekening
van” de VOF. “voor rekening van (de personenvennootschap)” Dit betekent ik mag betalen
maar uiteindelijk stuur ik je tikkie om het samen te betalen, dit heeft betreft tot interne
verhouding. In de casu was er sprake van 500 euro maar zij deed 600 euro dus was zij niet
bevoegd. Dit betekent dus dat zij geen regres kan nemen aan haar medevennoten.

,Bonus:
Als antwoord ja was (bedrag 500 euro), dan is vraag welke deel mag je rekening nemen van
regres -> dan moet je gelijke deel doen voor ieder aandeel dus 1/3.
Inbreng= is hoeveel je in de vof hebt ingebracht
(evenredigheid) Gelijkheid= ieder eerlijk een deel dus in dit geval ieder 1/3 van de deel.

Stel het ging om inbreng van arbeid, hoe verreken je het dan? Kijk art 7a:1670 -> als arbeid is
ingebracht dan alle drie in evenredig deel, dus kom je alsnog op 1/3 uit.

Opdracht 4
Met goederenrechtelijke gemeenschap bedoelen ze goederen die in de gemeenschap van de
VOF toebehoort, dit wordt dan gezamenlijk eigendom van alle vennoten. Denk hierbij aan
een tractor die gebruikt kan worden om de bloemzaden te gaan planten. Of denk aan
gereedschap (scheppen bijvoorbeeld), watertank die op het land staat en eventueel een auto
die gebruikt kan worden door de vennoten.

Uitdeelopdracht
Casus 1
Vraag 1
Rechtspersonen kunnen ook personen zijn in een personenvennootschap, dus het feit dat in
de casu sprake is van een BV staat dus niet in de weg om in personenvennootschap zijn.

Je moet hier de 4 vereisten langs gaan van 1655.
- Samenwerking
a. Ja, er worden afspraken gemaakt en vastgelegd
- Inbreng
a. Arbeid
- Voordeel
a. Ja ze maken afspraken voor winst
- Verdeling
a. Ja
Dit is dus een maatschapsovereenkomst.

Gemeenschappelijke naam?
Nee dus is het een stille maatschap, dit maakt niet uit dat het geen beroep is, dus het is een
bedrijf.

Vraag 2
Externe verhouding
Art 17 wvk -> in beginsel bevoegd tenzij uitgesloten.
Art 1681 -> handelde vennoot bindt in ieder geval zichzelf
Art 29 wvk -> inschrijving in het handelingsregister
a. Dit is in de casu gebeurd. Dus beperkingen kun je eventueel inroepen tegenover
derden. Er staat namelijk dat ze alleen samen mogen vertegenwoordigen, dit
heeft events BV geschonden want ze handelden alleen waardoor ze
vertegenwoordiging onbevoegd zijn op grond van art 17 lid 2 wvk. Daardoor

, ontstaat er dus geen verbintenis met derde, tussen de derde en de VOF, dus geen
sprake van art 18 wvk maar wel sprake van 1681. Conclusie er is verbintenis
tussen events BV en kennemer promotions want ze verbinden nu eenmaal alleen
zichzelf.

Casus 2
Vraag 1
Verrekening= twee verbintenissen tegen elkaar wegstrepen, dat kan door bepaalde
omstandigheden. Dit staat in art 6:127 BW.

Verrekening verondersteld dat er sprake is van een verbintenis, maar je moet wel eerst
checken of er wel überhaupt een verbintenis is.

1. Dus je moet eerst kijken of er een verbintenis is ontstaan tussen derde en VOF (en
eventueel de vennoot).
Frank heeft in de casu gehandeld, hij was vertegenwoordiging bevoegd op grond van art 17
jo 18 wvk. Daardoor ontstaan er dus hoofdelijke verbintenissen. 1 op de afgescheidene
vermogen van VOF, en 2 hoofdelijk op iedere vennoot op grond van art 18. Er zijn dus
verbintenissen.

Ab heeft een vordering op de derde, je kunt verrekenen als de verbintenis in kwestie elkaar
beantwoorden (zelfde rechtsverhouding) of als het in dezelfde vermogen kan vallen (ze
mogen dus niet van elkaar gescheiden vermogens vallen).

2. Om dus beroep te doen op verrekening is dus afhankelijk wie de derde aanspreekt
(dus of de derde Frank, Mirella of AB gaat aanspreken).
- Als de derde de VOF aanspreekt dan is dat een afgescheiden vermogen en kan
Ab dus geen beroep doen op verrekening want hij heeft een privévermogen.
- Als de derde Frank aanspreekt dan is het dezelfde verhaal, hier is ook een
ander vermogen.
- Als de derde Mirella aanspreekt dan is het dezelfde verhaal, hier is ook een
ander vermogen.
Als de derde Ab aanspreekt dan heeft Ab een vordering op de derde en de derde een
vordering op Ab, en die kun je aan elkaar wegstrepen. En dan kun je dus verrekenen.


Conclusie: In de casu spreek de meubelzaak Ab aan en Ab heeft een vordering op de
meubelzaak dus kan je het verrekenen.

De meubelzaak kan dus de VOF aanspreken want zij hebben een vordering, MAAR als de
meubelzaak de VOF aanspreekt dan kan Ab niet verrekenen. Zie pagina 16 van
voorgeschreven stof.

,Vraag 2
Mirella heeft een bedrijfspand ingebracht, dat wordt deel van het gemeenschappelijke
vermogen. Iedereen krijgt deel beschikkingsbevoegdheid van, maar dat maakt geen deel uit
van privévermogen het wordt namelijk afgescheiden vermogen. Afgescheiden vermogen
creëert onderscheid tussen zaaks crediteur en privecrediteur. Privecredieur kan alleen bij
privévermogen. Dus die kan alleen bij het privévermogen van Ab en niet bij het afgescheiden
vermogen van het VOF. Aangezien het huis in het afgescheiden vermogen zit dan betekent
dat dat je geen beslag kunt leggen op dat bedrijfspand.
Dus de advocaat heeft gelijk.

Casus 3
Vraag 1
Externe verhouding
Voor de externe verhouding van een maatschap kijk je in art 7A:1679/1681.

In 1679 staat dat ene maat de andere maat niet kan verbinden als hij daarvoor geen
volmacht heeft gekregen. Dus een maat is in tegenstelling tot een VOF, in beginsel
onbevoegd om te vertegenwoordigen. Hij kan dus alleen geldig vertegenwoordigen als hij
een volmacht gekregen heeft. Jo 1681.

In de casu staat nergens dat Khan een volmacht heeft gegeven aan Buur, dus Buur heeft geen
volmacht om te handelen waardoor hij in beginsel onbevoegd is. Op grond van 7A:1681
heeft Buur sowieso zichzelf verbonden.

Hoewel er sprake is van onbevoegdheid (vertegenwoordigingsbevoegdheid ontbreekt), kan
er alsnog verbintenissen tot stand komen tussen de maatschap en de derde als er sprake is
van een van de 3 uitzonderingen.
De 3 uitzonderingen:
- Bekrachtiging
I. Dit is achteraf, dus het verrichten van de rechtshandeling oftewel na
het aangaan van de rechtshandeling.
a. Is casu is hier sprake van aangezien het getekend is dus na de rechtshandeling. In
beginsel kan bekrachtiging vorm vrij 3:37 jo 3:33, dus hij heeft het stilzwijgende
bekracht. Op grond van de bekrachtiging is er alsnog verbintenis ontstaan tussen
maatschap en derde 3:69. Dus maatschap en buur zijn verbonden.
- Baattrekking
I. Te weinig info om ervoor te spreken, want je weet niet wat netto
voordeel is voor de maatschap. Dus deze sluit je uit.
- Schijn van volmacht
I. 3:61 lid 2: schijn moet gewekt zijn op het moment van aangaan van de
rechtshandeling. Er moeten omstandigheden zijn die naar
maatschappelijke verkeer in risico van de principaal ligt (dus de
achterman).

, Voor welke deel kan Khan en buur worden aangesproken?
Voor maatschap kijken we naar 7A:1680, als het om een VOF ging dan keken we naar art 18
Wvk hoofdelijk.
In 1680 staat dat ieder naar gelijke deel moet betalen. In de casu ging het om een bedrag van
4000 euro dat betaald moest worden, dus moet ieder 2000 euro betalen. Het maatschap
vermogen (afgescheiden vermogen) die moet voor het hele bedrag op basis van arrest
biekholding. Dus de schuldeiser kan kiezen of hij om het vermogen van de maatschap
verhaal gaat halen (hele bedrag) of op het vermogen van Khan en Buur voor gelijke delen.

Vraag 2
Op grond van 1681 is er wel een volmacht gegeven aangezien dit in de
maatschapsovereenkomst bepaald is (beding 1), dit zou dus betekenen dat beide bevoegd
zijn om handelingen te verrichten namens de maatschap.

Is de aansprakelijk de omvang daarvan nog wel dezelfde?
In beding 2 staat dat je kan afwijken dit naar ratio van inbreng, dus 1/3de en 2/3de, maar die
beperking heeft invloed op de rechten van een derde.

Maar nu is de vraag -> kun je onderling afspraken maken die afbreuk doen aan de rechten
van een derde/invloed kan brengen op de rechten van een derde?
Art 7a:1680 staat een TENZIJ-regel: namelijk als Khan en Buur dit beding van de
maatschapsovereenkomst hadden willen laten werken tegen een derde, dan hadden ze dit
tijdens het aangaan van de schuld (koopovereenkomst) dit moeten afspreken met de derde.

Dit hebben zij echter niet gedaan waardoor het beding geen werking heeft tegenover de
derde.
Dus antwoord als vraag 1 blijft hetzelfde. Z’n beding heeft dus jegens derden geen werking.

Casus 4
Vraag 1
Het gaat om een externe verhouding
Dus we kijken eerst of er een verbintenis is, verbintenissen kunnen ontstaan uit wet of
overeenkomst. In de casu ging het om aanschaffen van een apparatuur dus gaat het om een
koopovereenkomst.

Een rechtshandeling is een handeling die gericht op een rechtsgevolg. In de casu is het
ondertekenen van een contract een verrichte rechtshandeling. Deze werd door Melika en
Jolanda ondertekend.

Er is dus een verbintenis ontstaan tussen de CV en de leverancier. Als diegene die een
rechtshandeling pleegt bevoegd is om te vertegenwoordigen dan handelt hij ook namens de
rest, en op grond van art 18 Wvk ontstaan er ook verbintenissen voor de rest.

Documentinformatie

Geüpload op
7 juni 2026
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€9,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
2 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen