• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's
College aantekeningen

Aantekeningen Ontwikkelingspsychologie colleges 5 t/m 7| RUG | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 46 pagina's

Dit hoorcollege uit het vak Ontwikkelingspsychologie (PABAP038) aan de Rijksuniversiteit Groningen behandelt cognitieve ontwikkeling en geheugen, met focus op Piaget's theorie van constructivisme. De aantekeningen dekken kernconcepten zoals embodied cognition, schemata, assimilatie, accommodatie, equilibratie en de stadia van cognitieve ontwikkeling, aangevuld met praktische voorbeelden (zoals de koe-hond-voorbeeld). Ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van fundamentele theorieën in de pedagogische ontwikkelingsleer.

Voorbeeld van de inhoud

Hoorcollege 5 Cognitieve ontwikkeling en geheugen
Wat is cognitie eigenlijk?
* Cognitie zien we tegenwoordig niet als iets alleen in de hersenen
* We weten nu dat het altijd een interactie is met de buitenwereld
* Het doet zich voor in relatie tot handelingen
* Dus je hebt het brein, maar zonder zintuigen, zonder handelingen en
zonder omgeving heb je geen cognitie
* We moeten ons dus niet alleen op het brein concentreren

In vorige college: “embodied cognition”
* Het gaat altijd om de relatie tussen cognitie en motoriek en de buitenwereld
* Het is embodied (belichaamd), enacted (wordt gedaan/actie), enculturated (ingebed in cultureel
systeem) en het is enabling (je kunt er iets mee)
* “Belichaamde kennis’: cognitie ontstaat in de voortdurende dynamische interactie tussen de
bewegingen van het lichaam en de omgeving
* Affordances: ‘gebruikersmogelijkheden’ van de omgeving
* De theorie van embodied cognition zien we op dit moment als de belangrijkste theorie voor cognitie
- Dit is hoe de meeste wetenschappers er over denken
* Actuele theorie over de ontwikkeling van cognitie, met wortels in Piaget en Vygotsky

Cognitie
* Cognitie: “de mentale activiteit die mensen gebruiken om kennis te verwerven, onthouden en
gebruiken”
* Er valt veel onder cognitie:
- Perceptie en actie
- Leren
- Geheugen
- Taal
- Redeneren
- Probleem oplossen
- Creativiteit

Theorie van Piaget
* Jean Piaget (1896-1980), komt uit Zwitserland
* Theorie is veel gebaseerd op observatie van eigen kinderen
* Ontwikkeld in de 1e helft vorige eeuw (1928, 1952)
* Invloedrijker van +/- 1950/60 door beschikbaar komen Engelse vertalingen (UK, VS)
* Het is een theorie die uitgaat van constructivisme
* Constructivisme: kennis is er niet zomaar maar wordt geconstrueerd, door actie met de omgeving
- Kennis wordt opgebouwd in de vroege kindertijd al (snel na de geboorte), door middel van actie met
de omgeving
* Kenmerken theorie van Piaget:
- Het idee dat kennis bestaat uit schemata (schema’s) en operaties
~ Een bepaald soort schema is de schema van de operaties

, - Processen om kennis op te bouwen (assimilatie en accommodatie)
~ Assimilatie en accommodatie beïnvloeden elkaar
- De bekende (kwalitatieve) stadia
~ De theorie van Piaget wordt gezien als een stadiatheorie waarin je opeenvolgende fases hebt
waarbij een fase een soort samenhangende kern van vaardigheden bevat en als het kind dan
doorgaat naar de volgende fase moet je het eigenlijk soort van zien als een stap
~ Dus die stapjes volgen logisch op elkaar en je kan niet zomaar terug of een stapje overslaan
~ Het idee is dat het elkaar netjes opvolgt als een soort trappetje
~ Binnen die fases heb je ook weer subfases

Uitgangspunten
* Actie leidt tot kennis -> idee van constructivisme
- Hij beschrijft hoe baby’s mini-experimenten (motorisch gedrag ) uitvoeren met hun omgeving en op
basis van de resultaten daarvan kennis opbouwen
- Dit breidt zich steeds meer uit, dus in eerste instantie zijn het hele primaire motorische reacties maar
langzaam wordt het steeds doelgerichter en steeds meer uitgebouwd
* Schema/schemata: georganiseerde eenheid van kennis die een kind gebruikt om de situatie te
begrijpen (brokjes kennis)
- Deze worden steeds complexer
- In eerste instantie veel lichamelijke activiteiten, later meer mentaal/abstract (operations)
~ Bijvoorbeeld: object pakken, voorwerpen benoemen, abstracte begrippen
~ Wanneer het wat mentaler/abstracter wordt (woorden opnoemen) dan begint Piaget het
operations te noemen

Processen: schemata zijn adaptief
* De schema’s staan niet vast, ze veranderen voortdurend
* Piaget beschrijft twee processen: assimilatie en accommodatie
* Assimilatie: bestaand schema gebruiken bij nieuwe ervaring
* Accommodatie: veranderen denkschema aan nieuwe ervaring
* Deze twee begrippen staan in relatie tot elkaar, ze moeten in evenwicht zijn
- Equilibratie: afstemmen van assimilatie en accommodatie > dat drijft de ontwikkeling voort
* Voorbeelden:
- Het pakken van een bal (schema)
- Benoemen van concepten in de buitenwereld (operations)
* Andere voorbeeld:
- Een baby kent een hond (vier poten, harig)
- Ziet een koe → noemt het “hond” → assimilatie
- Merkt dat het niet klopt (koe loeit, is groter) → accommodatie
- Past schema aan: “honden” vs. “koeien” → equilibratie bereikt
* Zonder verstoring geen aanpassing, en zonder aanpassing geen ontwikkeling
- Equilibratie is precies wat dat proces aandrijft

,Ontwikkeling als opeenvolgende stadia
* Piaget zag ontwikkeling als een aantal opeenvolgende stappen, je kan het zien als een soort van
trappetjes
* Elke fase is een eigen manier van de wereld begrijpen
* Elke stap is kwalitatief anders dan de volgende stap
* De vorige stap is een voorwaarde voor de volgende
* Je kunt (in principe) niet terug
- Behalve als iemand bijvoorbeeld na een ongeluk hersenfuncties verliest, dan zou het in theorie
kunnen
- Maar in de normale ontwikkeling ga je niet terug, je gaat alleen maar vooruit
* Overgangsperiode (transitie) kan geleidelijke of abrupt (eventueel als “waves”, individuele verschillen)
* Maar ook: ‘horizontal decalage’
- Een kind kan dezelfde cognitieve vaardigheid niet tegelijkertijd in alle situaties kan toepassen
- Dus de vaardigheid is er wel maar wordt nog niet consequent altijd toegepast

Piagets stadia van cognitieve ontwikkeling
1. Sensori-motorische stadium (0 tot 2 jaar)
2. Pre-operationeel stadium (2 tot 7 jaar)
3. Concreet-operationeel stadium (7 tot 11 jaar)
4. Formeel-operationeel stadium (vanaf 12 jaar)

Sensori-motorische stadium (geboorte - 2 jaar)
* Sensorisch > waarnemen met zintuigen
* Motorisch > bewegingen, acties
* “Lichamelijke manier van begrijpen”
- Het is veel voelen en weinig nog met taal, op een gegeven moment een beetje woordjes
* Reflexen en motorische vaardigheden (hand, mond, lichaam)
- Een manier van wereld ontdekken, heel primair met de zintuigen
* Circulaire reacties:
- Het kind herhaald heel veel bewegingen
- Bijvoorbeeld de hele tijd iets in hun mond doen
- Actie > resultaat > actie > resultaat
* Egocentrisme: de wereld bestaat uit de objecten waarmee het kind interacteert (“ik doe het”)
- Dit staat heel erg centraal, het kind is heel erg op zichzelf gericht

Substadia sensori-motorische stadium

, Belangrijke mijlpalen
* Objectpermanentie: besef dat mensen/objecten niet ophouden te bestaan, ook al zijn ze onzichtbaar
- Nog niet bereikt in substadium 3, wordt bereikt in substadium 4
* A-niet-B fout: zoeken op dezelfde locatie waar het eerder was
- Er zijn twee doekjes die voor het kind liggen
- De hele tijd verstop je het speeltje onder A
- Deze baby heeft objectpermanentie dus die zal het doekje wegpakken
- Vervolgens verstop je het speeltje nog een keer onder A en het kindje trekt het doekje weer weg
- Dan verstop je hem nog een keer onder A en het kindje trekt weer het doekje weg bij A
- Vervolgens zorg je ervoor dat het kindje heel goed oplet en verstop je hem onder B, dus de baby ziet
dat het speeltje onder B gaat
- Het kindje gaat vervolgens zoeken bij A en trekt daar het doekje weg
- Typisch voor substadium 4, doen ze niet meer in substadium 5




* Piaget zag dit als een soort cognitief conflict -> het kind weet dat er objectpermanentie is maar kan het
in deze situatie niet toepassen
- In eerste instantie heeft de baby geen objectpermanentie
- Dan heeft de baby wel objectpermanentie maar maakt hij wel die A-niet-B fout
- Uiteindelijk heeft de baby objectpermanentie en maakt de A-niet-B fout niet meer
* Maar er zijn ook andere verklaringen
- Het blijkt namelijk zo te zijn dat het best wel contextafhankelijk is
- Het werkt vooral goed wanneer de baby in precies dezelfde houding blijft zitten, maar als de baby in
eerste instantie zit en bij B gaat staan dan maakt de baby de fout niet meer
- Als je de tijd ertussen kort maakt (wachttijd) dan gaat het ook goed
* Dus het blijkt veel meer contextafhankelijk te zijn dan dat Piaget in eerste instantie dacht
- Piaget dacht dat het een cognitief conflict was in de schema’s van het kind en dat maakt dat die fout
naar voren komt
* Maar tegenwoordig hebben we hier andere verklaringen voor:
- Er zijn verschillende soorten geheugens en doordat je het kind herhaaldelijk naar A laat rijken, bouwt
het kind een motorisch geheugen op voor die A locatie
- Het kind heeft wel gezien dat het speeltje naar B ging, maar het motorisch geheugen wordt nog
steeds geactiveerd in dezelfde situatie -> reden dat de baby naar A gaat grijpen
* Dus het is niet zozeer een cognitief conflict maar een conflict tussen verschillende geheugensystemen
die nog niet goed met elkaar gecoördineerd zijn

Verklaring A-niet-B fout
* De baby heeft vaak al meerdere keren succesvol naar plek A gereikt
- Daardoor ontstaat een soort motorisch geheugen of attractor -> het systeem “trekt” het gedrag
richting A

Documentinformatie

Geüpload op
6 juni 2026
Aantal pagina's
46
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Suzanne houwen en marijn van dijk
Bevat
College 5 t/m 7
€5,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen