Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 66 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Psychopathologie kind en jeugdige|Colleges en literatuur| SPO | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 66 pagina's

Dit is een samenvatting van het vak NVO Psychopathologie kind en jeugdige van SPO Groningen, gebaseerd op alle colleges en opgegeven literatuur. De samenvatting behandelt alle stoornissen die behandeld zijn in de colleges en de opgegeven literatuur uitgezonderd van het boek ADHD macht en misverstanden. Dit document is ideaal voor tentamen voorbereiding omdat het de kernconcepten helder uiteenzet en alle diagnostische criteria overzichtelijk presenteert. ADHD - Autisme - Ticstoornissen - Gedragsstoornissen - Somatische symptoom stoornissen - Trauma - Dissociatie - Schizofrenie - Angststoornissen - Obsessief Compulsieve stoornissen - Depressie - Bipolaire stoornissen - Eetstoornissen

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting psychopathologie
Colleges en opgegeven literatuur (niet volledige boek ADHD: macht en misverstanden)


College 1 inleiding DSM en ADHD
Biomedische visie op DSM stoornissen: hersenprobleem wat erfelijk/aangeboren is.
Stoornis is de oorzaak. Er wordt onderzoek gedaan naar causale factoren in de hersenen en
er wordt gesproken over afwijkingen. Er wordt gericht op individuele behandeling

Orthopedagogische en sociologische visie: ziet gedrag als iets wat gebeurt in een
context. Stoornis categorieën zijn namen. Er wordt bij causale factoren gekeken naar
ouders, school, opvang, buurt, cultuur en samenleving en gesproken over verschillen.
Behandeling gericht op collectieve verantwoordelijkheid en inclusie.

DSM: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
Gaat uit van het medisch model: pathologie die in het individu zitten

Sinds DSM 3 veel onderzoek gedaan naar de hersenen van mensen met een stoornis. Er
heeft veel focus gelegen op de hersenen en er wordt gezocht naar een onderliggende
psychobiologische disfunctie.

Stoornissen worden sinds de DSM 3 beschreven aan de hand van symptoom criteria. Als je
aan een bepaald aantal symptomen voldoet, dan voldoe je aan de stoornis. Opvallendheden
bij de DSM classificatie Depressie:
- Het blijft subjectief, wat te veel/te weinig/vaak? Dit is niet gedefinieerd. Hierdoor
hangt de classificatie af van de perceptie van een volwassene.
- Veel overlap met andere stoornissen
- Het kan vaak om teveel of een tekort gaan, waardoor er veel diversiteit onder de
stoornis past.

Attention Deficit Hyperactivity Disorder
Aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit komen vaak gelijktijdig voor. Dit cluster
heet: Attention Deficit/Hyperactivity Disorder.

3 beelden van ADHD in de DSM-5:
- Overwegend aandacht zwakke beeld: vooral sprake van ernstige en aanhoudende
aandachtsproblemen. Dit wordt ook wel ADD genoemd, deze mensen zijn niet
hyperactief, maar vaak wat dromerig.
- Overwegend hyperactieve of impulsieve beeld: vooral sprake van ernstige en
aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit
- Gecombineerd beeld: beide soorten problemen komen samen voor. Er zijn minimaal
6 verschijnselen bij zowel aandachtstekort als bij hyperactiviteit/impulsiviteit
aanwezig.




1

,- Aandachtstekort (concentratieproblemen): 6 van de 9 (vanaf 17 jaar: 5) kenmerken
om in aanmerking te komen voor het overwegend aandacht zwakke beeld:
- Slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details, of maakt
achteloos fouten in schoolwerk, op het werk of gedurende andere activiteiten.
- Moeite om aandacht bij taken of spelactiviteiten te houden.
- Lijkt vaak niet te luisteren als hij of zij direct wordt aangesproken
- Volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er dikwijls niet in om schoolwerk,
karweitjes of taken op het erk af te maken (begint wel, maar raakt snel
afgeleid)
- Moeite met het organiseren van taken en activiteiten
- Vermijdt vaak om, heeft een afkeer van, of is onwillig om zich bezig te houden
met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen
- Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten
- Wordt gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels (bij oudere adolescenten
kan het gaan om gedachten aan iets anders)
- Vaak vergeetachtig tijdens dagelijkse bezigheden
- Hyperactiviteit en impulsiviteit: 6 van de 9 (vanaf 17 jaar: 5) kenmerken om in
aanmerking te komen voor het overwegend hyperactief-impulsieve beeld:
- Beweegt vaak onrustig met handen en voeten, of draait in zijn of haar stoel
- Staat vaak op in situaties waarin verwacht wordt dat je op je plaats blijft zitten
- Rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij
adolescenten kan dit beperkt zijn tot gevoelens van rusteloosheid)
- Kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
- Is vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’
- Praat vaak excessief snel
Impulsiviteit
- Gooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is
- Heeft vaak moeite op zijn of haar beurt te wachten
- Stoort vaak anderen of dringt zich op (bij adolescenten: dringt zich op bij de
activiteiten van anderen of neemt deze over)
- Er is sprake van duidelijke beperkingen in het sociale en schoolse functioneren
- Verschijnselen moeten voor het 12e levensjaar al aanwezig zijn geweest (als je later
last krijgt van deze symptomen, late-onset ADHD, mag volgens de DSM de
classificatie niet gesteld worden. Er is discussie of late-onset ADHD in DSM moet of
niet, want ADHD is ontwikkelingsstoornis)
- Minstens 6 maanden lang 6 of meer gedragingen aanwezig zijn geweest.
- Meerdere terreinen aanwezig
- De gedragingen mogen niet beter passend zijn bij een andere psychiatrische stoornis
- De mate waarin het gedrag voorkomt moet niet passen bij het ontwikkelingsniveau
en leeftijd van het kind.

1. Mate van ernst
- wordt bepaald adhv mate van disfunctioneren en het aantal symptoom criteria




2

,De classificatie adhd hangt niet alleen af van het gedrag van het kind maar ook van de
perceptie van de volwassenen om het kind heen. Dit wordt deels ondervangen doordat het
op 2 terreinen moet voorkomen.

Pietje zou wel vwo kunnen, maar omdat hij snel afgeleid is gaat hij naar de havo. Op de
havo gaat het goed. Is Pietje dan beperkt in zijn schoolse functioneren?
Hier zijn de meningen over verdeeld en dit laat dus zien dat het afhangt van degene die
diagnosticeert/bevraagd wordt over het kind.

De criteria zijn dus rekbaar. Het lijkt erop dat we de laatste decennia de criteria ruimer zijn
gaan nemen, naast dat de DSM de criteria de laatste tijd ook ruimer maakt. We noemen
hetzelfde gedrag sneller ADHD.

Hoe ontstaan DSM classificatie? Hoe komt een stoornis in het handboek?
DSM classificaties worden ook wel BOGSAT-classificaties genoemd.

BOGSAT (Bunch Of Guys Sitting At the Table):
Overwegend Amerikaanse psychiaters discussiëren en stemmen over welk gedrag in de
DSM opgenomen moet worden en een stoornis wordt. Deze mensen hebben veel artikelen
gepubliceerd, wetenschappelijk onderzoek gedaan en patiënten hebben gezien. Ze baseren
het op hun expertise en wat ze in de samenleving zien.

Voorbeeld hoe dit gaat:
Homoseksualiteit stond tot 1973 in de DSM als een psychische stoornis. Het is niet zo dat er
nieuwe onderzoeksbevindingen waren, maar er waren protesten vanuit de samenleving. Op
basis van deze protesten heeft de BOGSAT bepaald dat de stoornis uit de DSM moet.
Er zijn excuses gemaakt voor de therapieën die homoseksuelen moesten ondergaan, omdat
het als stoornis werd gezien.

Er zijn door de tijd heen steeds meer stoornissen bij gekomen in de DSM.
DSM 1 (1952) 106 stoornissen
DSM 2 (1968) 182 stoornissen
DSM 3 (1980) 265 stoornissen -> 32% naar 48%
DSM 3 Text Revision (1987) 292 stoornissen
DSM 4 (1994) circa 300 stoornissen (volwassenen stabiliseerde, kinderen nam toe)
DSM 5 (2013) circa 400 stoornissen.
2022 (dsm 5-tr) 400 stoornissen. 1 nieuwe stoornis categorie beschreven: persisterende
rouwstoornis (als je een dierbare verloren bent en na een jaar nog moeite hebt om het leven
op te pakken). Hier is veel discussie over geweest. Je wil deze mensen hulp bieden, maar in
de volwassenzorg kan je pas vergoede zorg krijgen bij een classificatie. Aan de andere kant:
als je rouw pathologiseert, pathologiseer je dan niet eigenlijk ook liefde.

1 op de 2 mensen voldoet ooit in hun leven aan een stoornis van uit de DSM.

Toegevoegde stoornissen DSM 5:
- Disruptive Mood Disregulation Disorder (DMDD): 3x in de week of vaker
disproportionele driftbuien
- Hoarding disorder: verzamelwoede


3

, - Mild Neurocognitive disorder (MND): dit is vergeetachtig worden bij het ouder worden
- Binge Eating Disorder (BED): meer dan 1x in de week moeite hebben met stoppen
met eten.
- Pre Menstrual Dysphoric Disorder (PMDD): moodswings voor je menstruatie

Critici van deze categorieën zeggen niet dat dit aanstellerij is, maar is dit een medisch
psychiatrisch probleem en moet dit psychiatrisch behandeld worden. Horen driftbuien niet
meer bij pedagogiek. Of hoort dit gewoon bij het leven en moeten we dit beter leren
verdragen.
Sinds 1980 is de DSM echt populair geworden. De voordelen zijn:
- Communicatie over categorieën is veel makkelijker geworden, iedereen weet waar je
het over hebt.
- Onderzoek naar oorzakelijke factoren van omschreven stoornissen mogelijk. Je kunt
meer homogene groepen maken.
- Onderzoek naar effecten van verschillende behandelmethoden mogelijk.

Nadelen DSM:
- Onduidelijk onderscheid tussen verschillende categorieën: veel comorbiditeit.
- Onduidelijk onderscheid tussen normaal en gestoord.
- Niet iedereen past in een hokje. Iemand lijdt wel, maar past niet altijd in 1 hokje van
de DSM.
- Niet onafhankelijk (60-70% van de mensen die meewerken aan de DSM hebben
banden met farmaceutische industrie). Deze industrie profiteert van verkoop
medicijnen, heeft geïnvesteerd in reclames voor stoornissen en sponsort
wetenschappelijk onderzoek. Er zijn te weinig mensen die, geen banden hebben met
de farmaceutische industrie, om de anders DSM te schrijven.
- Reïficatie, letterlijk ‘verdingelijking’. Je maakt iets abstracts tot iets concreets (een
ding).

Reïficatie: filosofie en psychiatrie
Je hebt in de filosofie verschillende opvattingen over de DSM
- Realisme/essentialisme: DSM classificaties komen overeen met een in de natuur
bestaande ordening. Het bestaat al, maar wordt pas op een bepaald moment
ontdekt.
-> we hebben de stoornissen ontdekt
- Nominalisme: DSM classificaties zijn mensenwerk en dus arbitrair en kunstmatig
-> we hebben de stoornissen gemaakt
- Pragmatisme: ‘waar is wat werkt’, lijkt op nominalisme.
-> we hebben de stoornissen gemaakt op basis van wat we zien

In deze cursus gaan we uit van de orthopedagogische sociologische visie = DSM
categorieën (BOGSAT diagnoses) zijn door mensen bedacht en afhankelijk van wat er in de
samenleving speelt. BOGSAT hakt de knoop uiteindelijk door.

Reïficatie past bij de constructivistische visie (nominalisme). Als je naar reïficatie kijkt in de
psychiatrie dan zie je dat:
- iets abstracts iets concreets wordt gemaakt
- een kunstmatige soort wordt een natuurlijke soort


4

Documentinformatie

Geüpload op
3 juni 2026
Aantal pagina's
66
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€14,44

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
1
Laatst verkocht
3 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen