• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 146 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Staats- en bestuursrecht 1 | Open Universiteit | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 146 pagina's

Uitgebreide samenvatting (kennisclips, virtuele klassen, arresten, leerdoelen, brightspace, zelfevaluatie)

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Brightspace, kennisclips, jurisprudentie, werkcollege &
zelfevaluatie
Leereenheid 3: Inleiding bestuursrecht
Leerdoelen leereenheid 3:
 Belangrijkste leerstukken van het bestuursrecht zijn:
Bestuur ziet op het van overheidswege behartigen van het algemeen belang; bestuursrecht
ziet op het juridische aspect daarvan. Twee gevolgen. Ten eerste de klassieke indeling van de
trias politica: bestuursrecht heeft zowel betrekking op het besturen van de samenleving op
macroniveau als op microniveau. Ten tweede overstijgt zij in sommige opzichten de eveneens
‘klassieke’ onderverdeling van publiekrecht en privaatrecht.

- Legitimerende functie = het bestuursrecht voorziet het bestuursoptreden van een
juridische grondslag. Deze grondslag dient uiteindelijk herleid te kunnen worden tot de
Grondwet, maar het overheidsoptreden behoeft vaak, al naargelang zijn karakter en
intensiteit, nadere regulering in wettelijke voorschriften, plannen en andere besluiten.
- Instrumentele functie = de rol die dit recht speelt ten behoeve van de vaststelling en
uitvoering van het overheidsbeleid. Ze heeft tot gevolg dat het bestuursrecht aan snelle en
ingrijpende veranderingen onderhevig is.
- Waarborgfunctie = de waarborgfunctie heeft in het juridische onderwijs en onderzoek
traditioneel de meeste aandacht gekregen. Door de bestuursrechtelijke normering van het
bestuursoptreden wordt de rechtspositie van de burger ten opzichte van de overheid
gewaarborgd.

 Hoe kijkt de Awb-wetgver aan tegen de verhouding tussen burger en bestuur?
Bestuursrecht wordt omschreven als het recht betreffende de rechtsbetrekking tussen
overheid en burger. In de MvT werd de relatie overheid-burger gekenschetst als een
wederkerige rechtsbetrekking. De burger moet inspraak hebben bij bestuurlijke besluitvorming
en het bestuur moet binnen het kader van de wet rekening houden met belangen van de
burger. Hiernaast moet de burger rekening houden met de positie en de belangen van het
bestuur. Voor zover een burger wenst dat met zijn inzichten of belangen rekening wordt
gehouden moet hij deze op de daartoe geschikte wijze naar voren kunnen brengen en kan het
bestuur de burger ook zelf houden. Het bestuur verwacht van de burger dat hij behulpzaam is
bij de uitvoering van bestuursbevoegdheden. Dit betekent bijvoorbeeld dat de burger het
bestuur moet voorzien van informatie die het bestuur nodig heeft om te beoordelen of de
burger voor een bepaalde vergunning in aanmerking komt.

 Welke fundamentele beginselen en uitgangspunten voor het begrip en de toepassing
van het bestuursrecht van belang zijn en waarom?
- Legaliteitsbeginsel
- Specialiteitsbeginsel
- Rechtszekerheidsbeginsel
- Gelijkheidsbeginsel
- Eis van stelselmatigheid
- Beginsel van sociale rechtvaardigheid

 Wat is de inhoud van het legaliteitsbeginsel?
Het bestuursrecht voorziet het bestuursoptreden van een juridische grondslag. Deze
grondslag dient uiteindelijk herleid te kunnen worden tot de Grondwet. De overheid mag niet
willekeurig optreden en moet binnen de kaders van de wet blijven, wat zorgt voor
rechtszekerheid en democratische legitimatie van bestuurshandelingen.
- Het in het leven kunnen roepen van bestuursorganen
- Het toekennen van bestuursbevoegdheden
- Het regelen van besluitvormingsprocedures

 Wat zijn de belangrijkste eisen die voortvloeien uit of gegrond kunnen worden op het
specialiteitsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het
onpartijdigheidsbeginsel?
- Specialiteitsbeginsel: Bestuursorganen beschikken alleen over min of meer afgebakende
bevoegdheden, bestuursbevoegdheden zijn in het algemeen door de wetgever toegekend
waarbij altijd het behartigen van specifieke publieke belangen het hoofddoel is, het
bestuur beschikt niet over een open bevoegdheid om te besturen. Er is sprake van een

,Samenvatting Brightspace, kennisclips, jurisprudentie, werkcollege &
zelfevaluatie
stelsel van individuele bestuursbevoegdheden die aan verscheidene bestuursorganen
toekomen.

Specialiteitsbeginsel en de grenzen aan de belangenafweging: artikel 3:4 lid 1 Awb
1. Het specialiteitsbeginsel treedt voor bestuursorganen vooral op de voorgrond als er
belangen moeten worden afgewogen.
2. Het doel van een bestuursbevoegdheid via het specialiteitsbeginsel is het stellen van
grenzen aan de omvang van de bestuurlijke belangenafweging  het
specialiteitsbeginsel dwingt tot selectie van belangen zodra er ruimte is voor een
bestuurlijke belangenafweging: artikel 3:4 lid 1 Awb.

Artikel 3:4 lid 1 Awb:
o Het bestuursorgaan dient de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af te
wegen  het onderkennen van algemene, publieke belangen en het scheiden
van particuliere belangen
o Voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen
bevoegdheid een beperking voortvloeit
o Het specialiteitsbeginsel stelt vooral grenzen aan het meewegen van belangen
van derden indien en voor zover dit meewegen ertoe leidt dat een begunstigend
besluit wordt geweigerd op grond van buitenwettelijke belangen, dan wel een
begunstigend besluit onder vreemde belasten voorschriften wordt verleend

- Rechtszekerheidsbeginsel
De positie van burgers ten opzichte van de overheid dient voldoende zeker te zijn.
Daarom moeten de regels en besluiten van de overheid voldoende duidelijk zijn en
moeten ook alleen bestaande regels worden toegepast.

- Gelijkheidsbeginsel
1. Een fundamenteel rechtsbeginsel dat vereist dat gelijke gevallen gelijk worden
behandeld. Gebaseerd op het geschreven recht van artikel 1 GW en als een
ongeschreven beginsel van behoorlijk bestuur.
2. In sommige gevallen worden ongelijke gevallen ongelijk behandeld afhankelijk van de
mate van hun ongelijkheid wat slechts toelaatbaar is zolang er geen sprake is van
volstrekte willekeur.
3. Strijd met het gelijkheidsbeginsel is pas aan de orde als vanuit een specifiek
gezichtspunt sprake is van ongelijke behandeling door de overheid waarvoor geen
rechtvaardiging bestaat.
4. Een toets aan het gelijkheidsbeginsel bestaat uit 2 fasen:
a. De vergelijkbaarheidstoets  is er sprake van vergelijkbaarheid door juridisch
relevante verschillen te traceren en is het gelijke geval binnen de
bevoegdheidssfeer van hetzelfde bestuursorgaan die het originele geval heeft
behandeld.
b. Rechtvaardigheidstoets  is er gezien de vergelijkbaarheid een voldoende
objectieve rechtvaardiging voor een ongelijke behandeling

- Onpartijdigheidsbeginsel
1. Het bestuursorgaan dient zijn taak zonder vooringenomenheid te vervullen  een
bestuursorgaan dient objectief, zonder aanzien des persoons te werk te gaan, zowel
bij het voorbereiden en nemen van besluiten als bij andere bestuurlijke activiteiten.
2. Art. 2:4 lid 2 Awb  het bestuursorgaan moet ervoor waken dat tot het orgaan
behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit
hebben, de besluitvorming niet beïnvloeden.
a. Werkzame personen  leden van een collegiaal bestuursorgaan,
ambtenaren en andere personen die in opdracht van het bestuur
werkzaamheden verrichten. Deze personen hebben een actieve plicht om
voorzorgsmaatregelen te treffen om de schijn van vooringenomenheid te
voorkomen.
b. Persoonlijk belang  ieder belang dat niet behoort dot de belangen die het
bestuursorgaan uit hoofde van de hem opgedragen taak moet behartigen.

,Samenvatting Brightspace, kennisclips, jurisprudentie, werkcollege &
zelfevaluatie
Hierbij kan worden gedacht aan publieke belangen van andere organen of
persoonlijke belangen van bestuurders.
3. Dit beginsel is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur waardoor deze
betrekking heeft op het gehele bestuursoptreden.

 Aan de hand van een voorbeeld kunnen laten zien wat de betekenis is van de eis van
stelselmatigheid en de eis van minimale belangenaantasting
Overheid mag niet naar willekeur vrijheden van burgers beperken. Van willekeur is sprake
wanneer een overheidshandeling kenbare, rationele standaarden ontbeert. Wetmatigheid
betekent dan ook in de eerste plaats dat justitiabelen op de hoogte zijn van hun rechtspositie
en van wijziging daarvan.

 Waarom kan het beginsel van de individualiserende rechtsbedeling en dat van actieve
zorg in verbinding kunnen worden gebracht met het idee van de rechtsstaat?
De beginselen van individualiserende rechtsbedeling en actieve zorg verbinden met de
rechtsstaat, omdat ze sociale rechtvaardigheid en effectief/eerlijk bestuur garanderen. Ze
zorgen ervoor dat de overheid niet slechts blind regels toepast, maar maatwerk levert,
grondrechten effectief beschermt en de burger actief ondersteunt. Individualiserende
rechtsbedeling houdt in dat de overheid bij besluiten rekening houdt met de specifieke
omstandigheden en het individuele geval (art. 3:4 lid 2 Awb).

Actieve zorg houdt in dat de overheid een actieve zorgplicht heeft om de burger te
ondersteunen bij het uitoefenen van hun rechten en het nakomen van plichten.

Liberale rechtsstaat: het bestuursoptreden dient wetmatig plaats te vinden. Het bestuur moet
plaatsvinden in de vorm of op basis van adequaat bekendgemaakte algemene regels. Het
uitgangspunt dat overheidsbevoegdheden moeten berusten op en moeten worden
uitgeoefend in overeenstemming met, het recht, leidt tot de opvatting dat een onafhankelijke
rechterlijke instantie de naleving van dit uitgangspunt moet kunnen beoordelen en daarover
bindende uitspraken moet kunnen doen die daadwerkelijk geëffectueerd worden. Rechterlijke
controle op het overheidshandelen heeft twee functies, te weten zorgen dat de overheid zich
aan het recht houdt en bescherming van de rechten van individuele rechtzoekenden

Sociale rechtsstaat: de dimensie van de sociale rechtsstaat ziet op het positief-inhoudelijk
deel van de overheidsactiviteit: het doel van de staat. Dit doel omschrijven wij als het
scheppen van de omstandigheden die het de burger daadwerkelijk mogelijk maken aan zijn
leven gestalte te geven; verwerkelijking van sociale rechtvaardigheid. Het overheidshandelen
moet daadwerkelijk en mag ook alleen daarop gericht zijn.

Uit het beginsel van sociale rechtvaardigheid vloeit als nader beginsel voort dat het
overheidshandelen effectief moet zijn; het moet ook daadwerkelijk leiden tot het
verwerkelijken van sociale rechtvaardigheid.

Het verwerken van sociale rechtvaardigheid geschiedt met de middelen die de overheid ten
dienste staan, middelen die noodzakelijkerwijs beperkt zijn. Zou de overheid ondoelmatig
omspringen met die schaarse middelen, dan doet dat afbreuk aan de dimensie van sociale
rechtvaardigheid; immers, met een meer doelmatig gebruik had sociale rechtvaardigheid
verder geoptimaliseerd kunnen worden. Daarom geldt onder de dimensie van sociale
rechtsstaat als tweede nader beginsel dat het overheidshandelen doelmatig moet zijn; steeds
moet worden gekozen voor het instrument dat relatief de minste lasten voor de algemene
middelen meebrengt.

 Welke regels in het tekstboek kunnen tot het (algemeen deel van het) bestuursrecht
worden gerekend?
Het bestuursrecht is opgebouwd uit een bijzonder en een algemeen deel. Het bijzonder deel
bevat rechten en plichten voor de burgers alsmede de concrete bevoegdheden en
verplichtingen van bestuursorganen op de vele terreinen van het maatschappelijk leven
waarop de overheid een normerende of toezichthoudende taak aan zich heeft aangetrokken.
Het algemene deel vormt hiervan deels een abstractie en generalisatie en bestaat voor een
ander deel uit autonoom ontwikkelde onderwerpen.

, Samenvatting Brightspace, kennisclips, jurisprudentie, werkcollege &
zelfevaluatie

Het algemeen deel van het bestuursrecht ziet op die rechtsfiguren en rechtsnormen die voor
het gehele bestuursrecht betekenis hebben. Het algemeen deel verschilt sterk van het
bijzonder deel. Het is minder omvangrijk en minder complex, al kent het algemeen deel een
eigensoortige systematiek die door zijn hoge abstractiegehalte evenmin eenvoudig is. Het
algemeen deel is in toenemende mate opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht.

 Wat wordt er bedoeld met de gelaagde structuur van de Awb?
Een opbouw van algemeen naar bijzonder. Daarbij geldt dat de normen in een meer specifiek
onderdeel in samenhang met algemene normen moet worden bezien. De gelaagdheid leidt
ertoe dat specifieke normen als die op een geval van toepassing zijn meestal tegelijkertijd met
een algemenere norm van toepassing zijn.

 Wat is dwingend, regelend aanvullend of facultatief recht? Inclusief voorbeelden
Dwingend recht = geldt voor het gehele bestuursrecht en waarvan slechts bij wet in formele
zin kan worden afgeweken (art. 3:3, 3:40, 8:78 Awb).

Regelend recht = die voor normale gevallen de beste regeling geven, maar waarvan kan
worden afgeweken als een bijzonder wettelijk voorschrift het betreffende onderwerp anders
regelt (art. 4:1, 2:6, 2:14 en 4:24 Awb).

Aanvullend recht = die veronderstellen dat het betreffende onderwerp in bijzondere wetgeving
wordt geregeld, maar die gelden in de uitzonderingsgevallen waarin bijzondere wetgeving het
onderwerp niet regelt (art. 4:13, 3:6 lid 1, 4:44 lid 2, 4:4 Awb).

Facultatief recht = die slechts van toepassing zijn indien dit bij bijzonder wettelijk voorschrift of
bij besluit van het betrokken bestuursorgaan is bepaald (uniforme openbare
voorbereidingsprocedure van afd. 3.4, de lex silencio positivo 4.1.3.3, de regeling inzake per
boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen afd. 4.2.8 en die betreffende de
klachtenadviesprocedure afd. 9.1.3).

 Wat is normering in het bestuursrecht?
In het bestuursrecht is de wet de belangrijkste bron van recht. Door middel van deze
bevoegdheden kunnen bestuursorganen maatschappelijke activiteiten sturen, ordenen en
beïnvloeden. Bestuursbevoegdheden worden door de wet- en regelgeving inhoudelijk en
procedureel genormeerd. De wetgever bepaalt het onderwerp en het doel van deze
bevoegdheden en geeft aan welke regels in acht moeten worden genomen bij het uitoefenen
ervan. Het bestuur is niet alleen gebonden aan de wet- en regelgeving, maar tevens aan
verschillende ongeschreven rechtsnormen (abbb). De wet machtigt het bestuur tot handelen.
Zij is bevoegdheidsverschaffend. Het bestuur kan zijn bevoegdheden in de regel niet ontlenen
aan ongeschreven recht. Daarnaast normeert de wet als geschreven bron van recht de
handelingen van het bestuur.

 De rechtsbeginselen en deze in relatie tot normering van het bestuursrecht uitleggen
en toepassen
Naast het doel van de wet zijn rechtsbeginselen van groot belang als het aankomt op een
rechtmatige uitoefening van de bestuursbevoegdheid. Rechtsbeginselen moeten worden
onderscheiden van rechtsregels. Rechtsbeginselen zijn richtinggevende uitgangspunten voor
de normering van het bestuurshandelen en voor de rechtsvorming door de rechter. Zij bieden
een kader aan de hand waarvan de rechtmatigheid van het bestuurshandelen wordt
afgemeten.

 Wat is goed bestuur en dat uitleggen en toepassen
Rechtstatelijke uitgangspunten (wetmatigheidsbeginsel, specialiteitsbeginsel), fundamentele
rechtsbeginselen en grondrechten zijn een samenhangend lader voor de normering van het
bestuurshandelen. Men spreekt dan over de beginselen van goed bestuur. Deze
goedbestuurbeginselen kunnen worden ingedeeld in zes groepen: behoorlijk bestuur,
transparant bestuur, participatief bestuur, verantwoordend bestuur, effectief bestuur en
mensenrechten en bestuur.

Inhoudsopgave

  1. 01 Op de website van de gemeente Leiden stond de volgende informatie (zie: http://www.leiden.nl/fietsen): Fiets Fout = Fiets Weg. In het Stationsgebied geldt een verbod om fietsen te plaatsen buiten de daarvoor aangewezen fietsenrekken en -vakken. Dit zogenoemde restrictiegebied herkent u aan de borden. In het restrictiegebied worden fietsen die buiten de aangewezen fietsenrekken en -vakken staan, direct verwijderd en opgeslagen. Ook als uw fiets langer dan vier weken onafgebroken gestald is in een rek, wordt deze verwijderd. 5
  2. 02 Waar kunt u uw fiets stallen in het Stationsgebied? Op het onderstaande kaartje staat aangegeven waar u uw fiets wel kunt stallen. 5
  3. 03 Vraag 1 24
  4. 04 Vraag 4 25
  5. 05 Vraag 10 30
  6. 06 Vraag 12 30
  7. 07 Vraag 5 43

Documentinformatie

Geüpload op
2 juni 2026
Aantal pagina's
146
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€16,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
nrrcn
3,7
(3)
Verkocht
8
Volgers
5
Items
2
Laatst verkocht
8 maanden geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen