Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 40 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Hoorcollege Ontwikkelingsstoornissen | Psychopathologie | Tilburg | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 40 pagina's

Een uitgeschreven samenvatting dat de slides van de hoorcolleges duidelijk weergeeft en uitlegt. Succes!

Voorbeeld van de inhoud

ONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
Inhoudsopgave
Hoorcollege 1 – Inleiding psychopathologie........................................................................1
Hoorcollege 2 – Onderzoek en classificatie.........................................................................5
Hoorcollege 3 – Systeem therapie (gastcollege).................................................................8
Hoorcollege 4 – Angststoornissen.....................................................................................11
Hoorcollege 5 – Dyslexie (gastcollege).............................................................................14
Hoorcollege 6 – Gedragsstoornissen: ODD en CD.............................................................16
Hoorcollege 7 – Intellectuele ontwikkelingsstoornissen....................................................19
Hoorcollege 8 – Eetstoornissen......................................................................................... 23
Hoorcollege 9 – Stemmingsstoornissen............................................................................27
Hoorcollege 10 – Maladaptive aging / neurodegenerative disorders.................................31
Hoorcollege 11 – ADHD & ASS.......................................................................................... 36

HOORCOLLEGE 1 – INLEIDING PSYCHOPATHOLOGIE
In de Verenigde Staten ervaart ongeveer 50% van de bevolking ooit een psychische
stoornis; wereldwijd ligt dit rond de 30%. Uit meta-analyses blijkt dat 15–20% van de
wereldbevolking ooit een ontwikkelingsstoornis ontwikkelt, waarvan ongeveer 10%
ernstig en 10% mild.

De leeftijd waarop een stoornis zichtbaar wordt verschilt per aandoening. Stoornissen
met een sterke genetische basis, zoals autismespectrumstoornis (ASS) en verstandelijke
beperkingen, worden vaak al vroeg in de ontwikkeling herkend. Andere stoornissen, zoals
eetstoornissen, ontstaan meestal later en worden sterker beïnvloed door
omgevingsfactoren. Bij ADHD zijn de symptomen vaak al vroeg aanwezig, maar worden
ze soms pas zichtbaar wanneer de omgeving hogere eisen stelt, bijvoorbeeld op school.
Dit wordt growing into deficit genoemd.

Ook geslacht hangt samen met verschillen in prevalentie. Externaliserende
stoornissen, zoals ADHD en gedragsstoornissen, komen vaker voor bij jongens en
mannen, terwijl internaliserende stoornissen, zoals angst en depressie, vaker
voorkomen bij meisjes en vrouwen. Deze verschillen worden verklaard door zowel
biologische als omgevingsfactoren. Daarnaast kunnen diagnostische criteria leiden tot
onder- of overdiagnostiek bij bepaalde groepen.

Veranderingen in de prevalentie van stoornissen over langere tijd worden seculaire
trends genoemd. Deze veranderingen hoeven niet te betekenen dat een stoornis
daadwerkelijk vaker voorkomt; ze kunnen ook het gevolg zijn van maatschappelijke
veranderingen, grotere bewustwording, verbeterde herkenning van symptomen of
bredere diagnostische criteria. Daarnaast kunnen ontwikkelingen in de gezondheidszorg,
zoals de verbeterde overleving van prematuur geboren kinderen, invloed hebben op de
prevalentie van ontwikkelingsstoornissen.

I. Wat is normaal?

,Het definiëren van abnormaliteit draait om gedrag dat afwijkt van de norm
(“abnormaal”). Wat als normaal wordt gezien, hangt echter af van verschillende normen,
zoals cultuur/etniciteit, geslacht, leeftijd, sociale factoren, veranderingen in levensstijl en
het perspectief van volwassenen.

Een kind wijkt van de norm af wanneer er sprake is van bijvoorbeeld een
ontwikkelingsvertraging, regressie of achteruitgang, of wanneer gedrag extreem is in
frequentie of intensiteit. Daarnaast kan afwijking blijken uit aanhoudend gedrag, gedrag
dat niet past bij de situatie, plotselinge gedragsveranderingen of het gelijktijdig
voorkomen van meerdere problematische gedragingen. Tot slot kan er sprake zijn van
een kwalitatief verschil met normaal, waarbij het gedrag duidelijk afwijkt van wat
gebruikelijk is en het functioneren beïnvloedt.

II. Wat is een ontwikkelingsstoornis?

Een ontwikkelingsstoornis is psychopathologie: gedrag dat niet meer past bij het
ontwikkelingsniveau. Ongeveer 15–20% van de populatie voldoet hieraan.

Afwijkend gedrag kenmerkt zich o.a. door ontwikkelingsvertraging, regressie, extreme
frequentie/intensiteit, persistentie, context-inconsistentie, plotselinge veranderingen,
combinatie van problemen, negatieve impact op functioneren

Belangrijke normen: cultuur, geslacht, leeftijd, sociale context en perspectief van
volwassenen.

Ontwikkelingspsychopathologie bestudeert hoe ontwikkelingsprocessen bijdragen
aan of beschermen tegen stoornissen. Oorzaken (etiologie) en mechanismen zijn nog
grotendeels onbekend; interventies zijn vaak slechts deels effectief.

III. Algemeen theoretisch kader

Ontwikkelingsperspectief
Gedrag wordt begrepen binnen vijf contexten (van dichtbij naar ver weg): biologie,
individu, gezin, sociale omgeving (bijv. school), cultuur.

Binnen het ecologisch model van Bronfenbrenner beïnvloeden omgevingsfactoren de
ontwikkeling van een kind niet allemaal op dezelfde manier.

 Proximale factoren zijn invloeden die direct inwerken op het kind, zoals de relatie
met ouders, opvoedingsstijl, contact met leeftijdsgenoten en ervaringen op school.
Deze factoren hebben een rechtstreekse invloed op het dagelijks functioneren en de
ontwikkeling.
 Distale factoren beïnvloeden het kind indirect, doordat ze eerst effect hebben op de
directe omgeving van het kind. Voorbeelden zijn de werksituatie van ouders,
sociaaleconomische status, maatschappelijke normen, wetgeving en cultuur. Een
hoge werkdruk van een ouder (distaal) kan bijvoorbeeld leiden tot meer stress thuis,
wat vervolgens invloed heeft op de ouder-kindrelatie (proximaal).

Over het algemeen hebben proximale factoren de sterkste directe invloed op de
ontwikkeling, terwijl distale factoren via de omgeving hun effect uitoefenen.
Ontwikkeling ontstaat door de voortdurende wisselwerking tussen het kind en deze
verschillende niveaus van invloed.

IV. Modellen van ontwikkelingspsychopathologie

1. Medisch model:

, Stoornissen komen voort uit biologisch disfunctioneren; focus op genetica en
classificatie (DSM/ICD).

2. Gedragsmodel:
Gedrag is aangeleerd via:
 klassieke conditionering (Pavlov, Watson)
 operante conditionering (Skinner: bekrachtiging en straf)
 sociaal leren (Bandura: actieve interpretatie)
Processen zoals extinctie en vermijding spelen een rol bij instandhouding van
gedrag.

3. Cognitief model:
Volgens Piaget ontwikkelen kinderen
kennis via interactie met de omgeving  sensomotorisch (0–2): leren via zintuigen en beweging
(vier stadia) >. Gedrag wordt  pre-operationeel (2–7): taal en fantasie, maar nog
egocentrisch denken
gestuurd door schema’s, gevormd via
 concreet operationeel (7–12): logisch denken over concrete
assimilatie (nieuwe informatie wordt dingen
ingepast in bestaande schema’s) en
accommodatie (het schema wordt aangepast omdat de oude kennis niet klopt). Bij
stoornissen kunnen maladaptieve schema’s ontstaan.
Maladaptieve cognitieve schema’s zijn negatieve of ineffectieve denkstructuren
die bepalen hoe iemand informatie verwerkt (Philip C. Kendall).
Er zijn twee vormen: tekortkomingen (iets ontbreekt in de verwerking, zoals
impulscontrole of probleemoplossend vermogen) en vervormingen (informatie wordt
verkeerd geïnterpreteerd, zoals alles negatief zien of intenties van anderen verkeerd
inschatten).
Deze schema’s vormen de basis van de
informatieverwerkingstheorie en cognitieve
gedragstherapie (5G’s), waarbij gedachten → gevoelens →
gedrag sturen.
Een concreet voorbeeld is het SIP-model van Nicki R. Crick
en Kenneth A. Dodge: kinderen verwerken sociale situaties
in stappen (encoding, interpretatie, doelbepaling,
responsgeneratie, keuze en uitvoering). Bij maladaptieve
schema’s gaat dit mis, bijvoorbeeld door vijandigheid te zien
waar die er niet is, wat kan leiden tot agressief gedrag.

4. Psychoanalytisch model
volgens de klassieke psychoanalyse komt gedrag voort uit onbewuste processen
(Freud: id, ego, superego).
De egopsychologie van Erikson legt minder nadruk op driften en meer op
ontwikkeling van identiteit. Ontwikkeling verloopt via levensfasen met
psychosociale conflicten (bijv. vertrouwen vs. wantrouwen).
De objectrelatietheorie van Bowlby & Mahler legt de focus op vroege relaties
(vooral hechting).
De kwaliteit van de band met verzorgers vormt hoe iemand later relaties en emoties
reguleert.
De hechtingstheorie van Ainsworth benadrukt het belang van een veilige hechting
voor emotionele regulatie. Vier hechtingsstijlen: veilig, vermijdend, ambivalent en
gedesorganiseerd.

, 5. Gezinssystematisch model
Volgens Minuchin ontstaat gedrag binnen gezinsinteracties. Problemen worden
begrepen vanuit gezinsstructuur, relatiepatronen en subsystemen.

Documentinformatie

Geüpload op
2 juni 2026
Bestand laatst geupdate op
9 juni 2026
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
54
Volgers
0
Items
11
Laatst verkocht
2 weken geleden

Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen