Leerdoelen !!!
Studenten moeten:
Celstructuur & transport
• structuur en organisatie van cellen en weefsels begrijpen
• membraantransport uitleggen:
o passief transport
o diffusie
o gefaciliteerde diffusie
o actief transport (primair & secundair)
Fysiologische processen
• moleculaire basis van:
o spiercontractie
o zenuwgeleiding
o elektrische prikkelbaarheid
• verbanden leggen tussen deze processen
Energie & communicatie
• energiewinning begrijpen
• celcommunicatie uitleggen
• celdeling verklaren
Genetica
• DNA-structuur en genoomorganisatie
• gentranscriptie en eiwitexpressie
• erfelijkheid en evolutie
Kritisch denken
• verband leggen tussen moleculaire defecten en ziekte
• wetenschappelijke stellingen evalueren
• moleculaire processen toepassen op:
o kanker
o stamcellen
o erfelijke aandoeningen
,Deel 1: Membraantransport
Deel 1 verklaart hoe stoffen over de celmembraan bewegen en hoe dit leidt tot:
• nutriëntenopname
• afvalverwijdering
• osmotisch evenwicht
• elektrische prikkelbaarheid
De kern: transport over membranen bepaalt het leven van de cel. Zonder gecontroleerde
ionengradiënten kan een cel niet bestaan.
1. De membraan als selectieve barrière
De plasmamembraan is een lipidendubbellaag met ingebedde eiwitten:
Eigenschappen:
• vloeibaar mozaïek
• asymmetrisch
• semi-permeabel
• zelfsluitend
• selectief
Permeabiliteit hangt af van:
• grootte
• lading
• polariteit
H2O via simpele diffusie
Kleine apolaire moleculen (O₂, CO₂) diffunderen gemakkelijk.
Ionen en grotere polaire moleculen hebben transporteiwitten nodig.
Water kan diffunderen → risico op osmose → cel zou zwellen/barsten zonder regulatie.
Elke membraan bevat een specifieke set transporters, waardoor compartimenten unieke
functies krijgen.
Membraaneiwitten: transporters/channels, anchors, receptors, enzymes
2. Ionengradiënten: levensbelangrijk
,Binnen- en buitenkant van de cel hebben sterk verschillende ionconcentraties:
• Na⁺ hoog buiten
• K⁺ hoog binnen
• Ca²⁺ extreem laag in cytosol
• negatieve eiwitten binnen
Deze gradiënten zijn actief opgebouwd en essentieel voor:
• osmose
• transport
• prikkelbaarheid
• spiercontractie
3. Elektrochemische gradiënt
Transport wordt bepaald door:
1. concentratiegradiënt = hoge naar lage concentratie
2. elektrische gradiënt = naar gebied met tegengestelde lading
Samen: elektrochemische gradiënt
Voorbeeld:
• Na⁺: sterke drijvende kracht naar binnen
• K⁺: tegengestelde krachten → kleinere netto beweging
Na naar binnen → cel positief maken
K naar buiten → cel negatief maken
= spontane proces
, 4. Passief vs actief transport
Passief transport
• geen energie
• met de gradiënt
• spontane beweging
- Carriers: passief of actief
- Pompen: alleen actief
- Kanalen : alleen passief
Actief transport
• energie nodig
• tegen de gradiënt
• gebruikt ATP of ionengradiënten
o primair actief: gebruikt directe
ATP
o secundair actief: gebruikt
opgeslagen energie van
ionengradienten
5. Vier types membraantransport
5.1 Simpele diffusie
Direct door membraan.
Voor: O₂, CO₂, water. (cellulaire ademhaling en waterhuishouding)
Snelheid ∝ gradiënt.
5.2 Gefaciliteerde diffusie
Transport via carriers (bijv. GLUT).
Kenmerken:
• passief
• specifiek
• verzadigbaar
• volgt Michaelis-Menten kinetiek